Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 9 mei 1940

Terug naar bladzijde 2

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 4

40B - Cahier

blz 3

{In de omslag van cahier-1 staat een stukje over mei 1940, hier als 40B overgenomen, de rest van cahier-1 gaat over augustus 1941 t/m april 1942. P.S.}

Den nacht vˇˇrdat de oorlog uitbrak, nam officier in de Groesbeeksche bossen twee D. soldaten gevangen. Oranje doeken over de D. wagens.
Zodra in de nacht van 9 op 10 mei de D. inval begon en wij het schieten hoorden, gingen de dorpshonden als razenden blaffen, ze bleven die eerste dagen en nachten zeer onrustig, later stoorden zij zich niet meer aan de regelmatig over komende vlt. iederen nacht, doch toen er weer rustige nachten waren en de vlt. een enkele keer slechts overkwamen, sloegen de honden weer alarm. De D. hadden onze stafkaarten waarop ze mica plaatjes legden, waarop alle verdedigingswerken aangegeven stonden.
Zuid-Limburg bij den inval. Er is vrijwel niet gevochten aan de grens, alleen bij Wijlre heeft een troep veel tegenstand geboden. Bij de Maas is wel krachtig gevochten. Een casemat werd nog verdedigd hoewel de D. hem aan alle kanten ingesloten hadden, doch bij den aanval op den achterkant moesten zij zich overgeven. Niemand kwam er echter uit, binnenkomende vonden de D. de bezetting half bedwelmd door de kruitdamp. Ze sleepten ze naar buiten en toen beval de D. commandant dat zijn manschappen in de houding moesten staan voor de dappere verdedigers.
Een kleine, kegelvormige casemat bij Boxmeer werd door een sergeant en enkele manschappen verwoed verdedigd. Door het voortdurende schieten liep de mitrailleur warm; een der mannen ging een emmertje water halen uit de Maas, 50 meter ver in een kogelregen. Afgekoeld zijnde werkte de mitrailleur een tijdje weer goed, totdat de smering het begaf en olie was er niet. Men probeerde met speeksel te smeren en dat ging. Toen raakte door een goedgericht schot het kijkgat verstopt, een der mannen ging naar buiten en hakte het weer open en het vuren ging weer voort. Ten slotte hebben ze zich van oververmoeidheid moeten overgeven en werden door de D. dadelijk aan 't werk gezet om de door henzelf neergeschoten D. te begraven. De sergeant zeide: "We waren doodop, doch in zooverre was dit werk ons niet onaangenaam, omdat we nu de dooden konden tellen. Het waren er 500." Plotseling werd er weer uit de casemat gevuurd: een ander troepje, dat zijn eigen casemat die stukgeschoten was, had moeten verlaten, had er zich in genesteld. Het fort van Eben-Emael zonder slag of stoot door de D. bezet.

{Einde tekst 40B}

Terug naar bladzijde 2

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 4