Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 17 April 1941 

Terug naar bladzijde 32

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 34

41B Blok 

blz 33

{vel 1}
Amsterdam
1941
17 April. 's Morgens om acht uur per bus van huis, trein van half negen. Voor 't eerst over de
spoorbrug gereden; van de rijbrug over de Waal is de boog nu gelascht. Hoorde dat door het laten springen de stukken niet meer aan elkaar pasten en er een opening van 12 c.M. tusschen was. ook bij Arnhem voor 't eerst weer over den spoorweg gereden, inplaats van het overzetten met het veer. Op de veluwe worden vele bosschen gekapt, evenals in de buurt van Driebergen, enz. Op het emplacement van Maarn een groote voorraad camouflagematten: rollen kippengaas met heide bestoken. In de Geldersche vallei worden hier en daar de verwoeste boerderijen herbouwd. Vanaf Utrecht gestaan, zooals ook op den terugreis van Amsterdam tot Utrecht. Zag ten Noorden van Utrecht een verbrande el. trein. In den tuin van het Utrechtsche ziekenhuis zijn schuilkelders gemaakt.
Amsterdam maakt een leege indruk doordat taxis en autos en vrachtautos bijna geheel ontbreken. De Duitsche militairen gaan stil huns weegs, maar de Duitsche dames zijn door hun arrogante houding van verre te herkennen. De Joden loopen niet meer zelfvoldaan, maar onderworpen rond; de Amsterdamsche bevolking onverschillig naar het uiterlijk, doch de gewelfde Hollandsche bovenlip wordt al strakker en rechter. Rotzak is nu de gewone aanduiding. En de Amsterdamsche geestigheid de veiligheidsklep. Op den Dam hing een aanplakbiljet, dat zwijgend werd gelezen. Wegens de aanslag in de v. Woustr. - tijdens het oproer van Februari - zullen er 200 Joden tusschen 18 en 45 jaar naar D. concentratiekampen worden gebracht; iedere demonstratie zal met de strengste middelen worden tegengegaan.
Er waren reeds 400 Joden naar Duitschland gebracht in Maart. Als in maart waren ook nu weer de bruggen naar de Jodenbuurt opgehaald, op een enkele brug na, die door de politie was afgezet. Den dag te voren hadden alle J. winkelbedienden van Gerzon hun ontslag gekregen, zooals zoovele J. winkel-, kantoor- en bankbedienden in de afgeloopen weken. Menigeen kreeg 's morgens, wanneer hij op zijn kantoor, enz. aankwam, te hooren dat hij op staande voet ontslagen was. De ongeregeldheden in Februari zijn plotseling uitgebroken doordat de D. in de Jodenbuurt een progrom zijn begonnen. De Joden hebben niet gevochten, doch het werkvolk van Kattenburg, Wittenburg een wat later de Jordaan, zijn de J. te hulp gekomen en zijn ter bescherming overal in de J. huizen blijven slapen. Hoorde het verhaal van den Jordaner, die zijn fiets erbij verspeelde; door J. werd dadelijk zooveel geld bijeengebracht dat hij er wel tien fietsen voor had kunnen koopen. De Jordaner stak het voor de fiets benoodigde sommetje in de zak en verdeelde de rest onder de medehelpers die aan kleeren, enz. schade hadden geleden. Tot op den Dam is met handgranaten gegooid, autos met mitrailleurs reden door de straten en schoten links en rechts op de menschen. Onder de burgers waren een 25 dooden, en een zeer groot aantal gewonden, voornamelijk aan armen en beenen. In de Jodenbuurt zijn de D. op waarlijk barbaarsche wijze opgetreden en toen ze eenmaal de macht weer in handen hadden,m werden de Joden gedwongen geknield langs de huizen te liggen, met de handen in de hoogt achter het hoofd. Deze houding moesten zij uren lang volhouden,
{vel 2}

de D. maakten hier een film van om in de D. bioscopen te kunnen vertoonen.
S. vertelde, hoe zij op een van die Februari-avonden rustig met haar vriendin zittende, opgeschrikt werd door een vreemd, ratelend geluid. Haar gast veronderstelde, dat er rolluiken naar beneden gelaten werden, doch vlak daarop rinkelde glas, dat in scherven viel en gilde een wanhopige stem om hulp. S. durfde niet in 't donker naar buiten gaan de straat op, doch vroeg vanaf haar achterbalkon wat er was. Een benedenbuurvrouw antwoordde met de woorden: "O, Mevrouw, helpt u toch, ze hebben ons overvallen en mijn man bloedt dood." S. belde hierop onmiddellijk de geneeskundige dienst en de politie op en hoorde later dat er die avond bij haar Joodsche buren gebeld was, waarop meneer open deed. Hij werd verrast en neergeslagen door een tiental NsbeeŽrs

Terug naar bladzijde 32

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 34