Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 17 Oktober 1945 Slot

Terug naar bladzijde 313

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 315

45K - SCHRIFT-2 Slot

blz 314

[vel 1]

Laantjes van Verschuer 17-10-1945

Met het wandelen door de lanen heen blijken de boomen veel ernstiger beschadigd dan in 't voorjaar te zien was van de N-zijde, den eenigen kant waar langs te gaan was, omdat de andere wegen nog onbegaanbaar waren wegens mijnengevaar; de omtrek was daar nl. "unchecked". De West grenslaan ingaand valt het oog vrijwel dadelijk op een granaatkuil waarin een D. helm. Ook ergens nog een grafheuveltje met gasmaskerkoker. Verder zijn de vele versplinterde boomen stille getuigen van de zware strijd die hier gewoed heeft. De eiken aan den Z. en oostkant evenals de hooge populieren werden f doormidden geschoten en versplinterd f de kronen en de takken werden verhavend{?}.
[achterzijde vel 1]

In dit geval zouden we een oude spreekwijze kunnen veranderen in: hooge boomen vangen veel granaten. De planten zijn er beter afgekomen, 't riet heeft zelfs zijn oude gebied heroverd en zich verspreid over de wegen. En hoe de wilde bloemen dezen zomer gebloeid moeten hebben in de afgeslotenheid van het mijnengebied, de gedroogde en grauwe zaadstengels geven het aan. Vooral de bloei van de moerasspirea moet buitengewoon zijn geweest. Een paar Vlaamsche gaaien scharrelden tusschen de boomen om eikels te verzamelen, een fazantehaan vloog op met een verschrikt "u-che, u-che". En dan vele vette kraaien, de slagveldschooiers, die luguber voldaan in de boomen zitten te krassen.
De meeste akkers zijn nu bebouwd, op een enkele waren ze aan 't mijnenzoeken en rookte een vuur van afval bij een verwoeste boerderij. Hier op de Plak nog geheel verwoeste en onbewoonde huizen, meer naar
[vel 2]

't dorp toe: Ashorst, Hooge Horst, al veel noodwoningen gebouwd, hetzij van afgebikte baksteenen of van bouwplaten. De laatste hand wordt aan de daken gelegd: f roode pannen f roggestroo. Soms ook is in de bouwval van de oude, verwoeste boerderij een dak gelegd op de paar muurtjes die nog overeind zijn blijven staan. Maar 't is een raadsel waar het vee van den winter gestald moet worden. Want hier en daar zijn weer koeien en ook kraaien weer hanen een scharrelen witte kippen ijverig rond. Niet veel, doch ze geven het landschap een levend en bewoond aanzien, evenals de fladderende wasch aan de lijn en de ploegende boeren.
Er zijn nu een heele voorraad wagens in 't dorp aangekomen, D. en ook Fransche, de meeste erg beschadigd, echter zijn de wielen nog wel te gebruiken.

[Einde tekst 45K]

Terug naar bladzijde 313

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 315