Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 13 nov. - 1 december 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 251

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 253

44Q - Vervolg dagverhaal

blz 252

Schra van Tilborg wordt meestal ingedeeld bij de bruggewacht. 't Is een koude post, vooral 's avonds. Als hij een ogenblik vrij van dienst heeft komt hij gehuld in de bruin-groen gevlekte camouflagejas even thuis aanlopen om zich te warmen en een kop hete thee nar binnen te slaan. Tussen twee slokken door worden wij op de hoogte gebracht van het laatste nieuws. Er is geen betere inlichingenbron dan de bruggewacht; alles wat Ravenstein in en uit gaat aan de zijde van de rivier passeert de wacht, wordt er gecontroleerd en maakt er natuurlijk een praatje. Zo verneemt men er alle nieuwtjes en alle geruchten die de ronde doen aan weerszijden van de Maas.
Vandaag komt Schra thuis met het verhaal over de lugubere ontdekking die op een der begraafplaatsen van Nijmegen gedaan werd. In het bevrijde gebied worden nog telkens Duitsers opgepakt; meestal zijn het enkelingen doch nu heeft men in Nijmegen de hand kunnen leggen op een troepje van twaalf man. Vanuit vliegtuigen had men reeds geruimen tijd opgemerkt dat er ergens aan de rand van de stad lichtseinen werden uitgezonden. Een speurtocht in huizen en schuurtjes leverde niets op. Iemand kwam op de gedachte de begraafplaats Rustoord te doorzoeken en daar vond men liefst twaalf Duitse soldaten verborgen in grafkelders; als verrezen doden waren zij te voorschijn gekomen uit hun onderaardse schuilplaatsen. Sedert werden er geen lichtseinen meer gezien.
Heden bevatte de krant de bevestiging van het gerucht over de massamoord te Heusden. Bij de nadering van het Geallieerde leger hadden de Duitsers de bevolking van het stadje aangemoedigd schuil te zoeken in de kelders van het oude stadhuis; volgens de verzekering van de Moffen zouden de metersdikke muren afdoende beveiliging bieden tegen het vuur der Geallieerde kanonnen. Nauwelijks waren een groot aantal vrouwen en kinderen in de kelders gevlucht of de S.S.ers lieten het gebouw verraderlijk in de lucht springen.
- 108a -
Toen wij in de rustige jaren van onze jeugd leerden welke gruwelen de Spanjaarden eenmaal hier bedreven hadden, hoe weinig vermoedden onze onderwijzers en hoe weinig vermoedden wij zelf dat wij in eigen tijd, in eigen land wandaden van even grote wreedheid zouden beleven.

Woensdag 22 November.

Heden vallen er twee merkwaardige gebeurtenissen op te tekenen. Vanmorgen kwam er een reusachtige kraanwagen de Walstraat ingereden, een wagen zo groot van omvang als wij er nog geen gezien hadden. Hij geraakte prompt klem in de nauwe bocht; de straten van dit oude vestingstadje zijn niet berekend op dergelijke moderne kolossen.
Alle kleine en grote en jonge en oude jongens liepen aanstonds te hoop, hier viel iets te beleven. De bewoners van de belendende huizen stelden de interessante gebeurtenis minder op prijs; zij drentelden zenuwachtig op en neer en gaven raad en mopperden tegen de soldaten, die hen toch niet verstonden. Tegen de stadgenoten uitten zij hun angst dat het massieve gevaarte zo aanstonds hunne muren zou rammen en misschien wel een der huizen binnen zou rijden. Waarop een Groesbeekse vluchteling de hatelijke opmerking maakte: "Nou, dat zal je wel niet erg vinden, jullie Ravensteiners ontvangen de Engelsen toch immers zo graag bij jullie thuis?"
Er werd gelachen, andere Groesbekers deden er nog een schepje op, er kwam een hele rel van; als zij gedurfd hadden zouden de Ravensteiners de vluchtelingen in de haren gevlogen zijn. Het aantal omstanders groeide voortdurend aan, het ganse stadje scheen wel uitgelopen. De bemanning
- 109 -
van de wagen geleek ook enigzins verhit doch met echt Britse zelfbeheersing verspilde zij geen enkel onnut woord. Wij stellen ons het misbaar voor dat de Duitsers bij zo'n tegenslag gemaakt zouden hebben. Met de grootste bedaardheid werd de bocht veroverd: een handbreed achteruit, twee palm vooruit, dan weer achterwaarts en zo ging het voort, langzaam maar zeker, 't duurde wel een paar uren doch het liep dan ook zonder schade af. Voortaan zouden die reuzewagens wijselijk de middeleeuwse straatjes van het oude stadje mijden en hun weg buitenom kiezen.

 

Terug naar bladzijde 251

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 253