Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 26 - 29 December 1944

Terug naar bladzijde 276

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 278

44T - Vervolg dagverhaal

blz 277

Moeder van Tilborg beschouwt allen die zich 's avonds in haar keuken verenigen als haar kinderen die zij in 't hart gesloten heeft. Zij bemoedert hen en houdt hen ongemerkt in 't oog alsof het haar eigen zoons waren. Nu, deze laatste avond van Royke schiet de aardappelschillerij helemaal niet op, herhaaldelijk rust haar blik met een bezorgde uitdrukking op de jonge man die wel mee doet met het kaarten doch telkens domme fouten maakt. Tot ergernis van Vader van Tilborg, zijn partner, een fijn speler, waarvan hij het gehele spel verknoeit.
De Moeder schudt het hoofd en zegt zachtjes: "Diejen armen jong, nu moet hij weer weg en 't deugt niets voor hem. O, als die akelige Hitler er maar nooit geweest was, dan waren de Moffen wel thuis gebleven en hadden ons met rust gelaten. Ik zou die vent wel willen vermoorden!"
't Komt er heftig uit en zij zwaait dreigend met het scherpe aardappelmesje; Ernest kijkt verbaasd van zijn kaarten op en informeert: "Wat zegt Mamma, spreekt zij over Hitler?"
"Mamma wil Hitler aan haar mes rijgen!"
"Thats right Mamma! Three cheers for Mamma!"
En zo eindigt de avond met een ovatie voor de brave vrouw, allen stem-
- 159 -
men wij geestdriftig met het gejuich in, zodat zij er verlegen onder wordt en zelfs de tranen in de ogen krijgt; al wimpelt zij 't af met een "ach, die malle jongens".
"Nou, nou," merkt haar man op "'t is goed dat je geen jonge vrouw meer bent want dan zou ik jaloers geworden zijn en de militairen als de bliksem het huis uit gebonsjoerd hebben!"
Zo eindigt de avond toch nog in vrolijkheid; een goede herinnering voor hen die vertrekken.

Dinsdag 26 December.

De Zondagen, waarop ieder uit zijn gewone doen is en na kerkgang en maaltijd met de vrije tijd eigenlijk geen raad weet, zijn eindeloze dagen. Ditmaal volgen er liefst drie op elkander. 's Middags trek ik er maar weer op uit, ondanks de koude. Alleen de grote wegen, waar de sneeuw geruimd of platgereden is, zijn te begaan op klompen. Op de weinig gebruikte paden zakken we weg in de dikke laag die in klodders vastplakt onder de zool en hak en het lopen onmogelijk maakt zo wij de klompen niet om de tien pas afkloppen tegen boom of hek. 't Wordt een lange wandeling, drie uren gaan er mee heen. Opwekkend is 't er niet in dat kale land van de Beerse Maas. En toch zijn er mensen die deze verlatenheid verkiezen boven de bewoonde wereld. Als het laatste dorpje met zijn oude rietbedekte boerderijen achter de rug ligt, komen we in het Pollenbroek. De naam verraadt zure drassige grond waarin het harde door het vee versmade biesgras pollen vormt. Daar, onder de allerlaatste windverwrongen schrale boom staat een eenzame woonwagen. Het vehikel heeft al jaren dit plekje op het Pollenbroek ingenomen en niemand die het hem betwist, de grond is hier immers zonder waarde. de wagen is netjes onderhouden en ziet er bijna gezellig uit met heldere kanten gordijntjes en geraniums voor de kleine venstertjes en de rookpluim die uit het schoorsteentje stijgt.
- 160 -
Volgens Vader van Tilborg zijn de bewoners rustige lieden die met venten een schraal broodje verdienen. Na de gehele dag langs de huizen te hebben geleurd, trekken zij zich tegen de avond terug in hun afzondering. Als iemand vraagt of ze 't niet griezelig vinden in die verlaten woestenij, antwoorden zij: "Wij zitten liever een beetje vrij dan zo midden tussen de mensen." Vrij zijn zij inderdaad op die mateloos ver zich uitstrekkende vlakte, waar slechts aan de gezichtseinder een molentje en enkele torens opsteken.
In het begin van October stortte een vliegtuig brandend neer bij het Pollenbroek en strooide zijn bommenlast in de omtrek uit; enige boerderijen gingen in vlammen op. De woonwagen had angstige ogenblikken doorgemaakt maar liet zich toch niet afschrikken en bleef op zijn uitverkoren plekje staan. Nu, sedert een paar weken, waren er de vliegende bommen die de omtrek onveilig maakten. Zij werden bij voorkeur boven het land van de Beerse Maas neergeschoten, hier toch konden zij nauwelijks schade aanrichten. Onder het sneeuwdek tekende zich menige kring van bomtrechters af.

 

Terug naar bladzijde 276

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 278