Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 13 nov. - 1 december 1944 Slot

Terug naar bladzijde 255

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 257

44Q - Vervolg dagverhaal

blz 256

Geruchten zijn talrijk, één spreekt over een offensief bij Kranenburg. Wij vluchtelingen hechten er maar al te graag geloof aan en berekenen hoe onze kansen op terugkeer stijgen indien het waarheid bevat. Op de Muntberg, het landhuis dat ten Westen van Groesbeek midden in de bossen ligt, is nog steeds een afdeling van de O.D. Volgens deze mannen breken de in het dorp gelegerde mannen al 't houtwerk uit de huizen om er hun vuren mee te stoken; zelfs de meubels worden hiervoor gebruikt. Beseffen zij dan niet dat de bevolking toch eens zal terugkeren? En waarvoor is 't nodig, dagelijks trekken grote wagens vol kolen naar het front. En verder is er immers een overvloed van hout in de bossen.

Vrijdag 1 December.

De Maas zakt wat, de veerboot vaart weer; gedurende de hoge waterstand bestond er vrijwel geen verbinding met de Gelderse oever. Slechts af en toe waagde een roeibootje zich op de wilde stroom om de meest noodzakelijke dingen en een enkele zeer haastige of zeer ondernemende passagier over te brengen.
- 116 -
Een dezer dagen heeft alles wat om en bij de Maas was een vreselijke schrik gehad. De soldaten zijn bezig de brug te slaan en 't is in de omgeving altijd vol met belangstellenden.
Iemand keek bij toeval uit een bovenvenster van het hoge Veerhuis en zag iets met snelheid de rivier af drijven. 't Leek hem verdacht toe en fluks waarschuwde hij de wacht op den dijk. Naderbij gekomen maakte het voorwerp de indruk rond te zijn en slechts gedeeltelijk boven water uit te steken. De dijkwacht alarmeerde onverwijld de bruggewacht en deze de op de brug aanwezige officier, die met een blik op het naderende ding schreeuwde: "Allen dekking zoeken!" Men had het bevel niet afgewacht; links en rechts draafden en holden de mannen de brug af, naar het stadje toe of ver weg de dijken langs. Ook de toeschouwers waren in een oogwenk verdwenen, de meeste doken in de kelders van het Veerhuis. Een paar moedige militairen hadden zich verdekt opgesteld en keken vanuit hun schuilplaats gespannen wat er verder zou gebeuren. Het ding was nu vlak bij de brug, zou het stoten tegen een ponton? Neen, het zocht netjes zijn weg tussen twee schuiten door, verdween uit het gezicht om aan de andere zijde van de brug vlug zijn koers te vervolgen naar de half in 't water liggende spoorbrug toe, waar het ook ongeremd door glipte. Het Gevaar was voorbij!
Niemand heeft geweten wat het was. Toch had het een goede dienst bewezen, het had de aandacht gevestigd op de kwetsbaarheid van de brug. Waren door de Duitsers niet reeds ontelbare pogingen gedaan om de voor de Geallieerden zo onmisbare oeververbinding over de Waal bij Nijmegen onbruikbaar te maken? Worden niet zulke bekwame krachten als Duitslands beste wedstrijdzwemmers uitgezonden om springladingen aan de pijlers van de Waalbrug te bevestigen? Zouden zij ook geen pogingen in 't werk stellen om onze schipbrug te vernielen?
Kort nadat het Iets de rivier was komen afdrijven, werd een duizend meter stroomopwaarts van de brug een metalen net gespannen. De bewoners van het Veerhuis, die alle nachten in de kelder hadden doorge-
- 117 -
bracht in angst en spanning, konden nu weer gerust gaan slapen in hun bedden.
Het garnizoen van Ravenstein bestaat thans behalve uit Genie en R.A.F. uit Schots-Canadese troepen. De Ravensteiners kijken hun ogen uit bij de ongekende verschijning van mannen met rokjes aan, van zo iets hebben zij nooit gehoord. De commandant van de Schotten is een man die aan traditie hecht. Met veel ceremonieel wordt iedere morgen op onze Plaats een inspectie gehouden en de wacht afgelost, begeleid door de muziek van de doedelzakken. Als wij uit de verte de vreemde, weemoedige klanken horen naderen, haast ieder zich naar de vensters om niets van de fraaie plechtigheid tee missen.

 

Terug naar bladzijde 255

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 257