Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode Circa 21 Maart terugkeer Vervolg

 

Klik om de foto te vergroten... Klik om de foto te vergroten...

 

Terug naar bladzijde 282

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 284

45A - Terugkeer Vervolg

blz 283

spanten der wagen. De vader en ik zitten ieder op een smal bankje, Adriaan de zoon heeft plaats genomen op een benzineblik en sliert daarmee ongewild kruislings over de vloer, onderwijl met horten en stoten verklarend dat hij zoo een ambulance wagen een moorddadig transportmiddel voor zieken en gewonden vindt.
De permits worden vlot uitgereikt en daarna volgt een hartelijke ontvangst en een uitgezocht, gezellig maal in het gastvrije Fratershuis, waar de Protestantsche vluchteling als een familielid onthaald wordt.
Dan breekt de dag 1) aan waarop wij naar Groesbeek zullen gaan en misschien er blijven. Lien verheugt zich als een kind, ik ga met bezwaard hart, denkende aan de verhalen van verwoesting en plundering. Op raad van Captain Love nemen wij slechts het allernoodigste mee, onze rugzakken en een paar dekens. Wij worden in de kleine hoge vrachtwagen geheeschen die hem als officierswagen dient sedert hij zijn auto kwijt is geraakt en met veel grijze dekens gemakkelijk ge´nstalleerd.
- 5 -

ontbreekt

- 6 -
opzij van de weg zijn getrokken. Langs de weg bundels kleurige veldtelefoondraden geslingerd door de boomen of eenvoudig op den grond liggend. De geblakerde overblijfselen van woningen die wij in het najaar zagen branden: de Tien Geboden, het huisje onderaan de Klef, de huizen van timmerman Nillesen en zijn buurman. Van de nog staande woningen zijn voorpuien ingereden om in de voormalige winkels wagens te stallen. Bij het aanschouwen van de verwoestingen propt een brok in de keel, Lien schieten tranen in de oogen. "Better go back?" vraagt Captain Love. Wij vertrouwen onze stem niet, schudden ontkennend het hoofd. 't Oude Ottenhofhuis draagt het spottende opschrift: Royal Bank of Canada, de zijgevel is er geheel afgevallen, onbenullig staat in de open opkamer een ijzeren ledikant.
De wagen stopt bij onze heg; tegen het donkere warrige meidoornhout plekken de uitbottende blaadjes als groene kwastjes. De boomen rekken hun kale takken er boven en daarachter rijst Vogelsangh op, met gebroken ruiten en op kluiten afgegleden dakpannen, zooals wij het een klein half jaar geleden verlieten en nog even veilig en als onverwoestbaar!
De oprit is doorgroefd met twee diepe voren van alle zware legerwagens die er langs reden, gele en groene telefoondraden slingeren zich door de omzoming van rhododendrons, waar de doorgeschoten oude thuyas gebroken overheen hangen. De bosviooltjes langs de rand geuren sterk.
Hier geen puin en rommel om 't huis, keurig aangeharkt ligt het grind, alsof de tuinman het zoo juist een Zaterdagsche beurt had gegeven. Bij de achterdeur is een soldaat met strijkijzer bezig de kunstige vouwen in een buis 2) te persen, Captain Love laat zich door hem naar den Commandant geleiden die bureau houdt in 't tuinhuis. Witte banden vormen een afzetting om dit heiligdom dat onder bewaking van een schildwacht staat; met en echt Engelsch ceremonieel wordt onze Captain toegelaten. Al wachtende kijken wij rond. Ook door de grasvelden loopen diepe wielsporen, bij het vijvertje en onder de hooge boomen zijn eenige bruine tentjes opgeslagen. Het gerommel van 't geschut klinkt hier niet zooals aan den anderen kant van de


     [1] Vermoedelijk Woensdag 21 Maart 1945. P.S.

     [2] Battledress-jasje. P.S.

 

Terug naar bladzijde 282

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 284