Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 29 oktober - 13 november Vervolg

Terug naar bladzijde 238

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 240

44P - Vervolg dagverhaal

blz 239

regelrecht zijn vriend Jock de carpenter opzoeken, die ergens op de Plaats aan 't timmeren bij de wagens was, om zich met hem te verdiepen in de altijd belangwekkende vraagstukken van constructies. Ieder sprak zijn eigen taal en toch verstonden zij elkaar opperbest. Of praatte elk maar wat voor zich uit, louter voor de gezelligheid?
Na 't middagmaal gingen wij - dikwijls met Henkie er bij, als deze jongeling tenminste te vinden was - en de honden een wandeling maken. Daarna werd er weer gewerkt en tegen theetijd, wanneer de schemering begon te vallen, speelden wij domino tot niemand meer in staat was een punt te onderscheiden. Dan ging de lamp echter nog lang niet aan, wij waren zo zuinig mogelijk met de van de militairen gekregen petroleum.
- 82c -
Gelukkig zijn Groesbekers meestal begiftigd met de kostelijke gave van vertellen en Paultje's Grootje bezat die gave in hoge mate. Sprookjes en kindergeschiedenissen, verhalen van de tijd toen "Boeta" - het naampje dat de jongen aan zijn moeder gaf - een klein meisje was en belevenissen uit Grootjes eigen jeugd. Het opsteken van de lamp kwam eigenlijk als een ongewenste onderbreking maar 't werd tijd voor de avond boterham en hiermede eindigde de dag. Tante Ineke bracht hem naar bed op de kamer waar zij zelf ook sliep.
Hoe duidelijk zie ik het beeld van het kleine kereltje voor mij. Het blonde kopje met de opmerkzame blauwe ogen, 't verre van vlekkeloze jasje dat zoveel doorgemaakt had; was hij er zelfs niet eens mee in het diepste van alle diepe met modder gevulde wagensporen van Ravenstein gevallen? Zijn oude trainingsbroek waarvan de knieŽn ondanks herhaaldelijk stoppen toch telkens weer doorzichtig werden, totdat wij op de geniale gedachte kwamen om hem het kledingstuk achterste voren aan te trekken zodat de zwakke plek in de knieholte zat. Zijn altijd beslikte klompjes. Drie turven hoog en zes jaren oud, een haveloos vluchtelingetje en toch werd hij door de eenvoudige lieden met de ouderwets eerbiedige benaming jongeheer aangesproken. Anderen zeiden vertederd: "och zo'nen jungske" wat in die fruiterige omgeving meestal vergezeld ging van de nodige appels. Zijn zakken puilden menigmaal uit van alle gekregen vruchten.

Donderdag 2 November.

De gehele dag zijn de soldaten druk in de weer om al hun hebben en houden uit het Parochiehuis te slepen en in de wagens te pakken. 's Avonds vragen wij aan Frank en Jack of zij ons gaan verlaten. "Perhaps" is het enige antwoord, zij spreken er gauw overheen om die laatste avond niet te bederven. Zij zijn schijnbaar erg in de stemming en vol grappen en verhalen. 't Wordt laat, Moeder van Tilborg heeft haar voorraad aardappels al lang afgewerkt en is daarna ingedommeld. Wakker wordend ziet zij met schrik dat 't al over elven is en maakt de opmerking dat 't
- 83 -
wel lijkt of er lijm aan de broeken van die jongens zit. Ik pak mijn boeltje op om 't sein van naar bed gaan te geven. Frank en Jack komen verschrikt tot besef van 't late uur en springen op: "Holyjee! al zo laat! En wij moeten morgen vroeg op!"
Vanavond was er electrische stroom van acht tot elf uur. Wij hebben de radio dadelijk aangezet om de nieuwsberichten te vernemen, zij melden dat de Engelsen op Walcheren zijn geland.

Vrijdag 3 November.

Een droeve dag voor Ravenstein, heden vertrekken onze vrienden van de Springing Boar. Frank en Jack komen binnen lopen, zenuwachtig en gejaagd. "Hartelijk, hartelijk dank voor alles wat jullie voor ons deed" herhalen zij steeds en zij kunnen blijkbaar niet tot afscheid nemen komen. Iemand roept om de deur: "Haast je, wij gaan!" De meisjes en ook Mamma worden omhelsd, nog een allerlaatste handdruk en "Good luck to you!" en alles draaft naar buiten, waar reeds de eerste wagens zwaar rommelend wegrijden. De gehele lange trein volgt, uit elke wagen zwaaien armen en voor alle huizen staan de bewoners te wuiven en te roepen "'t Beste Harry!" en "Tot weerziens

 

Terug naar bladzijde 238

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 240