Het Dagboek van Mej. P Dozy (1946 - 1972) over de periode 1 Jan- 19 Dec1946 Vervolg

Terug naar bladzijde 321

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 323

46A - SCHRIFT-2 Vervolg

blz 322

29 Mei. Statenverkiezing. Partij v.d. Arbeid en Communisten niet op kieskring Wychen,
lijsten tegengehouden. Deze maand met afbraak Katholieke school begonnen.

Juni. Warm, afgewisseld met zware regenval. Zondag 2 een ware wolkbreuk, 't water
stroomde van de heuvels en overstroomde het dorp, in sommige huizen, b.v. sigarenwinkel Schreven, stroomde het in en uit. Café de Locomotief blank, de bezoekers redden zich op de tafeltjes. Ieder moest dweilen, wij ook, lekken op zolder en door vensters. Tuin afgespoeld.

Op hemelvaartsdag - 30 Mei - naar B. en Dal gewandeld, Hamer opgeknapt.
Begin Juni kwam groote vrachtauto met D. krijgsgevangenen oprijden, benevens een p. Ned. onderofficieren. Mortiergranaat meegenomen.
Zaterdag 1 Juni heeft Visschers mijn zilverkist opgegraven. Deze kist konden verleden jaar Kees en Bart niet terugvinden, Theo zocht er naar dezen zomer en slaagde evenmin. Ik trachtte mine-detector v. mijnendienst Mook te krijgen, doch hoorende dat de kist ongeveer een meter diep zat, zeiden ze dat ze heem dan niet konden vinden]. Getracht
[achterzijde vel 19]

meester Bögels te bereiken, daar hij wichelroede kan loopen. Vertelde dit aan juffr.v.Dieren die zeide: "Wat jammer, mijn broer uit België, die gisteren net vertrokken is, ken{!} het en had 't graag gedaan." Andere broer de pater sneed bij het bezichtigen v.d. tuin voor mij een wichelroede en 's avonds probeerde ik het, kreeg el. gevoel en kleine beweging in roede op bepaalde plaats in boomgaard, waar oude Visschers den volgenden morgen, op eigen geheugen afgaande, groef en inderdaad, zooals hij gezegd had kist vond voordat ik op was. Oude zilver goed gebleven, nieuwe dat in vloei gepakt was, gevlekt, koper - ook van Z. en J. gevlekt.
Eenige dagen later kwam groote truck met D. krijgsgevangenen om de mortiergranaten op te halen; wij vonden er slechts één.
Ze zijn druk aan 't afbreken van de Kath. jongensschool, en tegelijk beginnen ze de nieuwe vleugel die er aan komt op te bouwen. Daar wordt een reuze kolenkelder onder gemaakt, waarschijnlijk tegelijk als schuilkelder bedoeld.

8 Juli. Zus en ik n. Jansberg gewandeld, heen de veldweg, waaraan nog veel kapotte huizen,
ook veel noodwoningen. Pad langs Molenbeek. 't Bosch v. grootste deel verwoest, enkele dikke eiken en beuken staan nog, maar de laatste zijn zeker ten doode gedoemd. Molenbeek stroomt vrij naar beneden in 't moeras en de oude bedding is door de D.
[vel 20]

tot loopgraaf uitgediept. Boomen als versperring over het pad. Loopgraven, helmen, een op een mijn geloopen tank.

14 Juli. Zondagavond, met Willy de Pesters over de akkers naar den Heuvel, achter langs
Lamers, de 4 Eng. graven bij het vernielde kanon, verderop het D. vliegtuig, dichtbij de verwoeste boerderij van Daanen, de opgeblazen tank met 4 Am. graven. Sombere avond, een zwart-grauwe lucht boven Duitschland, die te scherper uitkwam door het oplichtende koren, de rogge kleurt zachtgeel op de groote akkers. Daartusschen groen van tarwe en haver, een enkel braak land nog met kleuren van allerlei bloemen. Grootsch gezicht: de uitgestrekte glooiende velden in de verte begrensd door 't Wald, waarboven de dreigende lucht. Bij de verwoeste boerderijen eenige spookachtige boomen met afgeschoten takken, langs de karresporen allerlei overblijfselen van parachutes, zweefvliegers en uniformen, overblijfselen van de onbarmhartige strijd die hier gestreden is. Willy gevoelig voor de tragische schoonheid van dit landschap.
Een p. dagen later 's morgens dezelfde wandeling makende, waren 3 D. krijgsgevangenen bezig met mijnenzoekers, een vierde man hield op eenige afstand toezicht.

Terug naar bladzijde 321

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 323