Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 16 - 25 December 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 271

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 273

44S - Vervolg dagverhaal

blz 272

Het kostte Miss Groesbeek heel wat woorden om hen te doen begrijpen dat de omstandigheden op het Brabantse platteland volkomen verschillend waren van die in de grote steden in het Westen des lands en dat er werkelijk bittere honger geleden werd in het door de Moffen bezette deel.

Vrijdag 22 December.

Reeds kort na het vertrek van mijn familie heb ik een brief voor hen kunnen meegeven aan Groesbeekse vrienden die voor verdere verzending zorg zouden dragen. Vandaag was ik in de gelegenheid met een vrachtauto die vluchtelingen naar Breda overbracht een pakje te verzenden. Dit bevatte de koffie die thans eindelijk na lang wachten op hun distributiebonnen uitgereikt is. Wij zullen nu maar hopen dat de verleidelijke geur die het pakje omgeeft niemand in de verzoeking gaat brengen om het in te pikken.
Fred, de Canadees die achter Herpen in kwartier lag, is vertrokken maar niet dan nadat hij opzettelijk naar Ravenstein is gekomen om afscheid te nemen, te bedanken en twee paar leren zolen en hakken te brengen: "Pour la dame qui a toujours si gentiment traduit mes lettres."
- 149 -
't Waren natuurlijk liefdesbrieven geweest, zo als wij er zoveel te vertalen kregen. Want wel konden ogen en handdrukken en liefkozingen veel vertellen van wat in de harten omging, doch er kwam een tijd wanneer de woorden: "Do you love me?" en 't antwoord: "Yes my darling" - die paar woordjes van de vreemde taal hadden de Brabantse maskes al heel gauw te pakken - niet meer voldoende waren voor 't maken van toekomstplannen. Dan moesten de enkele personen die Engels of Frans machtig waren, in vertrouwen genomen en ter hulp geroepen worden. Als blijk van waardering voor de moeite kreeg men dan een reep chocolade, een pakje sigaretten of, kostelijke gave, een stuk beste Engelse zeep vereerd.
Fred, zo als zijn Engelse kameraden hem noemden, eigenlijk Frédéric Dubois geheten, een onvervalst Frans type met donker haar en vriendelijke, eerlijke donkere ogen, was in de zevende hemel toen Miss Groesbeek bij de eerste kennismaking zijn moedertaal tegen hem begon te spreken. In zijn verrukking bij die vertrouwde klanken opende hij aanstonds zijn gehele hart. In een eigenaardig, archaïsch Frans vertelde hij van de ouderlijke boerderij, een gemengd bedrijf, landbouw zowel als veehouderij. Best land was 't en bleef 't ook. Zij pasten wisselbouw toe en bemesten goed, ook met stalmest, dan behield de grond zijn groeikracht. De Engelsen en Amerikanen verbouwden uitsluitend graan, mestten enkel met kunstmest en mergelden de bodem uit. Van het Canadese boerenland kwamen wij op de Brabantse akkers en hij verzekerde "'t Is hier net als bij ons in 't Franse gedeelte van Canada, bomen en struiken bij de huizen en langs de velden, niet zo kaal als in de andere streken van Canada met die eindeloze velden."
Ten slotte kwam Frédéric op het onderwerp waarvan zijn hart vervuld was: het meisje dat ergens op een afgelegen keuterboerderijtje in het land van de Beerse Maas woonde. Uitvoerig zong hij haar lof in zijn bloemrijk Frans en somde al haar vele goede eigenschappen op.
- 150 -
Toen Miss Groesbeek haar wandelingen eens tot de achterhoek uitstrekte waar Tonia woonde en het meisje opzocht, kon zij vaststellen dat Fred in zijn verliefdheid toch waarlijk niet al te zeer overdreven had. Tonia was inderdaad knap en lief en maakte ook de indruk flink te zijn; zonder twijfel zou zij 't wel rooien met haar vereerde Freddie in 't verre Canada.
Evenwel, zo ver was 't nog lang niet. Fred zeide dat hij Tonia eerst moest overtuigen van de bestendigheid zijner liefde, vervolgens zou hij haar zijn trouwbeloften geven. Ook wilde hij haar op de hoogte brengen van haar toekomstige leven in Canada, van zijn familie en de gehele omgeving. Doch hoe dat te doen? De brave jongen kende nauwelijks vijf woorden Nederlands en zijn beminde geen woord Engels of Frans.
Wij verdachten Toon er van dat hij Fred aangeraden had zich tot Miss Groesbeek te wenden. Toon scheen ook geregeld een meisje in dat achterland te bezoeken; misschien was 't wel Tonia's zuster. De tolk kreeg het druk, want hoewel het tweetal gelieven elke avond bij elkander kwam, er

 

Terug naar bladzijde 271

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 273