Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 16 - 25 December 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 268

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 270

44S - Vervolg dagverhaal

blz 269

waar wij zitten zal hij terugkomen om zijn avonturen te vertellen, thans heeft hij geen tijd, hij moet nog voor donker zien thuis te zijn. En 't is nog een verre tocht naar zijn kwartier ergens in de binnenlanden van Brabant.

Dinsdag 1) 21 December.

De kortste dag en inderdaad van alle mistige, lichtloze dagen van de laatste tijd de donkerste. In deze lange nachten trekken steeds meer vliegende bommen over; af en toe ontploft er een op korten afstand met een dreunende slag. De Mof roert zich weer. Valschermjagers zijn in Nijmegen en blijkbaar ook elders gedaald. Er broeit iets. Ook hier is men verdacht op parachutisten en overvallen. Dubbelposten patrouilleren overal, tot zelfs in de straten van Ravenstein. De mannen worden telkens aangehouden en moeten dan hun identiteitskaarten vertonen. De soldaten hebben consigne gekregen om 's nachts in de kleren te blijven en met het geweer bij de hand te slapen. Bioscoopvoorstellingen en dancings zijn afgelast. In Reek en de andere plaatsjes nabij de Graafse brug is de avondklok reeds om zes uur ingesteld; wat betekent dat een ieder van dat uur af binnenshuis moet blijven.
Niettegenstaande het slechte weer en de zeker tien centimeter dikke modderbrei, net chocoladepap, die de weg bedekt, ga ik toch geregeld op den dijk kijken naar het slaan van de tweede brug die op korte afstand van de eerst komt te liggen. Blijkbaar zijn de Geallieerden door de hoge waterstand van onlangs tot het inzicht geraakt dat de waarschuwingen van Nederlandse zijde, hoe ongelofelijk ook, niet ongegrond waren. Deze brug zal veel hoger komen te liggen, de opritten beginnen op de kruinen der dijken. De Ravensteiners die zo zeer met
- 143 -
hun rivier medeleven, tonen veel belangstelling voor de bruggebouw. Een ieder die een ogenblikje tijd over heeft, gaat een kijkje op den dijk nemen; regen en storm ten spijt. Dat wil zeggen: enkel de leden van het sterke geslacht. Vrouwen behoren volgens de ouderwets degelijke Ravensteinse opvatting de gehele dag in huis bezig te zijn en zich niet dan bij hoge uitzondering op straat te vertonen. Bovendien hebben vrouwen immers toch geen belangstelling voor techniek.
Onder de vaste bezoekers op den dijk behoorde de oude aannemer Eygelsheim, het kittige welhaast 80-jarige heertje met zijn grijs-witte puntbaard, die ik in gedachten met de naam kaboutermanneke betitelde. Onvermoeid kon hij er uren staan kijken. Wij, de dagelijkse toeschouwers kenden elkander allen van aanzien en wisselden soms een groet, en woordje. Onder hen was een Betuwse boer, die ik iedere Zondag in ons kerkje zag zitten. Een zekeren dag van uitzonderlijk slecht weer waren hij en ik de enige toeschouwers op den dijk. Beide staarden wij zwijgend naar de overkant, naar de Gelderse oever. Ineens deed hij een paar stappen naar mij toe: "Och, als 't maar eenmaal zover was dat wij de rivier over mochten. Hier in den vreemde is 't ook niks, waor?"
Geen spier vertrok in zijn als uit grauw oud eikenhout gebeeldhouwde kop; de ogen alleen met hun verre, trieste blik drukten zijn groot verlangen uit. In korte, stugge zinnen kwam hortend het verhaal van de strijd in de Betuwe, van hun gedwongen vlucht. "Want vrijwillig was ik nooit gegaan, zelfs voor het water had ik mijn mooie boerderij nooit in de steek gelaten." Een fruitboer was hij, met zoveel bunder van de mooiste bongerds van de gehele Betuwe. "Beste grond en best onderhouden, al zeg ik het zelf. En nu stroomt het water er over heen, ze zeggen 't staat er wel drie meters hoog. De vrouwe jammert maar over 't huis en de meubels, dat was ook goed spul, maar ik zeg: hoe krijg ik mijn grond ooit weer goed? De bomen zijn natuurlijk verloren,
- 144 -
die kunnen er niet tegen zo lang met natte voeten te staan."
Op mijn vraag naar de soorten die hij kweekte, begon hij ze geestdriftig op te noemen. Op die winderige dijk stonden wij te redeneren over de voor- en nadelen van de verschillende soorten alsof het een zoele zomeravond in het vette Betuwse land was en wij een kuiertje door de bongerds


     [1] Dit moet Donderdag zijn. P.S.

 

Terug naar bladzijde 268

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 270