Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 16 - 25 December 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 270

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 272

44S - Vervolg dagverhaal

blz 271

Een der eerste dagen dat de Vluchteling er in de kost kwam, heeft zij zich op verzoek van Moeder van Tilborg laten wegen op de varkenswaag, die in het grote pakhuis van de Boerenbond staat. Als zij na veertien dagen weer op de weegschaal stapt, zegt de knecht: "Nou, U heeft zeker ook een beter kosthuis gevonden, U bent ponden aangekomen!" De gehele familie verneemt het met grote voldoening en vol rechtmatige trots vertelt Moeder van Tilborg 't aan ieder die het horen wil. Alsof 't een van haar gemeste varkens betrof.
's Zondags, en Maandags de kliekendag van het altijd overvloedige Zondagse maal, werd er gegeten "zo als de grote lui", n.l. een krachtige soep, vlees, groente en aardappelen en een nagerecht bestaande uit vla met ingemaakte vruchten, perziken, abrikozen of peren uit de eigen boomgaard.
Aan tafelgesprekken deed men daar weinig; eten is een ernstige bezigheid die de volle aandacht van een mens vraagt. Vader en de jongens gingen aanstonds na afloop weer aan 't werk, doch wij vrouwen bleven nog wat zitten nababbelen. Dan kwam Moeder van Tilborg op haar praatstoel en vertelde. Zij vertelde voortreffelijk, in de eigenaardige streektaal die in dat oude stadje bewaard was gebleven. Lange verhalen, uit vroeger en later tijden, gehele familieromans, zo dat de Vluchteling langzamerhand op de hoogte geraakte met de geschiedenis van ieder huis en van elk gezin. Hoe gemakkelijk hadden deze verhalen in een chronique scandaleuze kunnen ontaarden, doch het milde oordeel en het menselijk medegevoel van Moeder
- 147 -
van Tilborg wisten deze klip onbewust te vermijden. Alsof zij het Franse gezegde: "Tout savoir c'est tout comprendre" kende, zo trachtte zij immer een verklaring, een verontschuldiging voor de menigmaal zonderlinge handelingen van de bewoners van dat kleine achteraf stadje te vinden.
Gelijk reeds vermeld was Vader van Tilborg slager in ruste. Dat in ruste kan gevoeglijk nagelaten worden, de man had het overdruk met huisslachtingen en daarbij nog met het roken van hammen en worsten. In dat oude huis bevond zich een z.g. rookkamer, een klein vertrek voor 't grootste deel ingenomen door een schouw waarin dag en nacht "spaon" te smeulen lag om de daar opgehangen vleeswaren het proces van roken te doen ondergaan. De "spaon" bestond uit afval van het peppelen- en wilgenhout der klompenmakers. Nu wilde 't ongeluk dat in deze laatste oorlogswinter toen iedereen varkens hield en slachtte voor eigen gebruik en iedereen liet roken, spaon vrijwel niet te krijgen was daar de mensen er fel op waren ter aanvulling van de schaarse huisbrandstof. De zoon Harrie, de bakker die voor die winter zijn ambacht er aan gegeven had om thuis te helpen, moest menigmaal een gehele dag rondfietsen langs alle klompenmakers in de omtrek, voordat hij er in slaagde een enkele zak van de zo zeer begeerde "spaon" te veroveren. En hoeveel was er niet van nodig! In de schuur hingen menigmaal de hammen en worsten en zijden spek van zeven grote varkens te wachten op de bewerking in het rookhok. Een schouwspel van overvloed de oude Vlaamse schilders waardig. Een tot leven gekomen schilderij van Breughel was 't wanneer het vlees gebracht of gehaald werd. Meestal waren clandestiene varkens de vleesleveranciers geweest, om die reden werd de zak bij donkere avond afgehandeld. Er klonk dan een geheimzinnige zachte klop op de huisdeur of soms op de achterdeur, er werd een lantaarn aangestoken en bij 't vage schijnsel traden een paar mannen binnen, een met zakken toegedekte ladder als berrie torsend, de hoeden ver over de ogen getrokken om op straat
- 148 -
niet herkend te worden.
Eenmaal veilig in de schuur kwamen van onder het dek van jute zakken geweldige rozerode en witte hammen met bruin zwoordomhulsel, grote zijden blank spek en slingers worsten te voorschijn; die bij de reeds aanwezige voorraad aan de spekhaken opgehangen werden.
Door deze schuur namen de soldaten die bij ons de avond doorbrachten bij voorkeur hun weg om van het Parochiehuis naar onze keuken te komen, het was n.l. de kortste verbinding. Met verwondering beschouwden zij deze overvloed van vlees; dit schouwspel was weinig in overeenstemming met de ontroerende verhalen die hun propaganda ophing over nijpende honger en hartverscheurend gebrek in het arme Holland. En daar een Engelsman even critisch aangelegd is als een Hollander, deed dit gezicht de soldaten voor de zoveelste maal twijfelen aan de waarheid van wat hun propaganda verkondigde.

 

Terug naar bladzijde 270

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 272