Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 13 nov. - 1 december 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 250

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 252

44Q - Vervolg dagverhaal

blz 251

- 106 -
aanzienlijke menigte te wachten. Zij worden door mannen van de O.D., die voor een goede gang van zaken moeten zorgen, op een zodanig hardhandige wijze geduwd en gedrongen dat de Stekkenbergers, als altijd rap van tong, heftig protesteren. De ordebewakers maken zich kwaad en beginnen te bulderen; de Mof heeft school gemaakt in den lande. De toestand wordt gespannen, gelukkig gaan de deuren open. De jonge dames die binnen helpen, staan klaar met een vriendelijk woord en de Stekkenberger furies veranderen in dartele lammetjes. Grappen en plagerijen kaatsen heen en weer, schaterlachen schallen door de vervallen kapel. Een omvangrijke berg van het landelijk schoeisel ligt op de vloer, lelijke grove klompen zijn het, ruw behouwen en onafgewerkt, klompen voor vluchtelingen.
Een paar dorpsgenoten die naast mij staan te passen, zeggen meewarig: "Met die dingen kunt U toch niet gaan lopen."
Toch vermogen zij het antwoord: "Altijd nog beter dan een paar lekkende schoenen" niet anders dan te beamen. Ondertussen gingen mijn gedachten met weemoed naar de op Vogelsangh achtergebleven klompjes, het meesterwerk van een Drentse klompenmaker, mooi van vorm, glad als satijn, versierd met de aloude ingesneden figuren en - thans ongelofelijk schijnende luxe - op maat naar de voet gevormd.
Maar wąt in mijn schik met de waterdichte voetbedekking klosten Paultje en ik met de honden 's middags naar de boerderij aan den dijk om appels te halen. In de richting van Tiel werd zwaar gebombardeerd. Op de terugweg kregen wij ook ons deel; wij hoorden vliegtuigen over snorren, er werd geschoten, rookpluimen stegen op. Paultje werd bang en niet zonder reden, de open dijk bood geen enkele dekking. Op een drafje ging 't huiswaarts, waarbij Tante de ondervinding opdeed dat de slecht passende klompen zich niet leenden voor snelwandelen.

Zondag 19 November.

's Morgens laat de zon zich eindelijk weer eens zien, 't is buiten pittig en opwekkend en gedoken in de warme geleende jas
- 107 -
voel ik in de kerk nauwelijks iets van de anders tot in merg en been dringende koude.
Dominee van R. - de op de appelboerderij ingekwartierde vluchteling uit de Betuwe - spreekt over de tekst: "Zij die treuren zullen vertroost worden." Onder de lange preek hebben wij ruimschoots gelegenheid het magere zorgelijke gelaat van de predikant te bestuderen; 't treft ons hoezeer de uitdrukking ervan in tegenstelling is met de hoopvolle woorden die zijn mond uitspreekt en een vermoeden komt in ons op dat hij niet alleen zijn toehoorders - voor het overgrote deel vluchtelingen - maar niet minder zich zelve uit de misčre tracht te halen. Zolang hij als voorganger op de preekstoel staat kan hij met volle overtuiging betogen dat aardse tegenslagen, dat verlies van huis en goederen slechts voorbijgaande beproevingen zijn, onbelangrijk gezien in het licht der eeuwigheid. Doch eenmaal het preekstoeltrapje afgedaald wordt ook de predikant zelf onvermijdelijk weer omsloten door de beklemmende greep van het uitzichtloze vluchtelingenbestaan. Wij zien nu in waarom de preken eindeloos lang gerekt worden: het is voorzeker om dit ogenblik van vernederende gedaanteverwisseling zo lang mogelijk te verschuiven. Nu ons dit duidelijk is geworden valt 't gemakkelijker 't nodige geduld op te brengen om rustig te zitten luisteren.
Hoewel, luisteren is wat veel gezegd. Voortaan zullen wij zodra wij in onze bank gezeten zijn het grote psalmboek openslaan en een psalm opzoeken waar onze voorkeur naar uitgaat. Terwijl dan van de preekstoel de klanken over ons heen galmen, zitten wij met neergeslagen blikken schijnbaar - o, ongeoorloofde huichelarij in de kerk - in aandacht verzonken. In werkelijkheid volgen onze ogen de woorden in het boek en de geest weidt zich aan de soms stroeve en archaļsche doch immer machtige taal van de oude zangen waar eeuwen en eeuwen de mensheid kracht en vertrouwen uit geput heeft. Merkwaardig hoe ook thans nog, in deze tijd van vliegtuigen, tanks en granaten, de psalmen hun uitwerking niet verloren hebben.

 

Terug naar bladzijde 250

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 252