Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 16 - 25 December 1944 Vervolg

Terug naar bladzijde 274

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 276

44S - Vervolg dagverhaal

blz 275

- in hoeveel jaren hadden wij deze heerlijke vrucht niet meer genoten? - en verder chocoladerepen voor de meisjes en sigaretten voor de jongens. Wij vermoeden dat hij zijn eigen feestrantsoen aan ons opoffert en willen hem toch niet teleurstellen door te weigeren wat zo gulhartig aangeboden wordt.
Tevoren hadden de soldaten ons op de hoogte gebracht van de traktatie die hen met Kerstmis te wachten stond. Volop sigaretten, snoeperij en oranges en een feestmaal waarbij zelfs kalkoen, het eten der rijken, niet ontbreken zou. Een paar dagen geleden hadden wij uit een truck enorme blikken zien uitladen, grote letters vermeldden dat er stuffed turkey in zat en ten overvloede prijkte het portret van een pracht van een kalkoen er op.
Achteraf zijn onze vrienden er minder over te spreken; de blikken bleken van de begeerlijke vogel enkel de gehaktvulling te bevatten.
't Is een vreemde Kerstmis, dit feest van Vrede op Aarde in volle oorlog. Er hangt een spanning, de atmosfeer is geladen. De wachtposten zijn overal verdubbeld, ook op onze Plaats; sterke patrouilles doen de ronde.
- 155 -
De radio, de kranten melden heftige aanvallen van de Duitsers in de Ardennen; de vijand dringt met onverwachte kracht op naar de Maas.
Onze militaire vrienden zijn stil en gedrukt en er gaan ongewoon veel sigaretten in rook op. Wij voelen dat zij er meer van weten en vermoeden dat zij niet mogen spreken. Hoogstens ontglipt hen tegen Miss Groesbeek een: "It is rather bad down there" of zij foeteren op "the clerc of the weather" die volgens hen altijd met de Duitsers en tegen ons is en staven deze bewering met op te sommen hoe vele malen het weer in 't voordeel van de Moffen en in hun nadeel is geweest. Nu deze winter opnieuw met de eeuwige regen en mist die de voorbereiding van het offensief in de Ardennen gecamoufleerd heeft.
Volgens boze geruchten zijn de Duitsers de Maas bereids overgestoken en zouden zij Brussel gaan bedreigen. Brussel, en daarna Antwerpen, de onmisbare aanvoerhaven voor de Geallieerden aan het Noordelijk front.
Angstige zielen hechten onvoorwaardelijk geloof aan al deze onrustbarende berichten; een paniekstemming krijgt hen te pakken, zij zien de zaak van de Geallieerden, zien onze vrijheid reeds reddeloos verloren. Rustig oordelende lieden maken zich eveneens bezorgd over deze onverwachte aanval van een vijand die meen geheel in de verdediging teruggedrongen waande. Kaarten worden bestudeerd en men stelt vast dat de breedte van de bevrijde strook tussen de Belgische Maas in de Ardennen en de Bergse Maas in Nederland, tussen Dinant en Geertruidenberg, niet meer bedraagt dan een 150 Kilometer. En wat betekenen nog geen honderd mijlen voor een in het elan van de overwinning onweerstaanbaar opdringende legermacht?
Enkelen, en daar behoort mijn persoon bij, laten zich nergens door verontrusten en behouden ongeschokt hun rotsvaste vertrouwen in de uiteindelijke overwinning der Geallieerden. Het vertrouwen dat hen
- 156 -
door alle oorlogsjaren heen nimmer in de steek gelaten, dat hen staande heeft gehouden, tegenslagen en beproevingen ten spijt. Het kinderlijk vertrouwen dat, gelijk die oude Drentse boer het uitdrukte: "Onrecht nooit blijvend kan zegevieren."
Een dreiging hing in de lucht, wij voelden het en toch wisten wij weinig hoe groot het gevaar in werkelijkheid was. In die Decemberdagen heeft de zaak van onze vrijheid aan een zijden draad gehangen.
Later zouden Vader en Moeder ons verhalen hoe teleurgesteld de in Breda gelegerde Polen waren toen de verloven plotseling kort voor Kerstmis ingetrokken werden. Zij hadden zich uitermate verheugd op het vooruitzicht van gezellige feestdagen in de huiselijke kring bij de families die de Bevrijders van hun stad zo hartelijk ontvingen; of op een evenmin te versmaden verblijf in Brussel, de stad van plezier. En nu, in plaats van vrolijkheid en warmte tegemoet te gaan, werden zij gezonden naar de eenzame, ijzige vlakten rondom Geertruidenberg.

 

Terug naar bladzijde 274

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 276