Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 4 - 11 December 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 261

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 263

44R - Vervolg dagverhaal

blz 262

en op die cadans rijen de woorden zich van zelf aan een. Daar onder is telkens weer een door Melis Stoke in gevangenschap geschreven gedicht; onder de Bezetting werd het clandestien verspreid en talloze keren hebben wij het overgetikt:
"Wanneer de tijd zo traag verglijdt
en schijnbaar zonder plichten,
als keren tij, verman ik mij
mij zelve op te richten ....."
De dichter heeft onze eigen gevoelens in woorden uitgedrukt. Keer op keer herhalen wij de regels en langzamerhand dringt tot ons besef door het grote verschil tussen de omstandigheden waarin de gevangene verkeerde toen hij ze neerschreef en die waarin de vluchteling thans verkeert. Het verschil dat het begrip Vrijheid uitmaakt. Vrijheid om eigen mening te uiten in een wel geschonden maar toch bevrijd stukje van het Vaderland. Vrijheid om naar radioberichten te luisteren, vrijheid van angst voor de nacht bij huis stoppende auto, vrijheid om de omsluiting van de "stenen wanden" te verlaten, vrijheid om regen, sneeuw en wind te ondergaan en de zon te aanschouwen. Vrijheid van onbeperkte vergezichten, van wijde luchten, van stromend water .....
Die ene ontspanning is ons gebleven: de beweging in de vrije natuur, het wandelen. Deze sport kan nog beoefend worden dank zij de klompen en
- 128 -
de geleende mantel. Het is een uitkomst, want ik kan toch niet de gehele lange dag in huis blijven hangen bij de wel vriendelijke doch in de grond mij vreemde mensen en hen naar alle waarschijnlijkheid in de weg zitten. Zij offeren reeds zoveel van hun huiselijke intimiteit op aan de vreemde eend in de bijt. In twee geheel verschillende werelden hebben wij geleefd tot het onberekenbare lot ons samenbracht, twee levenskringen waarvan de uiterste randen der cirkels elkander nauwelijks raken. Het vraagt ondanks alle goede wil een behoorlijke dosis wederzijds begrip en aanpassingsvermogen om ons aan elkaar aan te passen. Toch, niettegenstaande hun grovere levensstijl weten de eenvoudige mensen mij met een bewonderenswaardig fijne tact het gevoel te besparen van te veel te zijn. Wanneer bij uitzonderlijk slecht weer ik mij opberg in eigen kamer, door mantel en reisdeken beschermd tegen de kou, duurt het niet lang of er tikt iemand op de deur en doet het verzoek in de warme keuken te komen; een klaarstaande kop thee of koffie vormt meestal het voorwendsel tot de uitnodiging.
Die warmte in het woonvertrek is maar betrekkelijk, het vuur ligt de gehele dag enkel wat te smeulen, want ook in het bevrijde Zuiden is brandstof schaars. Tegen een uur of vijf pas wordt het fornuis opgestookt om het late middagmaal te bereiden en niet vůůr 's avonds met gesloten luiken wordt het behagelijk in de keuken. En dan zitten wij toch nog altijd met koude voeten en benen, vanwege de hoge plaats van de vuurhaard in een fornuis.
Overdag roept Moeder van Tilborg menigmaal geŽrgerd uit: "Sluit die deuren toch, 't lijkt hier wel een stationswachtkamer!"
En inderdaad, iedereen loopt in en uit en laat maar al te vaak de deur open staan, waardoor de spaarzame warmte geheel verdwijnt. Vooral de kinderen van de buren hebben daar het handje van. 't Jongste kan nog geen eens bij de deurknop reiken om deze te openen, laat staan te sluiten. Met tweeŽn, met drieŽn komen zij binnen en 't is verbazingwekkend
- 129 -
hoe de thuis zo lastige kinderen zich hier als engeltjes gedragen. 't Is waar, hier geldt: wie stout is wordt onmiddellijk buiten gezet. 't Kleine goed beseft best dat dit geen ijdel dreigement is en niemand wil de kans lopen het voorrecht bij "Ome en Tante" te komen, te verspelen. Nimmer zijn zij er onwelkom; iedereen heeft wel een ogenblikje tijd met hen te spelen, hun vragen te beantwoorden, een wondje te verbinden of de scheur in hun kleren te maken waar Mamma anders zo boos over zou zijn. En altijd is er wel wat te beleven. Nu eens trekt het lieve roosduifje in zijn kooi de aandacht als het met sierlijke buigingen en zacht koeren voor ieder aangeboden stukje voer zijn dankbaarheid betuigt en dan weer staan zij vol verbazing te turen naar de raadselachtige prent die boven de ingang van de bijkeuken hangt. 't Is een knutselwerk uit den ouden tijd, samengesteld met opstaande stroken papier. Het papier is vaal en vuil geworden door de inwerking van rook en

 

Terug naar bladzijde 261

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 263