Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 29 oktober - 13 november Vervolg

Terug naar bladzijde 237

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 239

44P - Vervolg dagverhaal

blz 238

Toen de dagen zich aaneenvoegden tot weken en de weken dreigden te groeien tot maanden begrepen wij dat 't niet langer verantwoord was om de aan onze zorgen toevertrouwde kleine jongen over te laten aan de algemene verwildering van de Ravensteinse jeugd. De eerste tijd was voor hem op aangename wijze vervlogen met kijken naar de verrichtingen van de soldaten en spelen in de tuin bij zijn vriendje Henkie, 't buurjongetje uit Groesbeek, waarmee hij het, niettegenstaande Henkie bijna anderhalf jaar ouder was, altijd zo best had kunnen vinden. Die verwilderde tuin op de oude stadswallen was een uitgezocht oord om te spelen. Hoogten en laagten, bomen om in te klimmen en een gracht om bij te ploeteren en lest best: de overblijfselen van kazematten uit de Staatse tijd, die beurtelings de rol van huis, loopgraaf of rovershol konden vervullen. De beide vrienden braken er zich 't hoofd niet mee dat de stevigheid van het oude
- 82a -
metselwerk danig van de tand des tijds had geleden en evenmin dat hun schaarse, onvervangbare kleren niet bepaald beter werden door 't rijden op muren en 't knoeien in modder.
Jan van den Dominee had aan Paultje het enige speelgoed dat hij nog bezat afgestaan; vier Schotse soldaatjes, twee doedelzakspelers een twee tamboers met diepe trommels. Zij waren met hun smetteloze uniformen eigenlijk te mooi en te teer om mee te spelen en bovendien, wat kon je met die vier man doen? Toch werden het levende persoonlijkheden voor Paultje, daar Grootje er hele verhalen om heen wist te spinnen. Jock en Jack, Tim en Tom, vier kleine kameraadjes die een rol gingen vervullen in zijn leventje. Tripten zij niet 's avonds, zodra hij sliep, heel zachtjes de trap op en hielden zij niet de gehele nacht om beurten de wacht bij zijn bedje? 's Morgens als het licht begon te worden, bliezen de pijpers de reveille, de tamboers sloegen een roffel, maar voordat Paultje geheel wakker was geworden slopen zij de kamer weer uit en als hij later beneden kwam, stonden zij zo onbeweeglijk stram op hun plaats dat niemand zou vermoeden dat zij die ooit verlaten hadden.
Mevrouw B. leende Paultje iets om echt mee te spelen, een doos ouderwets stevige Dominostenen, die een onuitputtelijke bron van genoegen vormde. Wanneer het weer te slecht was om buiten te zijn, bouwde hij onvermoeid aan bruggen en huizen, maar 't allerprettigste was nog als wij een partijtje domino met hem gingen doen. De spelregels kreeg hij gauw genoeg te pakken, doch om te winnen viel moeilijker toen wij hem, op eigen verzoek, niet meer voorthielpen: "want dat was zo kinderachtig."
Net twee dagen was de kleine jongen op school geweest toen de invasie zijn leertijd afbrak 1). In Ravenstein ontving geen enkel kind onderwijs, alle scholen en verdere beschikbare ruimten waren door militairen en vluchtelingen ingenomen. Wij vatten het voornemen op om Paultje op de weg der kennis te geleiden. Er waren wel enige moeilijkheden aan verbonden, schrijfgerei
- 82b -
was immers nauwelijks te krijgen en leermiddelen ontbraken geheel, evenals aan ons de kennis van onderwijzen. Toch lukte 't om van het rekenen en het lezen van letters en woordjes een leuk spelletje te maken. Een onderwijzeres was zo vriendelijk om ons aan een paar leesboekjes te helpen. De dankbaarheid voor die hulp kon ons toch niet weerhouden om te zuchten over de inhoud, wat waren ze saai en braaf en ouderwets! Maar Paultje, trots op de verworven kundigheid, liet zich daardoor niet afschrikken en las ijverig. Wel sloeg hij uit zich zelve de stukjes over die ons Protestanten minder lagen, met een wijs: "Dat is voor Roomse kindertjes, is 't niet? en niet voor mij."
De edele kunst van schrijven kostte hem en ons meer moeite; hoe hebben wij daarover gezwoegd en getobd! Mogelijk is 's mans slordige handschrift wel aan die slechte grondslag te wijten. Ondertussen hebben wij leken toch bereikt dat hij eenmaal op een echte school gekomen, niet alleen goed volgen kon, doch zelfs zijn medeleerlingen een eind vooruit was.
Wij stelden nu en vaste dagindeling voor Paultje in. De uren na 't ontbijt waren aan de studie gewijd, daarna mocht hij in afwachting van het middagmaal wat buiten spelen. Dan ging hij meestal


     [1] Ik meen me uit de verhalen te herinneren dat de Duitsers de Christelijke Lagere School met den Bijbel in Groesbeek na drie dagen vorderden, dat was nog begin september 1944. P.S.

 

Terug naar bladzijde 237

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 239