Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 4 - 11 December 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 258

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 260

44R - Vervolg dagverhaal

blz 259

beddegoed nog niet naar de diverse eigenaars teruggebracht, al was dat in ons optimisme bijna gebeurd.

Donderdag 7 December.

Vandaag is er distributie van levensmiddelen. Deze uitdelingen worden eens in de veertien dagen gehouden; de hoeveelheden wisselen, waarschijnlijk naar wat er in voorraad is. Twee weken geleden hebben wij niets anders gekregen als enkel wat cereals
- zo als 't op Engelse wijze betiteld wordt - nu ontvangen wij voor ons vijven: n pot jam, 125 gram boter en een kleine hoeveelheid reuzel.
Nu er blijkbaar op de hulp van de heer van Z. niet te rekenen valt, is de hoop gevestigd op de door Vaders vriend in het vooruitzicht gestelde wagen die thans iedere dag kan komen. Elke morgen pakken wij alles in om het elke avond weer uit te pakken; de gehele dag leven wij in afwachting tot de schemering valt. Dan is de kans voor vandaag weer verkeken; niemand toch zal zich zonder dwingende noodzaak wagen aan een reis in het donker langs Brabants wegen waar alle vierentwintig uur onafgebroken het militaire verkeer over raast en waarop de vijandelijke vliegtuigen bij voorkeur in de nacht hun aanvallen doen.
Terwijl wij zo dag aan dag vergeefs wachten bekruipt ons het beklemmende gevoel alsof het onmogelijk zal zijn Ravenstein ooit te verlaten,
- 122 -
alsof het kleine stadje de macht heeft ons voor immer in zijn ban te houden.

Zaterdag 9 December valt de eerste sneeuw. Paultje is ziek; de ziekte waar vrijwel alle vluchtelingen aan lijden heeft ook hem te pakken gekregen: maag en ingewanden zijn volkomen van streek. Het voer van de gaarkeuken is de schuld, het wordt steeds slechter en menigmaal kan zelfs de altijd knagende honger ons niet tot eten dwingen. Dan brengen wij de nog volle emmer naar de varkens van de buren - het zou toch jammer zijn om in deze tijden van gebrek iets verloren te laten gaan - maar deze verwende beesten trekken de neus op voor de weerzinwekkende brei.
Goedhartige Moeder van Tilborg heeft een grote portie rijst voor "d jungske" gekookt, doch ook hiervan kan hij geen hap naar binnen krijgen. Zelf kunnen wij geen weerstand bieden aan de verlokking van de smakelijke blanke rijst te proeven; tot onze beschaming blijft het proeven niet beperkt tot een enkele lepel, voordat wij het beseffen is de inhoud van de schaal voor het grootste deel in onze magen verdwenen.

Zondag 10 December.

Vandaag zullen we geen auto uit Breda kunnen verwachten; wij brengen de dag rustig op de gewone wijze door. Waarschijnlijk onze laatste Zondag samen. 's Middags bij Mevrouw B. is Paultje hangerig en lusteloos, hij speelt niet met de andere kinderen, hij eet niet en verlangt alleen maar naar zijn bedje. Ineke en ik rijden hem in Vaders wagentje naar huis, waar ik op hem blijf passen. Ineke gaat dansen, zo als thans vrijwel avond aan avond regel is.

Maandag 11 December.

Opnieuw brengen wij de gehele dag in afwachting door. Als het tegen vieren loopt en het daglicht begint af te nemen, rekenen wij voor vandaag de kans weer vervlogen. Om 't ons in de onttakelde kamer wat gezellig te maken gaan wij thee zetten en wij trachten lusteloze Paultje wat op te monteren met een spelletje domino.
Daar rijdt met veel getoeter een auto voor. De chauffeur is zenuwachtig en kort aangebonden. Zijn vrouw, een welgedane Brabantse, neemt de tweede voorplaats in.

 

Terug naar bladzijde 258

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 260