Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode Circa 21 Maart terugkeer Vervolg

 

Klik om de foto te vergroten... Klik om de foto te vergroten...

 

Terug naar bladzijde 284

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 286

45A - Terugkeer Vervolg

blz 285

Terneergeslagen gaan wij terug naar Major Walker en verklaren geen mogelijkheid te zien om te blijven, tot groote opluchting der beide officieren. "Ik ben blij dat U tot deze slotsom bent gekomen, want ziet U ik kan U Uw eigen huis toch moeilijk ontzeggen en het is volkomen ongeschikt voor een dame om in te wonen." Hij beloofde goed voor alles te zullen zorgen, te verhinderen dat er nog meer uitgehaald werd en te waarschuwen wanneer het hoofdkwartier overgeplaatst zou worden, hij zou dan het huis vrij geven doch ik moest er dadelijk in trekken opdat anderen het niet in beslag namen.
De truck die zijn vracht poststukken naar Duitschland heeft gebracht, komt ons ophalen. "It is a bad thing to come home like this." zegt een van ons. Na die opmerking wordt er weinig meer gesproken. Wij beiden in beslag genomen door onze teleurstellende indrukken, de Captain in merkbare mannelijke angst voor de gevreesde vrouwentranen, die hem bespaard bleven, en beschaamd over den kant van `the life of our heroes` die wij zoo juist te zin hadden gekregen, ofschoon het voor ons toch waarlijk niet de eerste kennismaking met de keerzijde der oorlogsmedaille was.
Droog en pijnlijk, als uitgewrongen voelden onze kelen; bij 't oversteken van de Maas is de zuivere rivierlucht een verfrissching na alle stof en benauwende stank.
Onbewogen, burgerlijk net Ravenstein, ons toevluchtsoord. Wij keeren
- 10 -
weer naar 't oude, hobbelige keienpleintje, duwen de immer gastvrij op een kier staande voordeur open, waarachter de spiegelende zwart marmeren gang met de doorkijk op den zonnigen tuin. In de witbeteegelde keuken zit de moeder haar eindelooze aardappels te schillen. 't Bakje wordt met een plof neergezet: "Och gorrie, ik ben toch blij dat U teruggekomen is." Bedrijvig gaat zij thee inschenken: "Hier, drink oe maar eerst een lekker warm köpke", een dik besuikerde beschuit wordt er naast geschoven. En als 't op is zegt zij met een meewarige uitdrukking op 't moederlijke gezicht: "'t Zal niet meegevallen zijn." Zonder verder iets te vragen en zonderling genoeg, juist omdat zij niets vraagt komen de woorden vanzelf en kunnen wij ons gemoed luchten.
Bij het binnentreden in mijn eigen kamer - laag en groot en ouderwets, met uitzicht op de verzorgde voorjaarstuinen - tinkelen de kristallen van het fransche kroontje, zooals zij mij met hun fijn carillon dezen winter telkenmale verwelkomd hebben. De propere geur van boenwas, op de tafel staat een bos bloemen. "Marie heeft vandaag de kamer een extra beurt gegeven, we zeiden tegen elkaar, 't moet gezellig zijn als de Juffrouw mocht terugkomen."
Overgevoelig gelijk een geradbraakte zie ik er tegen op aan tafel te verschijnen, doch niemand stelt vragen en in mijn hart dank ik de Moeder voor haar taktvol verbod. Na 't eten komt de oudste zoon, de zwijgzame Schra die nooit over zijn ervaringen bij de strijd om de Grebbeberg een woord gerept heeft, even al rookende naast mij staan en stopt me een van zijn kostbare sigaretten toe met de weinig parlementaire woorden: "Verdomd beroerde boel, niet?" en beent de keuken uit.
Eindelooze transporten van het Achtste Leger, van het deel dat nog in Italië was, trekken den volgende morgen door 't stadje. Veel vliegtuigen komen over, 's avonds zien wij een V-twee opstijgen: de vurige kronkelstreep die loodrecht omhoog klimt om in de stratosfeer te verdwijnen.
Onze vriend Frank komt 's avonds ineens binnenvallen: "For the last time", voor de groote aanval dus. Op de vraag "Going to cross the Rhine at last?" zwijgt zijn mond, echter geven de oogen het antwoord. Even later 't verzoek om er met niemand over te spreken en dan vertelt hij en brengt mij aan 't praten over Groesbeek, na gezegd te hebben:

 

Terug naar bladzijde 284

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 286