Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 9 Juni 1945 Slot

 

Terug naar bladzijde 303

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 305

45H - Terugkeer Slot

blz 304

{Uit de bundel TERUGKEER}

Uit: "JE MAINTIENDRAI' 9 Juni 1945.

..... Groesbeek heeft het grootste mijnenveld van Nederland, dat zal U reeds genoeg zeggen. (120.000 à 130.000 mijnen.)
Het plaatsje was aan onze grens een der eerste dorpen die bevrijd zijn. Helaas werd het door de Moffen gedeeltelijk heroverd waarna de grote lijdensweg voor de geheele bevolking een aanvang nam. De ene helft der gemeente was Duits, de andere in handen van de geallieerden, het offensief bleef op de helft der gemeente steken. De ene helft der inwoners werd naar Duitschland weggevoerd, de andere helft moest op last der geallieerden evacueren - slechts voor eenige dagen luidde de mededeling - men mocht daarom slechts weinig meenemen: dekens, mes, vork, bord, kop en een verschoning.

Er is nu rust en vrede ..... De taaie bevolking keerde terug, werkt nu aan de opbouw; natuurlijk op de eerste plaats aan een onderkomen, want de meeste menschen vinden hun huis niet meer terug, zelfs het puin is verdwenen!
In dit zwaar getroffen dorp zijn 1216 huizen beschadigd, hiervan 502 geheel verwoest. 60% der woningen kan niet bewoonbaar gemaakt worden dan met groote herstellingen. 92% der boerderijen zijn verdwenen, 1200 ha. land van de 2100 ha. moeten ongebruikt blijven. Het weiland en het bouwland is vernield oor tanksporen, stellingen, versperringen, zweefvliegtuigen, bommen- en granaattrechters. Er liggen ongeveer 700 zweefvliegtuigen en op elke 3 m2 is een granaattrechter. Het bouwland is zoo hard dat op vele plaatsen het land met de houweel bewerkt moet worden.
Fruitboomen bestaan niet meer. Omheiningen van weilanden zijn weg, draad en palen zijn verdwenen.
Dooreengenomen vallen één à twee personen per dag als slachtoffer van mijnen; menig burger verloor het leven, anderen missen voet of been, zijn blijvend op andere wijze verminkt of verwond.
Ongeveer 1000 lijken en cadavers liggen nog in het rond, welke op den duur ernstige ziekten ten gevolge zullen hebben, indien niet spoedig zeer krachtig wordt ingegrepen.
Oude kippenhokken en varkenshokken zijn ingericht als woningen, stroo dient als matras, jassen en zakken als dekking, kisten als kasten. Glas is er niet meer, deuren zijn er ook niet. Indien elke noodwoning één deur krijgt, komen er nog 4000 te kort.
Van de landbouwmachines zijn er van de 15 zelfreinigers geen meer over, van de 120 dorschmachines nog slechts 5, alle 6 tractors zijn weg, er is geen enkel stuk gereedschap, van de karren en wagens is nog 5% bruikbaar, melkkannen en melkbussen zijn eveneens verdwenen .....
P.J.J. HAMILTON
{Einde 45H}

 

Terug naar bladzijde 303

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 305