Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 16 - 25 December 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 273

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 275

44S - Vervolg dagverhaal

blz 274

orgel; hoe zingt en jubelt het zuivere instrument onder de bekwame handen van deze geboren organist. Ach hadde hij zich maar beperkt om op deze wijze Gods eer te verkondigen.
's Middags gaan wij kijken naar de inspectie of parade op de Markt die daar thans dagelijks gehouden wordt. Het gehele pleintje wordt afgezet, ondertussen hebben zich op de stoepen en voor de vensters alle toeschouwers verzameld. Iedereen die maar enigzins zijn bezigheden in de steek kan laten, draaft naar de Markt zo ras in de verte het neurind geluid der doedelzakken en het bonken van de diepe trommen weerklinkt. Niemand wil het bonte, uitheemse schouwspel missen. Daar komen de troepen, de kleurige Schotten, van onder de Kasteelse Poort opgemarcheerd. Voorop de tamboer-majoor, een vervaarlijke kerel die, steeds op de maat van de muziek, allerlei wonderlijke toeren met zijn fraaie stok uithaalt. Hij gooit hem hoog op en vangt hem met onfeilbare zekerheid, terwijl zijn gelaat zo hoogmoedig en onverschillig staat alsof
- 153 -
het niet de minste moeite kost en de gewoonste zaak van de wereld ware. Bij wijlen loopt hij zelfs achteruit, het gezicht gekeerd naar de vier barse tamboers, reuzen van kerels die geweldige diepe trommen torsen, zwaar rustend tegen het hun borst bedekkend pantervel; de kop met dreigend geopende muil hangt hen op de rug. Ook de tamboers vertonen kunsten met hun trommelstokken: tijdens de rusten in de muziek slaan zij de stokken boven hun hoofden tegen elkaar en markeren zo de maat.
Daarachter volgen de zes doedelzakspelers. Fel gekleurde linten wapperen van de pijpen, linten fladderen van de mutsen der soldaten, groene linten bevestigen hun kousen, waaruit het gevest van een dolk te voorschijn komt. Witte slobkousen, wit leerwerk, aan de gordelriem grote beestevellen tassen, de bont geruite kilts zwieren uit op het rhytme van het marcheren. Officieren, soldaten zien niemand en niets en toch zijn zij zich ter dege bewust van hun succes bij de Ravensteinse bevolking!
Vanuit haar nis in de kerkmuur ziet Sinte Lucia met een beminnelijke, wijze glimlach toe. De tijden komen en de tijden gaan en er is niets nieuws onder de zon, ook al verandert er schijnbaar zoveel in de loop der eeuwen. Heeft Sinte Lucia niet op deze zelfde markt al menige parade meegemaakt, van Staatse soldaten - waren daar niet eveneens Schotten bij? - zowel als van de soldaten van de Revolutie en van Napoleon. De kleding, de wapens mogen verschillen, de mens blijft dezelfde. En de Ravensteiners van heden zijn even verzot op dit schouwspel als hun stadgenoten van vorige eeuwen.
Alles wat jongen is in Ravenstein zorgt tijden van te voren present te zijn om een goed plaatsje te veroveren, een plaatsje waar zij vr of over de grote mensen heen kunnen kijken. De jeugd zegent 't dat er geen school gehouden wordt en dat zij dag aan dag vrij af hebben. Heerlijk is het leven in oorlogstijd in een stad vol soldaten!

Maandag 25 December.

Kerstmis, met koud, vriezend weer. 's Middags in een zo snel tempo als de zware klompen het toelieten Herpen omgewan-
- 154 -
deld; werd tintelend warm ondanks de gure wind die op de vlakte door merg en been sneed. Het sombere landschap is naargeestiger dan ooit met de doodse sneeuw waarop als enige levende wezens kraaien rondscharrelen. Nu en dan stoot een van de zwarte vogels een schorre alarmkreet uit, waarop de gehele zwerm nijdig krijsend opvliegt en vlucht naar een eenzame kale boom. Verontwaardigd zitten ze daar te krassen tot een ondernemende broeder zich weer naar beneden waagt en op de verlaten prooi neerstrijkt. Haastig, begerig volgt de gehele bende. Hier moeten de kraaien zich vergenoegen met een enkel verongelukt beest; op luttele mijlen afstand wacht edeler vlees hen als buit.
Sidney Prior, een van onze tegenwoordige Engelse bezoekers, deelt 's avonds kerstgeschenken uit: voor ieder een sinaasappel

 

Terug naar bladzijde 273

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 275