Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 16 - 25 December 1944 Slot

Terug naar bladzijde 275

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 277

44S - Vervolg dagverhaal

blz 276

Toen kwam die nacht vr Kerstmis, een nacht waarin iedereen in Breda uit de slaap gehouden werd door het donderen van de vuurmonden. De voortdurende roffel, het trommelvuur, de Groesbekers maar al te goed bekend. Uren lang, de ganse nacht lagen zij te luisteren. Vader herhaalde telkens tegen Moeder: "Maak je niet ongerust, het is van ons af en niet naar ons toe, het zijn de Geallieerden die vuren."
Inderdaad waren het de Geallieerden. Zij brachten Napoleons strategische raad in toepassing: "La meilleure dfense est l'attaque."
Dank zij de dappere Jan de Rooy die ten koste van zijn leven de Geallieerden intijds van de plannen van de Duitsers op de hoogte had gebracht, waren zij de Duitsers voor geweest en sloegen de aanval op Brabant af.
In vereniging met het Ardennen-offensief had deze aanval moeten werken als een tang die de kop van de Geallieerde legers afkneep.
- 157 -
De enorme voorraden aan munitie en verder krijgssmateriaal die den vijand hiermede in handen zouden zijn gevallen, de bekwame troepen met ervaring van vele fronten, en misschien nog het belangrijkste punt: tijdwinst in de wedloop naar de voltooiing van de atoombom. De atoombom die de macht zou verschaffen om door dit alles vernietigende wapen de worsteling van al die jaren ten voordele van de ene partij te beslissen. 1)
Op Tweede Kerstdag 2) komt Sidney vaarwel zeggen; zijn regiment heeft plotseling bevel gekregen naar elders te vertrekken. Wij kunnen niet wennen aan dat ellendige afscheid nemen, net zo min als de jongens zelf.
Ook Roy de Canadees gaat ons onverwacht verlaten. Ons Royke, gelijk deze Brabantse familie de vrolijke jongen dadelijk betiteld had, als ware hij een lid van hun gezin. Hoewel Roy in kwartier in een dorpje aan de overzijde van de Maas lag, was hij toch van het begin af aan, sedert die avond dat Jack en Frank hem eens meegenomen hadden, een getrouwe gast geweest. Dat wil zeggen: bij tussenpozen. Soms zagen wij hem een tijdje niet, dan wisten wij dat zijn afdeling weer eens naar het front gezonden was ter aflossing van andere troepen. Maar altijd dook hij naar een paar weken weer op.
"Ha, die Royke! Nu zullen wij pret hebben!" werd er geroepen als het donkere hoofd met de ondeugend tintelende ogen om de hoek van de deur verscheen. Dan haalde hij met de jongens honderd grappen uit; ook kon hij de meisjes zo leuk plagen dat wij er allen schik mee hadden, de wanden van de keuken daverden menigmaal van het lachen. Vooral op de knappe Stien, de vriendin van de meisjes, had hij het gemunt en Stien, gevat als zij was, wist in haar onbeholpen Engels toch altijd een antwoord te vinden waarmee zij hem versloeg en Royke zelf had daar de grootste pret om.
- 158 -
Dat waren vrolijke, onbezorgde avonden. De oorlog en al zijn misre was naar de achtergrond verdrongen, tenminste zo lang niet het geratel van een vliegende bom ons er aan herinnerde. Dood en verderf boven onze hoofden, wij luisterden gespannen of hij niet afsloeg en neerkwam. Het praten en lachen stokte totdat het gerommel in de verte verdween, dan wordt de draad weer opgevat en 't was meestal Royke die de boel opnieuw aan de gang bracht.
En toch ..... Was het verbeelding dat Roy stil aan veranderde, dat er iedere maal dat hij van het front terugkeerde een stuk van zijn vrolijkheid afgevallen is? Hij schroeft zich nog wel op tot uitbundigheid doch 't is niet meer het ware.


     [1] Later is bekend geworden dat de Duitsers nog lang niet zover waren met hun atoomonderzoek.P.S.

     [2] Of dit was op Eerste Kerstdag, f de datum 26 dec op vel 277, blad 104 staat daar onjuist. P.S.

 

Terug naar bladzijde 275

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 277