Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 15 Juni?? 1941

Terug naar bladzijde 38

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 40

41E BLOK 

blz 39

Vel I

Zondag 15 Juni 1941 Naar 's-Gravenhage om tien uur en daar juist voor 't middagmaal
aangekomen. Vr Nijmegen op de Waal ligt nu weer een pontonbrug. Ten Zuiden van de lijn Arnhem-Utrecht telde ik 14 verwoeste boerderijen, die nu ten deele herbouwd worden. Aan den oostkant van Gouda, de buurt van het lijntje naar Schoonhoven, zijn twee bommen gevallen op twee hoekhuizen, die geheel verwoest werden. Daarna neef G. opgezocht, die - teekenend voor zijn gezindheid - op een der stoelen had neergezet het portret van de Prinses met er voor een stuk oranje papier, mij er over installeerde en dadelijk onderzoekend keek, hoe ik er op reageerde. Ik gaf uiting aan mijn voldoening, deze afbeelding hier te zien, waarop hij zeide, dit album - 't portret bevond zich n.l. in een boek - van zijn zoon R. te hebben gekregen, een mededeeling die mij genoegen deed, daar wij over R. geruchten hadden gehoord, die een andere meening van hem deden vermoeden, doch ook hetgeen neef verder vertelde, bewees dat hij, hoewel noodgedwongen nog steeds werkzaam aan de M.W. nog geheel te vertrouwen is, evenals zijn broeder, die de baan aan de brandweer niet gekregen heeft, - ook een goed teeken - doch nu te werk gesteld is in Rotterdam: luchtafweer, enz. Neef vurig, maar draaft mateloos door en scheert alles over en kam. "Alle Duitschers beschouw ik als onze vijanden, als een blok tegenover ons."
's Avonds in hotel C. Hoorde daar de geschiedenis van onze vroegere gezant in Rome, de v. Nispens tot Zevenaar. Terwijl ze nog in Rome waren, kregen ze bericht dat in hun huis aan de Sophialaan brand was ontstaan, door de onhandigheid van een der dienstmeisjes, die een strijkijzer ingeschakeld liet staan. M. en Mevr. reisden dadelijk naar den Haag om de schade op te nemen, die vrij aanzienlijk was. Bij terugkomst in Rome bleek de helft van hun bagage gestolen.
Met de overgebleven rest der bagage kwamen ze in Holland aan, konden geen plaats vinden in een der grootere hotels en belandden zoo in Clarence. Het huis aan de Sophialaan had zijn aantrekkelijkheid voor hen verloren door de brand, dus richtten zij een huis op 't Nassauplein geheel nieuw in. Op een zekeren dag, 't was vrijwel klaar, gaan zij weer eens naar de vorderingen kijken en bemerken, dat de D. het huis in beslag hebben genomen. Groote teleurstelling. Maar 't huis aan de S.laan was er gelukkig nog. Doch daar aangekomen, bleek ook dit door de D. bewoond te zijn en toen Mevrouw waagde, er een aanmerking op te maken, kreeg zij ten antwoord dat ze niet bedroefd, maar blij moest zijn: haar was de eer aangedaan, dat Gring in haar kamer geslapen had .....
Generaal R.v.T. was krijgsmakker van kolonel B. in Indi en een groot vriend van hem. Is getrouwd met Ind. dame van het type goed hart maar dom. En zoon aardt naar den vader, deze was aan 't hof; de twee anderen Nsb. De groote R. woonde vr zijn huwelijk met zijn moeder samen, die hem vereert. Bij de huwelijksreceptie prijkte op de geschenkentafel een bouquet Judaspenningen, totdat iemand, die de duidelijke toespeling snapte, deze verwijderd heeft 1).
Van de 600 W.A. die naar Griekenland gezonden zijn, bleven er 28 in leven. v.E. vertelde, hoe vrienden die een huis zochten en van het woningbureau sleutels mee hadden gekregen voor verschillende woningen, in de hangkasten van de beide bovenkamers opgehangen Nsbers vonden. De hofvijver heeft als voorzorgsmaatregel een hekje gekregen en 's avonds zal geen Nsber zonder noodzaak uitgaan en wanneer ze langs de straat moeten, loopen ze angstvallig langs de trottoirband of in 't midden der straat; niet vlak langs huizen of hekjes. Een bepaalde Nsber heeft een handig trukje bedacht om de menschen te pakken te nemen. Hij vertoont zich met een oranje knoop

vel II

op de lapel van zijn jas en neemt degenen mee, die verrukt zegt: "Ook een oranjeklant".
P. is gevangen genomen. Zijn verleden van fraudeur en knoeier in geldzaken maakte hem juist geschikt om aan 't hoofd van deze instelling te staan. Hij is echter spoedig weer ontslagen; deze gevangenneming was blijkbaar voor de leus{?}. Studenten hadden gezegd, dat zij de kleine


     [1] Zie ook 41A-SCHRIFT-1, Blad 31

Terug naar bladzijde 38

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 40