Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode 27 April - 11 Juli 1942 Vervolg

Terug naar bladzijde 63

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 65

42D CAHIER-2 Vervolg

blz 64

Gravenmeyer, de secretaris v.d. Synode, gevangen genomen, M.Roëll, de man v. mevr. Roëll die bij de Prinses is.
Op 6 Mei sprak de Koningin over de 72 slachtoffers "en de velen die ter sluiks werden vermoord".
De familie v. Farine kreeg met zijn kleeren ook zijn bebloede hemd terug.

8 Mei. Vanavond werden vier jonge maréchaussées met de overvalwagen weggevoerd, die
de misdaad hadden begaan te zingen: "Ferme jongens, stoere knapen ....." B. die de overvalwagen aan zag komen, zeide tot zijn zoons: let eens op waar of hij naar toe gaat, ik smeer hem voorloopig, maar de p. maréchaussées die hij tegenkwam, zeiden dat het om hun kameraden begonnen was.
Mevrouw Prins uit Beek - Nsb - heeft de jongens aangegeven, ze zongen toen ze op eigen gelegenheid de mislukte Kaloramamarsch liepen, o.a. ook "'t Is plicht dat iedere jongen voor Koningin en Vaderland". Tap, de opper, gaf de D. die hen kwamen halen, wel de hand, maar zeide zijn ondergeschikten niet goedendag. De onder-opper daarentegen negeerde de D. maar sprak zijn kameraden nog bemoedigend toe.

10 Mei Vanmorgen in de kerk text Petrus! Psalm 91:1-5 - Psalm 103:1 - Gezang 244:2-4.
Elly schreef: Hij is als een held de dood tegemoet gegaan, rustig en met volle
Godsvertrouwen.
Vanmiddag samen n. B. en daar Dr G. gesproken. Hij was als Amsterdamsch gijzelaar van eind Januari af in Amersfoortsche kamp geweest tot 23 April toen zij ontslagen werden, ook François Dozy. Hij had naast Jan geslapen en ontbeet samen met Jan, geregeld zittende op zijn bed. "En we hebben lange gesprekken samen gehouden en Jan heeft mij de portretjes van zijn vrouw en kleine jongen laten zien, die hij meegesmokkeld had." Jan had, zooals de anderen v. de OrdeBond 1) - geen ongerustheid omtrent de uitslag van hun gevangenschap gehad: 't was niet tegen de D. doch tegen de Nsb gericht en daarom veronderstelden ze niet anders dan dat ze voor de duur v.d. oorlog vastgehouden werden, ev. naar Duitschland gezonden zouden worden om daar te werken. De leiders v.d. O.B., S. en W. veronderstelden wel dat zij doodgeschoten zouden worden, maar meenden ook dat de rest geen gevaar liep. Het proces is begonnen op 3 April en heeft geduurd tot 11 April. De verdediging pro forma door D. advocaten, en al gauw bemerkte men dat het geheele proces een wassen neus was en dat het op een doodvonnis zou aanloopen. Christianse heeft gratie aangevraagd, doch Himmler dreef het door dat allen, op 7 na, terechtgesteld zouden worden.
"Ze hebben geen ongelukkige tijd gehad in het kamp, want er heerschte een buitengewoon goede kameraadschap.

{In de linkermarge: Brief van Feldgericht aan Elly bevatte het bericht, was terechtgesteld wegens: "Wortbruch in Tateinheit mit Feind, Begünstigung ) und verbotenem Waffenbesitz."2}
{vel 5}

Koud hadden we het ook niet, want - de D. zijn zoo dom - we stalen als de raven hout en kolen. Maar erg was de satanische behandeling van de D. en ..... de honger. Ik kwam in het kamp en zag tot mijn verbazing hoe bij het eten al die welopgevoede menschen hun bord met de vingers afveegden, om ook de laatste kruimels er af te halen en hoe zij hun vingers dan aflikten - Later deed ik het zelf. We kregen wel twintig gulden in de maand om in de cantine wat te koopen, maar ik heb in die maanden maar ééns een blikje lever kunnen koopen, en een enkele keer sigaretten. Van die bl. lever hielden de D. toen een uitdeeling. We waren allen verslapt. Bijna al mijn zakgeld bracht ik weer terug."


[1] Bedoeld wordt de O.D. Ordedienst. P.S.

[2] In het vonnis schrijft men dit als Feindbegünstigung. P.S.

 

Terug naar bladzijde 63

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 65