Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 4 - 11 December 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 260

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 262

44R - Vervolg dagverhaal

blz 261

Om iets te doen te hebben, houd ik mijn kamer in orde en mag, na enig tegenstribbelen van de meisjes, de ontbijtboel afwassen benevens de talrijke kopjes van de vorige avond. Gastvrij wordt ieder die gezelligheid zoekt, in dit huis ontvangen; troepen komen en troepen gaan, maar altijd weten een paar van de soldaten de weg naar onze keuken te vinden. Vriendinnen van de meisjes wippen vaak even binnen doch slechts zelden verschijnen er jongelui uit het stadje. Ravenstein is niet rijk aan jeugdige vertegenwoordigers van het sterke geslacht en de weinigen die er zijn houden zich afzijdig; in 't levendige besef dat er tegen de zoveel aantrekkelijker militairen niet te concurreren valt. Nu en dan brengen dorpsgenoten of vluchtelingen uit andere streken een bezoek aan Miss Groesbeek. Zij, die dikwijls zo ongelukkig gehuisvest zijn en menigmaal zwart aangezien worden indien er iemand bij hen komt oplopen, koesteren zich in de huiselijkheid en de hartelijke ontvangst die in dit huis aan een ieder ten deel valt. Inderdaad, ik heb het uitzonderlijk getroffen met mijn kosthuis.
Mijn bezigheid 's avonds bestaat meestal in het stoppen van de kousen voor een gezin waarvan de moeder de handen vol heeft. Twee Heer-Broers vertrouwen haar hun beschadigde kousen ook toe; zouden zij weten dat Protestantse vingers ze zo zorgvuldig herstellen? Voor die lange geestelijke beenbekleding is er tenminste echte stopwol, de gaten in de kindersokjes en de fijne dameskousen moeten bij gebrek aan iets beters met draad van uitgehaalde exemplaren gestopt worden.
Hoe luttel is het aantal uren die met deze kleine werkjes gevuld zijn. Tevoren was ongemerkt een groot deel van onze tijd door Paultje in beslag
- 126 -
genomen. Welk een belangrijke en voor ons allen heilzame plaats heeft de kleine jongen in ons vluchtelingenbestaan ingenomen.
Ik bied mijn diensten aan bij het evacuatiebureau en later, wanneer er een afdeling van het Rode Kruis wordt opgericht in Ravenstein, bij het Rode Kruis bureau. Zonder succes. Veel later pas, als ik verneem dat deze baantjes bezoldigd worden, dringt de reden van die afwijzing tot mij door. En ik onnozele, die niet anders veronderstelde of 't werk werd pro Deo gedaan.
Met geen enkele liefhebberij kan de tijd gekort worden, voor handwerk, voor schrijven of tekenen ontbreekt het materiaal, voor muziek het instrument. Hoe sterk is het verlangen naar muziek, maar zelfs over de radio konden wij geen muziek beluisteren, er was immers slechts juist genoeg stroom en dan nog niet eens altijd, om de nieuwsberichten te horen. Soms klonken daarna enkel welbekende tonen, het begin van een symfonie, een opera, een sonate, die onverwijld werden afgedraaid; wat later, zonder dwingende noodzaak, eveneens het geval zou zijn. Later toen wij, dank zij de soldaten, op het electrische aggregaat dat voor het Parochiehuis stond te ronken, aangesloten werden met een clandestiene draad. Volgens het algemene gevoelen van de familie van Tilborg was die muziek op de radio toch niks.
De welgevulde boekenkasten van Vogelsangh met hun overvloed van lectuur op velerlei gebied, hoe duidelijk besef ik nu, er nooit genoeg gebruik van te hebben gemaakt toen de gelegenheid er nog was. Een enkele rij, een paar exemplaren slechts, zouden nu een niet genoeg te waarderen schat hebben betekend. Ik stel mijzelf de bekende vraag: "Wat zou de keuze bevatten zo gij er vijf boeken uit mee had kunnen nemen?"
Shakespeare komt zonder aarzelen bovenaan de lijst. En vervolgens? In verbeelding speurt het oog de rijen langs, de handen pakken nu hier dan daar een deel op. Het oordeel wikt en weegt: nog drie boeken,
- 127 -
boeken om niet één maal maar vele keren te lezen, boeken die voor een geheel leven geestelijk voedsel verschaffen. Wij zoeken, wij nemen als 't ware nu dit en dan dat deel ter hand, de keus valt moeilijk. Ondertussen heeft dit spel - meermalen zouden wij het spelen - de heilzame uitwerking, al is het slechts voor korte tijd, om onze gedachten in die verre rijke wereld te verplaatsen.
Vele indrukken, weleer opgedaan en half vergeten, worden weer levendig. Ontmoetingen, landschappen, steden en musea, verhalen en allerlei zelf ondervonden belevenissen. De herinnering, het arsenaal waar wij thans op teren moeten. Verzen, schijnbaar vervaagd, laten hun rhytme klinken

 

Terug naar bladzijde 260

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 262