Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 4 - 11 December 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 259

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 261

44R - Vervolg dagverhaal

blz 260

- 123 -
De chauffeur bromt dat er beter een verhuiswagen besteld had kunnen worden voor de massa rommel die mee moet. Inderdaad weten wij nauwelijks hoe alles in de toch ruime wagen te verstouwen. Moeder, Vader, Ineke en dan Paultje, zielig bleek en slap, zorgvuldig in een reisdeken gewikkeld. De twee honden springen verheugd in de wagen, zonder een enkele blik op de achterblijvende vrouw. Ook de koffertjes en de dekens moeten er nog bij. 't Is minder dan wat op de vlucht meegenomen werd, Vaders wagentje en Pauls trekwagen blijven hier achter.
Haastig nemen wij afscheid, het late uur en de vallende avond dringen tot spoed. De buren van de Plaats en een ganse kring Groesbekers wuiven de wagen na. Met sombere stem brengt Zuster Marie in woorden hetgeen wat ons allen bezwaart: "Als dat maar zonder ongelukken afloopt, die lange tocht in het donker op de drukke wegen."
Het kon weken, maanden duren voordat enige tijding ons bereikte. De postdienst was opgeheven en uit vrees voor het overzenden van spionage berichten - alsof deze hun weg niet langs eigen kanalen wisten te vinden - was het streng verboden om op enigerlei andere wijze brieven te versturen. Bijgevolg zocht ieder die in verbinding met familie of zakenrelaties wilde blijven, naar tussenpersonen die zich met post wilden belasten. Die waren wel te vinden, maar 't liep dikwijls over vele schijven en daar niet iedereen nauwgezet is in het afdoen van wat hij op zich heeft genomen, is 't duidelijk dat op deze manier alle nieuws bij aankomst lichtelijk oudbakken was geworden.
Uitgestorven, doods is nu de woonkamer waar tevoren toch een zekere gezelligheid hing. De eerste dagen na het vertrek zijn gevuld met het uitzoeken van het achtergebleven goed en terugbrengen van de geleende voorwerpen aan hun verschillende eigenaren.
Is het verbeelding dat ik in verschillende personen die ons tevoren
- 124 -
hartelijk ontvangen hebben, thans een zekere terughouding meen te bespeuren, een vrees voor al te talrijke bezoeken van de achtergebleven vluchteling?
Dat nooit, zegt het trotse hart, dan beter de eenzaamheid.
Zelfs het bezoek in de Pastorie borg een teleurstelling in zich. De woonkamer lag overhoop: uitgehaalde kasten, boeken en kleren, kisten en koffers en temidden van de rommel Jan en de knecht druk aan 't pakken.
"Ha, fijn dat U komt!" luidt de verheugde begroeting en in één adem: "moet U 't grote nieuws horen, 't is eindelijk zover, ik ga naar de Zeevaartschool in Nijmegen, hoera!"
"Wat geweldig voor je, joh!" Van harte is het gemeend een toch tegelijk de gedachte: weer valt er een af. De aardige jongen zal ik missen, hem niet minder dan zijn welvoorziene bibliotheek. Merkte hij de blik op die langs de opgestapelde boeken gleed? Gul kwam het aanbod of ik niet een voorraad lectuur mee wilde nemen. Hoe verleidelijk ook, ik bezweek niet voor die verzoeking, want hoe weinig zekerheid bestond er in deze ongewisse tijden of ik hem het geleende ooit in goede orde terug zou kunnen geven.
Philip de knecht had vlug koffie gebrouwen en kwam er nu bij zitten. Zijn gelaat stond strak, de aanstaande scheiding zat hem blijkbaar dwars; wat mij niet verwonderde, wij hadden wel opgemerkt hoe hij aan zijn jongeheer hing.
"En Philip, wat ga jij nu beginnen, ook naar de Zeevaartschool?" Ik maakte er maar een grapje van en hij ging er op in met een luchthartig: "Ik zou wel willen doch 't zal niet gaan, zo'n oude knaap lusten ze daar niet. Voor mij is 't anders dik in orde, ik ga werken in de soldatenkeuken, iedere dag reuze-eten en volop!"
- 125 -
Alles valt weg, het een na het ander. Eigen vertrouwde omgeving, familie, vrienden, werk, liefhebberij. De ledigheid
- hoe letterlijk drukt dit woord 't uit - die een bezoeking is voor zovele vluchtelingen. Een eindeloze reeks van lege, nutteloze dagen ligt in het verschiet. Beklemmend vooruitzicht, niet te leven maar te moeten vegeteren. Voor hoe lang?

 

Terug naar bladzijde 259

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 261