Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 2 augustus - 16 September 1940

Terug naar bladzijde 24

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 26

40H - vervolg 

blz 25

Bij Oldebroek alle wegen afgezet. De brug van Katerveer is weer gemaakt, de stukken boog van de oude brug liggen langs de oever. Op het stationsemplacement van Zwolle telde ik een paar kleine en drie groote gebouwen die verwoest zijn, daaronder een uitgebrande locomotievenloods. Ook stond er een verbrande trein. Een trein met kleine Fr. tanks ging voorbij.

{vel 25}

Kwam om vijf uur in Assen aan; de bus naar Westerbork was reeds vertrokken, maar nog altijd ging er, zooals van ouds, om half zes een stoomtram naar Schoonloo. Vandaar de zoo wèlbekende doch thans door de aangeplante bosschen geheel veranderde weg naar Elp. Klopte om kwart over zeven op de deur van het Heidehuis en werd verwelkomd door de kreet: "Nu is tante Nel toch werkelijk gekomen!"
's Avonds in de boerderij van Greetien en Hartman: oliebollenfeest ter eere van Harms verjaardag. De kleine, warme boerenkeuken, bijna geheel gevuld door de groote ronde tafel met bons allen er om heen. In het midden de schaal met oliebollen, waar Andrée, die bij het fornuis stond te bakken, telkens weer nieuwe voorraad op laadde. Het schelle licht van de onbedekte electrische lamp, die fel de vriendelijke gezichten bescheen: "Nou moet juffer Nelly vertellen hoe of 't in Groesbeek was met het begin van de oorlog en wat ze allemaal verder in Holland en zoo gezien heeft."
Juffer Nelly vertelde van Mook en Grebbeberg, van verraad en dappere verdediging, van het onwankelbare vertrouwen in hel Holland, dat we ze er eens wel uit zullen gooien en toen kwam ook langzamerhand de zoon Roelf aan 't praten. Moeilijk, met horten en stooten. Het onbewogen, Drentsche gezicht met de lichtende oogen strak op mij gericht, als vergemakkelijkte dit hem het spreken. Bijna verbrak Andrée met een paar vlugge opmerkingen de draad van het verhaal, doch Victor, het gevaar beseffende, dat in het verstoren van de stemming zou liggen, bracht zijn moeder tot zwijgen en geduldig wachtten wij bij iedere rustpoos totdat Roelf zelf zijn gedachten en herinneringen weer in woorden had gebracht. Voor hemzelf een bevrijding om eindelijk over de vreeselijke belevenissen te kunnen spreken. Greetien zeide zachtjes voor zich heen: "Je hebt ons nooit alles verteld, zooals nu."
Roelf lag bij 't vliegveld van Valkenburg. Op 10 Mei werden ze gewekt door parachutisten die hen beschoten. Het neerkomen van die parachutisten was een vreeselijk gezicht geweest, als een ontzettende droom. Ze kwamen overal tegelijk uit de lucht vallen en R. vertelde zelfs van een klein paard en wagentje dat met behulp van een parachute nederdaalde.
Twee dagen lang hadden ze tegen de Duitschers gevochten, nu in de duinen, dan op de weiden en bollenvelden of in huizen. Geheel het dorp is verwoest, het oude kerkje op de hoogte in 't midden uitgebrand. De baas van de steenfabriek aan de Rijn - waar het veerbootje lag waarmede we ons altijd lieten overzetten - was een Duitscher. Donderdag 9 Mei had hij al zijn werkvolk naar huis gestuurd "voor de Pinksterdagen" en hadden zijn D. handlangers het fabrieksterrein bezet.
Roelf kreeg een geweerschot dwars over de borst, dat
{vel 26}

enkel zijn jas verscheurde. Later werd hij door granaatsplinters aan slaap, wang en schouder gewond, zijn buurman werd er door gedood: "hij lag tenminste zoo ineens in elkaar." Ten slotte werden Roelf en zijn kameraden omsingeld in een verlaten boerderij waar ze onderdak voor de nacht hadden gezocht, waarop zij zich over hebben gegeven. Twee dagen lang hebben de Duitschers hun gevangenen granaten laten versjouwen, gedeeltelijk door de sloten heen. De gewonden werden niet verbonden en ook werd hen niets ten eten gegeven. Ten laatste sloot men hen in een boerderij op, waar ze tot hun vreugde in de kelder wat aardappels vonden, die met schil en al gekookt en opgegeten werden: "want we waren uitgehongerd nadat we in vijf dagen niet gegeten hadden." Moeder Greetien kon zich een honger die de schillen van aardappels mee at, niet voorstellen.

Terug naar bladzijde 24

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 26