Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 4 - 11 December 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 263

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 265

44R - Vervolg dagverhaal

blz 264

Meer dan het sombere binnenland trokken de tochten langs den dijk. De dijk die altijd begaanbaar bleef; ook met het natste weer, wanneer de vette modder op de binnenwegen tot over de klompen heen sopte en ons soms verraderlijk meezoog naar de slootkant toe, zodat slechts de omhelzing van een boomstam of het grijpen van een tak een ongewenst bad verhinderde. De dijk met het ruime uitzicht, de torens en molens van het Brabantse land, maar ook van dat Gelderland waar het hart naar uitging. Als wij met helder weer onze koers naar het Oosten richtten, konden wij in de verte de donkere heuvelrij van het Rijk van Nijmegen onderscheiden. Onze bossen: wit tekende het kasteel van de Mokerhei zich af, als wenkte het ons. In het gezichtsveld, schijnbaar zo dichtbij en toch zo onbereikbaar. Dreunend als verre donder kwam telkenmale
- 132 -
het kanongebulder overwaaien.
Deze Ravensteiners, waarvan de mannen zelden en de vrouwen vrijwel nooit hun woning verlaten zonder noodzaak, zullen 't wel een zonderlinge liefhebberij gevonden hebben van de vluchteling om de gehele omtrek af te gaan lopen. Toch voelden zij zich, met de trots die inheemsen overal ter wereld voor hun geboortegrond koesteren, gevleid door de belangstelling van de vreemdeling. Vader van Tilborg wakkerde die belangstelling aan door zijn commentaar op de wandelingen. Hij, die voor het aankopen van slachtvee tot in verre omtrek heeft rondgezworven, gebruikte op die tochten ogen en oren en is daardoor bekend met de geschiedenis van elke boerderij en de lotgevallen van ieder gezin. En het waren niet enkel de mensen en dingen van eigen tijd die zijn aandacht trokken; ook de geschiedenis van deze contreien, welke in de 80-jarige oorlog een Niemandsland vormden tussen Spaans en Staats en daar nog de sporen van dragen, is hem niet vreemd. Hij weet waar thans verdwenen kastelen hebben gestaan, waar in oude tijden slag geleverd is, waar resten van vroegere schansen zijn te vinden. De merkwaardige legende van de Goudsberg bleef heem evenmin onbekend. Verzekeren de omwonenden niet dat in die heuvel de gouden koets van Napoleon met zijn gehele krijgskas verborgen is? Talloze pogingen zijn gedaan om deze begeerlijke zaken op te graven doch niemand mocht er in slagen de schat te bemachtigen.
Wanneer er over het land van de Beerse Maas verteld wordt dan komt onvermijdelijk ook het water ter sprake. Hoevele verhalen weet Vader van Tilborg niet over de Maas en zijn overstromingen te vertellen! Over de strijd die in dit land door alle eeuwen heen met en tegen het water gevoerd is; over de watermassa's van de Maas die hun uitweg over het kale onbewoonde land moesten zoeken als de rivier gevaarlijk hoog gezwollen was en de dijken dreigden te bezwijken. Ook hier gold: wie het water deert, die het water keert.
- 133 -
Dammen werden opgeworpen om bepaalde gedeelten waar men al te veel overlast ondervond te beschermen. Daardoor steeg de vloed op andere plaatsen des te hoger, bij nacht en ontij werden pogingen gedaan om die dijken weer door te steken. Wat soms gelukte bij verrassing en soms na felle schermutselingen door een sterkere tegenpartij verhinderd kon worden. Zo was de geschiedenis van dit land vol moeite en strijd. Bloed vloeide menigmaal. De Groene Dijk had toepasselijker de naam Rode Dijk kunnen dragen.
Door die beelden uit het verre en nabije verleden werd het verlaten landschap verlevendigd; een huis, een dijk gingen wij met andere ogen bezien nu wij de gebeurtenissen kenden die er zich afgespeeld hadden.
Toch werd een enkele keer het verlangen naar iets anders dan die eeuwige vlakte, naar bos te sterk. Of is het een verkapt verlangen naar Groesbeek, naar eigen omgeving? Ik verzamel mijn moed om de verre tocht naar de Schaykse bossen te ondernemen. Eerst gaat het door het land van de Beerse Maas, waarin een paar dorpen met hun akkers zich wat hoger verheffen. Achter de dorpen verandert het terrein, zand in plaats van vette rivierklei. Hei en schrale akkertjes en wat verspreide armelijke hutjes. Haveloze kinderen vluchten schuw weg voor het onrustbarende verschijnsel van een vreemdeling; vrouwen, nieuwsgierig en wantrouwig, komen naar buiten. Zij beantwoorden de groet niet.
In het verschiet, op korte afstand de donkere zoom van bomen, het bos. De voeten in de logge klompen zijn vermoeid als het eindelijk bereikt wordt. Het is een teleurstelling. Halfhoog

 

Terug naar bladzijde 263

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 265