Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 29 oktober - 13 november Vervolg

Terug naar bladzijde 241

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 243

44P - Vervolg dagverhaal

blz 242

Maandag 6 November.

Til is gisteren meegereden met haar zwager die voor de O.D. in Breda moest zijn. En vandaag komt zij een brief brengen haar door Vaders vriend toevertrouwd. Breda is er goed af gekomen, bij de bevrijding door de Polen werd er slechts even in de stad en op de Baronielaan gevochten. Alleen hebben de Duitsers bij hun aftocht het mooie nieuwe postkantoor in de lucht laten springen. De Duitsers hadden zich ook in het huis van Vaders vriend genesteld en 't gedeeltelijk geplunderd. Nu woont hij met zijn zuster zolang bij de chauffeur in totdat de schade hersteld is, waaraan druk gewerkt wordt.
- 88 -
's Middags gaan Moeder en ik Trees opzoeken, de jonge doktersvrouw uit Groesbeek, die met haar man ergens achter een naburig dorpje op een boerderij terecht is gekomen. 't Is geen aangename wandeling, ijzig blaast de wind over het vlakke land en 't hagelt. Ons, mensen van de hoge zandgronden, valt de klamme atmosfeer van de lage klei kil op 't lijf. Op de boerderij is het ook niet al te warm, het dokterspaar heeft wel een keurige zitkamer gekregen maar er kan niet gestookt worden. Trees komt aandragen met een heerlijke voetenzak die zij juist aan Vader had willen brengen. "Zelf heb ik hem niet nodig, ik ben genoeg in beweging. Doch voor Meneer is 't geen doen om de gehele dag stil te zitten in een ongestookte kamer."
Hoewel met enig tegenstribbelen, wij nemen de verrukkelijk met warme schapenvacht gevoerde zak toch dankbaar mede naar huis en Vader steekt er zijn onderdanen dadelijk in. De volgende morgen bleek Schot de kostelijke zak ontdekt en in bezit genomen te hebben. Hij was heel verontwaardigd toen de Baas hem er uit joeg, uit dat super-de-luxe hondennest.
Met veel moeite heeft Ineke een vergunning voor Groesbeek weten te bemachtigen. Dit permit houdt in dat men het eigen huis zal mogen bezoeken, zo het tenminste niet ten Oosten van de Dorpsstraat ligt, en vijf minuten de tijd krijgt om het een en ander bijeen te pakken. Wij hebben een lange lijst opgesteld van de meest noodzakelijke dingen en de plaats aangegeven waar zij ze zal kunnen vinden. Warme wollen kleren, schoenen, wat huishoudgoed en zo mogelijk het zilver dat wij die laatste morgen in de kelder verborgen.
Gistermorgen kwam de oproep en vandaag vertrok Ineke op een geleende fiets samen met buurvrouw Lien, Theo de tuinman, Theo de groenteboer en nog enige andere bekenden, samen twintig man. Zij hadden een zware trap tegen de harde wind op de open wegen; pas in de beboste omgeving van Nijmegen werd het beter. Doch zij kwamen niet verder dan het aan de Groesbeekseweg gelegen gebouw Sint Anna, waarin de Civil Service gevestigd is. Nadat men hen lang
- 89 -
had laten wachten, verklaarde men 't voor onmogelijk om heden naar Groesbeek te gaan, 't was veel te gevaarlijk, er werd zo geschoten. Ze moesten overmorgen maar eens terugkomen.
De Groesbekers luisterden naar de enkele knallen die bij lange tussenpozen daar in 't Zuiden klonken en merkten tegen elkaar op dat zij in de Septemberdagen nog wel andere en heel wat erger beschietingen hadden meegemaakt. Een man van de O.D. verzekerde dat er in en om ons dorp nog herhaaldelijk duchtig gevochten werd, verleden Zaterdag was het stationsgebouwtje nog door een Duitse patrouille bezet geweest. Iemand van Beek vertelde hoe thans ook Beek en het grootste deel van Ubbergen door de inwoners ontruimd zijn.
Vanmiddag verschenen in Ravenstein kwartiermakers om de voor troepen beschikbare ruimten op te nemen, waar natuurlijk ook het Parochiehuis onder viel. Een kapitein kwam aan Vader van Tilborg de sleutel terugbrengen en enige inlichtingen vragen: de tolk werd er naar gewoonte bijgeroepen om te assisteren. Onderwijl schonk Moeder van Tilborg thee in, wat de strakke Schot deed ontdooien. "Deze thee smaakt als thuis, dit is gastvrijheid als bij ons in Schotland!" En dan tot de tolk: "Bent U er wel eens geweest, in mijn mooie land?"
De kapitein begon te vertellen over de bergen, meren en moerassen, de uitgestrekte heidevelden met de grouse, "heeft U daar wel eens van gehoord, ja? en weet U wat gorse is?"
De wedervraag: "Groeit er bij U ook gagel?" De Schotse kapitein grinnikt van plezier.

 

Terug naar bladzijde 241

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 243