Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode Geschat 1 - 12 September 1942

Terug naar bladzijde 76

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 78

42F CAHIER-2 

blz 77

{Losse velletjes, vermoedelijk 1 tot 12 sep 1942}
{vel 1}

Om half acht vertrokken Ineke en ik uit Groesbeek; Elly en Paultje - in zijn nieuwe kamerjas, als een groote meneer - waren ook even aan ons vroege ontbijt gekomen, want bij onze terugkomst zouden zij vertrokken zijn. Onze reis begon met wachten in nijmegen, daar de trein pas om half tien vertrok. Toen in eenen door naar Zwolle, daar om twaalf uur aangekomen, onze boterhammen gegeten en om half twee per bus eerst door polder Mastenbroek (groote boerderijen op terpen in het vlakke weiland, veel kievieten, dan over de rivier en door Hasselt met zijn groote oude kerk. Over de kronkelende dijk naar het zeestadje Zwartsluis, dat geheel op de dijk is gebouwd, d.w.z. de weg loopt in allerlei bochten tusschen de huisjes en door een zijgangetje zie je af en toe dat ze tegen de dijk zijn aangekleefd, met letterlijk verdiepingen de helling af. In Zwartsluis lang moeten wachten op andere bus. Dan St.Jansklooster: Drentsch landschap, maar eerst hadden we nog het gezicht gehad op een overgebleven stukje Zuiderzee. Een eindelooze watervlakte, aan de kim een zware rookpluim; waarschijnlijk van de inpolderingswerken. Na St.J.Klooster en de hooge watertoren
{vel 2}

de weg met boomen tusschen de meren in: de wijde watervlakte met aan 't eind een klein streepje land, de ronde lijnen van de boomen en een enkel huis. Ronduite, de uitspanning van den Nsbeër Klomp, de werf van Huisman. Blauwe Hand, waar een paviljoen bij is gekomen; de weg gaat 't Noorden in, rechts het Zuideindiger Wiedegien, de boomen van Giethoorn Z, daar zijn we bij de brug van het paardenpad, laden onze zakken er uit en op Broer aan. De Vrouw is alleen thuis en helpt ons met uithoozen van de cano's en inladen. Ineke heeft moeite Broer's haventje uit te komen, met zijn lastige bocht. Even naar 't Zuid en dan het Wiede op. Er staat wat golf, een paar zeilpunters varen rond. Dan bij de molens in en verder door de dorpsgracht. Bij Mol oefende juist de gymnastiek; zoodra de jongens ons bemerkten, liepen ze allen naar buiten. Hartelijke ontvangst van juffr. Mol en verontschuldiging dat we niet de voorkamertjes konden hebben, die waren nu bewoond door de twee water-maréchaussées. Juffr. Mol zat er wat mee in, of ze er niets van zouden zeggen dat we het verbod van cano-
{vel 3}

varen overtraden. We krijgen weer de zitkamer van de Mollen in gebruik.
Eerste marechaussee-ontmoeting in de bus naar Zwartsluis was niet ongunstig. Er zat o.a. een D.soldaat in en een D.juffrouw die slecht Hollandsch sprak en zich te goed deed aan boterhammen die zij belegde met ansjovis gevischt uit een potje. De maréchaussée had het met ... wantrouwend beschouwd, en maakte toen, om haar dwars te zitten, een opmerking over de verschheid van de ansjovis. "Maar er is hier in Holland toch een keuringsdienst en ze zullen toch geen bedorven zaken verkoopen" en 't antwoord: "Ja, ik weet niet waar U ze gekocht heeft, maar 't ruikt bedenkelijk." Hij slaagde er in, haar ongerust te maken, met leedvermaak! Ook van ons. "O, jullie bent goed" Ineke's leeuw ziende "Is dat je moeder?" Verder een gesprek over Groesbeek, burgemeester v.d.Poll en de veldwachters en het waterland waar we door kwamen.
's Avonds vroeg naar bed, maar laat in slaap want de gymnastiek oefende lang beneden ons in de gelagkamer en wij lagen te dreunen in ons bed. Den volgenden morgen paardenkeuring, waar we
{vel 4}

een tijdje naar bleven kijken; mooie paarden uit de geheele omtrek. Hun toilet was keurig gemaakt, met gekleurde wol in de manen gevlochten. Een paar zwarte paarden met oranje, veel met wit. Onze tocht ging dien morgen door het geheele dorp naar het Zuideindiger Wiede, waar we een tijd bleven drijven; tamelijk veel wind, die ons een eind deed afdrijven. 's Middags 't begin van de vaart naar Meppel in en daar beschut in het riet gelegen en in 't water gegaan. Gingen 's avonds samen op weg

 

Terug naar bladzijde 76

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 78