| 42D CAHIER-2 Vervolg |
blz 64 |
Gravenmeyer, de secretaris v.d. Synode, gevangen genomen,
M.Roëll,
de man v. mevr. Roëll die bij de Prinses is.
Op 6 Mei sprak de Koningin over de 72 slachtoffers "en de velen die
ter sluiks werden vermoord".
De familie v. Farine kreeg met zijn kleeren ook zijn bebloede hemd
terug.
8 Mei. Vanavond werden vier jonge maréchaussées met de overvalwagen
weggevoerd, die
de misdaad hadden begaan te zingen: "Ferme jongens, stoere knapen
....." B. die de overvalwagen aan zag komen, zeide tot zijn zoons:
let eens op waar of hij naar toe gaat, ik smeer hem voorloopig, maar de
p. maréchaussées die hij tegenkwam, zeiden dat het om hun kameraden
begonnen was.
Mevrouw Prins uit Beek - Nsb - heeft de jongens aangegeven, ze zongen
toen ze op eigen gelegenheid de mislukte Kaloramamarsch liepen, o.a. ook
"'t Is plicht dat iedere jongen voor Koningin en Vaderland".
Tap, de opper, gaf de D. die hen kwamen halen, wel de hand, maar zeide
zijn ondergeschikten niet goedendag. De onder-opper daarentegen negeerde
de D. maar sprak zijn kameraden nog bemoedigend toe.
10 Mei Vanmorgen in de kerk text Petrus! Psalm 91:1-5 - Psalm 103:1 -
Gezang 244:2-4.
Elly schreef: Hij is als een held de dood tegemoet gegaan, rustig en met
volle
Godsvertrouwen.
Vanmiddag samen n. B. en daar Dr G. gesproken. Hij was als Amsterdamsch
gijzelaar van eind Januari af in Amersfoortsche kamp geweest tot 23
April toen zij ontslagen werden, ook François Dozy. Hij had naast Jan
geslapen en ontbeet samen met Jan, geregeld zittende op zijn bed.
"En we hebben lange gesprekken samen gehouden en Jan heeft mij de
portretjes van zijn vrouw en kleine jongen laten zien, die hij
meegesmokkeld had." Jan had, zooals de anderen v. de OrdeBond 1) -
geen ongerustheid omtrent de uitslag van hun gevangenschap gehad: 't was
niet tegen de D. doch tegen de Nsb gericht en daarom veronderstelden ze
niet anders dan dat ze voor de duur v.d. oorlog vastgehouden werden, ev.
naar Duitschland gezonden zouden worden om daar te werken. De leiders v.d.
O.B., S. en W. veronderstelden wel dat zij doodgeschoten zouden worden,
maar meenden ook dat de rest geen gevaar liep. Het proces is begonnen op
3 April en heeft geduurd tot 11 April. De verdediging pro forma door D.
advocaten, en al gauw bemerkte men dat het geheele proces een wassen
neus was en dat het op een doodvonnis zou aanloopen. Christianse heeft
gratie aangevraagd, doch Himmler dreef het door dat allen, op 7 na,
terechtgesteld zouden worden.
"Ze hebben geen ongelukkige tijd gehad in het kamp, want er
heerschte een buitengewoon goede kameraadschap.
{In de linkermarge: Brief van Feldgericht aan Elly bevatte het
bericht, was terechtgesteld wegens: "Wortbruch in Tateinheit mit
Feind, Begünstigung ) und verbotenem Waffenbesitz."2}
{vel 5}
Koud hadden we het ook niet, want - de D. zijn zoo dom - we stalen
als de raven hout en kolen. Maar erg was de satanische behandeling van
de D. en ..... de honger. Ik kwam in het kamp en zag tot mijn verbazing
hoe bij het eten al die welopgevoede menschen hun bord met de vingers
afveegden, om ook de laatste kruimels er af te halen en hoe zij hun
vingers dan aflikten - Later deed ik het zelf. We kregen wel twintig
gulden in de maand om in de cantine wat te koopen, maar ik heb in die
maanden maar ééns een blikje lever kunnen koopen, en een enkele keer
sigaretten. Van die bl. lever hielden de D. toen een uitdeeling. We
waren allen verslapt. Bijna al mijn zakgeld bracht ik weer terug."
[1]
Bedoeld wordt de
O.D. Ordedienst. P.S.
[2]
In het vonnis
schrijft men dit als Feindbegünstigung. P.S.
|