Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 4 - 11 December 1944 Slot

Terug naar bladzijde 265

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 267

44R - Vervolg dagverhaal

blz 266

Hadden wij de eerste maanden van ons verblijf in Ravenstein de ontmoedigende indruk alsof het Bevrijdingsoffensief tot een volkomen stil-
- 136 -
stand was geraakt, als of de fronten onwrikbaar vastgelopen waren gelijk in den vorigen oorlog; thans is er een ommekeer gekomen, thans wijzen alle tekenen op actie, op de voorbereiding tot een groot offensief.
Op elke beschikbare plek: in tuinen en in boomgaarden, op de wallen en op de Stadsbleek worden de halfronde gegolfd ijzeren Nissenhutten opgetrokken, die tot onderdak van de soldaten moeten dienen. Dag aan dag trekken transporten van troepen, munitie en voorraden door het stadje en over de schipbrug die kort geleden gereed is gekomen.
Volgens de Ravensteiners werd de brug op een verkeerde plaats geslagen, zij beweren dat de opritten veel te laag liggen. Daar onder aan de veerweg staat 't immers dadelijk onder als het water gaat wassen en wassen doet het vast in de nawinter wanneer de sneeuw in de Ardennen gaat smelten. De Geallieerden zullen er niet veel plezier van beleven, luidt de sombere voorspelling.
In alle geval doet de brug thans goede dienst als een noodzakelijke verbindingsschakel in het verkeer naar het front. Ook is de brug van groot gemak voor de mannen die aan de wegen in Maas en Waal werken. Nu behoeven zij niet meer de omweg over Grave te maken of op de pont te wachten. Vele van onze dorpsgenoten hebben zich voor de wegenverbetering aangemeld. Het zware grondwerk schrikt hen niet af, zij worden flink betaald en krijgen bovendien een voedzaam warm maal, stevige soldatenkost die in de maag staat. Bruggers de Groninger die opzichter is, zegt dat hij graag met Groesbekers werkt; zij zijn ijverig en met een vrolijk woord, een grap gemakkelijk te regeren. In 't begin wordt er wel geklaagd dat de kleren - dikwijls hun enige stel - zo te lijden hebben in weer en wind; doch dit bezwaar verdwijnt als er voor de luttele som van slechts vijf gulden een wel gedragen maar toch in behoorlijke staat zijnde warme Engelse overjas en voor tien gulden een paar waterdichte nieuwe schoenen verkrijgbaar worden gesteld.
- 137 -
Onrustbarende geruchten waren rond: de Duitsers zouden het voornemen koesteren om het Land van Maas en Waal te laten onderlopen. Hoe gemakkelijk is dat voornemen uit te voeren, slechts enkele op het juiste punt van een dijk neergeworpen bommen zijn voldoende om de gehele streek onder water te zetten. In dat geval kunnen de bewoners nergens anders hun toevlucht zoeken dan aan den overkant in Brabant. Wanneer de Ravensteiners nauwelijks de schrik over deze mogelijke invasie verwerkt hebben, lekt er iets uit dat hen in een volledige paniekstemming brengt. De Geallieerden overwegen om Nijmegen, Oss, Ravenstein en de ganse omgeving te evacueren. Er moet ruimte zijn voor tienduizenden soldaten en bovendien meent men door deze maatregel de onvindbare spionnen, die iedere troepenbeweging aan den vijand doorgeven, kwijt te zullen raken. De brave burgers zijn buiten zich zelf van wanhoop. Welk een ramp, welk een onmenselijke eis: huis, inboedel, winkelvoorraad, alles te moeten achterlaten. En wat zal men er van terugvinden?
"Waarschijnlijk net zo weinig als wij, hier zullen ze ook wel lekker gaan plunderen" vermoeden de Groesbekers. Onbewogen, zonder medegevoel horen zij het gejammer en het geweeklaag aan van de mensen die tot nu toe op vluchtelingen neerzagen als waren het minderwaardige wezens. De Groesbekers zijn niet vergeten dat deze zelfde lieden dolle pret gehad hebben over verhalen van grappen uitgevoerd met kleren uit de verlaten woningen in de vuurlinie, over soldaten met damesbontjassen en hoeden, over geiten met boord en hoge hoed getooid. Deze zelfde lieden hebben voor een zacht prijsje kledingstukken gekocht die z.g. uit Duitsland afkomstig waren, hoewel er in de zakken lidmaatschapskaarten van fanfaregezelschappen en andere verenigingen uit de Nederlandse grensdorpen zaten. Een enkele vluchteling wrijft de inwoners onder de neus: "Nu gaan jullie 't lekker ook eens ondervinden wat 't voor ons geweest is; maar natuurlijk als 't je zelf overkomt is het een onverdiende

 

Terug naar bladzijde 265

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 267