Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 29 oktober - 13 november Vervolg

Terug naar bladzijde 243

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 245

44P - Vervolg dagverhaal

blz 244

wikkelen de reisdekens zorgvuldig om ons heen. Wij komen iedere Zondag lichamelijk zowel als geestelijk verkleumd van onze kerkgang thuis, daar het geestelijk vuur gemeenlijk in de preken ontbreekt. Vandaag evenwel is er een jonge, geestdriftige predikant, hij preekt over Lucas II, vers 12: "Christus gaat voorbij" en wij vergeten vocht en oorlog en luisteren en worden verwarmd.
Volgens de gebruikelijke Zondagsindeling brengen wij de verdere dag door in het gastvrije huis van Mevrouw B. Wij ontmoeten er haar broeder, de eige-
- 92 -
naar van de grote graanfabriek. Hij heeft over de ongelukkige huisvesting van Vader en Moeder gehoord en raadt hen zeer aan om naar Breda te gaan, hun oude woonstad waar zij zeker goede vrienden hebben die een plaatsje in hun huis voor hen zouden willen inruimen, er zal toch wel iemand zijn die een paar kamers over heeft. Vader stemt dit toe, bij zijn beste vriend staat immers een gehele verdieping leeg.
"Wel dan schrijft U aan die vriend, hij zal blij zijn U te kunnen helpen in de nood."
Moeder en Vader lieten zich grif overtuigen, deze oplossing lag voor de hand. Breda, de stad waar zij zo lange jaren met genoegen gewoond hadden, lokte als een veilige haven. Doch op welke manier zou een brief verzonden kunnen worden, er bestond geen postverkeer meer. De handige zakenman loste ook deze moeilijkheid op, daar zou hij zich mee belasten, met behulp van de O.D. zou de brief zijn bestemming wel bereiken.
De kinderen waren de gehele middag verdiept in het verrukkelijke nieuwe spel Vluchtelingetje. Mevrouw B. vond het beter om 't luidruchtige troepje in de keuken te laten eten en om dit aantrekkelijk te maken, stelde zij voor dat grote Els dan voor Moeder zou optreden. "En dan ben ik de vader" verklaarde kleine Paultje beslist; hij was immers de oudste jongen. De bende in de keuken maakte de grootste pret onder elkaar, de muren dreunden er van.
Terugkerende bij de van Tilborgs was de keuken donker en verlaten, maar stemmengeruis wees de weg naar de mooie kamer. Daar zat de gehele familie vergaderd ter ere van het bezoek van den zoon, frater Joachim. Hartelijk begroette de Frater de nieuwe huisgenoot en al spoedig waren wij in een druk gesprek gewikkeld. De Frater behoorde tot een orde van Missionarissen, Curaçao was zijn missiegebied geweest, totdat zijn gestel hetwelk 't klimaat niet verdroeg, terugkeer naar het vaderland noodzakelijk maakte. Een grote teleurstelling voor Frater Joachim, 't was zulk een belangwekkend werk en
- 93 -
land geweest. Met vuur vertelde hij er van en ook over het leven op Curaçao, dat kleine stukje van het Rijksgebied waar de Nederlandse vlag al die jaren in vrijheid is blijven wapperen.

Maandag 13 November.

Vandaag deden Ineke en haar lotgenoten opnieuw een poging om Groesbeek te bereiken. 's Morgens vroeg vertrokken zij in duisternis en regen. Laat in den avond keerde Ineke weer, ontdaan en uitgeput, ternauwernood meer in staat om een verstaanbaar woord uit te brengen. Pas na een kop warme thee kwam zij wat op haar verhaal en toen kregen wij het relaas van de ongelukkige tocht.
Weer had men hen bij de Civil Service uren laten wachten, weer poogde men hen met een kluitje in het riet te sturen. Ditmaal echter lieten de Groesbekers zich niet meer afschepen maar drongen zo krachtig aan dat men hen ten slotte in een legerwagen laadde en op weg ging. In Groesbeek opnieuw eindeloos wachten, ter hoogte van dokter Beynes' huis, op slechts korte afstand van Vogelsangh. Niemand mocht de wagen verlaten. Dan ten lange leste wordt ieder afzonderlijk naar eigen huis gebracht onder begeleiding van een militair. Theo de tuinman, die Ineke wilde vergezellen, werd teruggezonden.
De heuvel opgaande ziet Ineke de bomen van onze oprit stukgeschoten. Van het huis hangen alle luiken open, door de gebroken ruiten regent 't naar binnen.
In de gang een warboel van door elkaar gesmeten huisraad en kledingstukken, een opengebroken geldkist. Plunderaars zijn aan 't werk geweest.

 

Terug naar bladzijde 243

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 245