Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 29 oktober - 13 november Vervolg

Terug naar bladzijde 242

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 244

44P - Vervolg dagverhaal

blz 243

"Sweet gale noemen wij dat, en de blauwe autumn bells! Ah, U kent het heideland, U zult ook wel eens doornat geregend zijn op zulke eindeloze vlakten waar geen hutje te bekennen valt!"
Zijn hart ging open, kiekjes werden getoond: een troepje leuke kinderen spelende in een tuin, zwemmende in 't meer, wadende door een bergstroompje, altijd vergezeld van een waardige collie en een paar vrolijke terriers. Omzichtig als iets heel kostbaars werd een andere foto te voorschijn
- 90 -
gehaald en trots klonk het: "This is my wife with Black Beauty."
Het paard was waarlijk een schoonheid en de lieve jonge vrouw die de arm om zijn hals geslagen had, was 't niet minder. "With all our love" stond dwars over de foto geschreven.
De kapitein vertelde onafgebroken door; als een stroom die lang afgedamd is geweest en nu eensklaps een uitweg vindt, zo vloeiden zijn woorden voort. De vlucht in het vreedzaam verleden om de rauwe werkelijkheid van het heden te ontgaan. Een onwillekeurige blik op de klok bracht het nu weer terug. Met een zucht stelde hij vast: "Ik moet thans gaan" en voegde er aan toe "Hartelijk dank voor het prettige gesprek en tot weerziens over een paar dagen, dan praten wij verder door."
De legerleiding beschikte echter anders, deze troepen zijn nooit in Ravenstein gekomen. Bij geruchte vernamen wij dat zij eerst naar Grave en vervolgens naar het front gezonden zijn.
Zou de kapitein zijn geliefde Schotland ooit weergezien hebben of rust ook hij onder een van die vele witte oorlogskruizen in vreemde bodem?

[Donderdag] 9 November.

Een zeer koude en natte dag, regen afgewisseld met hagelbuien. Weer wordt de gezamenlijke tocht naar Nijmegen aanvaard en weer worden de reisgenoten na lang wachten teruggestuurd met dezelfde uitvlucht van: veel te gevaarlijk. Verkleumd komt Ineke thuis.
's Avonds is het in de keuken bij de van Tilborgs z stil en saai dat de meisjes zowel als de jongens vroeg onder de wol kruipen. Ik heb een boeiend verhaal uit de boekenschat van Jan van den Dominee onder handen en denk niet aan slapen. Tot mijn geluk is Moeder van Tilborg nog niet aan 't einde van haar aardappelschillerij en haar man spelt de krant de Sirene zorgvuldig uit. Even vr tienen een hevig gelui aan de voordeurbel, de verheugde gezichten van Frank en Jack en de Doc! Zij waren naar Nijmegen gezonden om sigaretten en allerlei andere dingen te halen en wipten nu in 't voorbijrijden even aan, later ging 't misschien niet meer, er is sprake van een
- 91 -
offensief.
In minder dan geen tijd komen de jongens en meisjes aangekleed beneden, wordt er verse thee gezet en zitten wij allen vol belangstelling toe te luisteren naar de verhalen van onze vrienden. Zij liggen thans in Maastricht; 't is daar lang zo prettig niet als in Ravenstein, de burgers hebben er gebrek. Als maatstaf dient de prijs van een blik corned beef, of zo als de soldaten het betitelen: bully beef. Hier werd dat verhandeld voor 1,50, in Maastricht geven ze er grif 7,50 voor. 't Onplezierigste van het verblijf in Maastricht vinden zij dat er iedere dag vliegende bommen over de stad komen, die vanuit Duitsland op Antwerpen, de belangrijke toevoerhaven van de Geallieerde legers, afgeschoten worden. Soms niet meer dan vier per dag, andere keren wel vier per uur. De mooie oude Romeinse brug, de trots van Maastricht, is door de Duitsers bij hun aftocht opgeblazen. De Engelse genie sloeg twee nieuwe bruggen, die prompt door Duitse vliegtuigen gebombardeerd werden, twintig Engelsen kwamen hierbij om, velen werden gewond en de brug was beschadigd.
"Zo zie je, 't is er niet erg rustig. Beter hier in Ravenstein!" En met voldoening kijken zij de keuken rond, ze hebben 't hem toch maar gelapt om hier weer even te zitten!

Zondag 12 November.

Vandaag bij uitzondering zo goed als geen regen. Toch is 't kil en koud in de kerk, het vocht ligt als een grijs waas over de banken en druipt in druppels en straaltjes langs de muren. Wij

 

Terug naar bladzijde 242

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 244