Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode Geschat 1 - 12 Sept 1942 Vervolg

Terug naar bladzijde 77

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 79

42F CAHIER-2 Vervolg

blz 78

naar de pastorie te voet, doch nauwelijks op het bruggetjespad of Ineke krijgt een aanval van kramp en vreezende voor 't terugkomen vaan haar dysenterie, stuurde ik haar terug. De schemering viel dien avond snel en 't was aal schemerdonker toen ik aankwam. Ook de getrouwde dochter en Ds de Wilde van Assen-Stadskanaal waren er; zij een heel knap, lief vrouwtje en hij stijf, met een gebrekkig been. Prettige, maar korte avond, daar ik om 310 terugging. Sterrenlucht, maar bijna geheel donker, kon het kerkepad eerst niet vinden. 's Middags thuiskomende, wachtte
{vel 5}

de eene marechaussée ons op, met de jonge Mol. Wij in spanning. Hij keek en ..... hielp ons vervolgens met het binnenbrengen van de cano's. Later hoorden we, dat de waterpolitie op het meer canovaarders had aangehouden.
's Morgens samen naar de pastorie; eerst een lekker kopje koffie gekregen en toen naar de bootjes. Opzettelijk, met het oog op een mogelijk waterballet, had ik aangelegd bij de waterstoep aan den zijkant, en niet bij de kerkstoep. Een wijze voorzorgsmaatregel, naar bleek. Tine ging dadelijk in de eene boot, met de hond - een mooie smous - tusschen haar knieën. Kleine Geertje - van twee jaar - hevig jaloersch op den hond, ze was bijna niet vast te houden en wilde zich steeds uit mijn armen wurmen, daar onder op de waterstoep en ik bang dat ze in 't water zou vallen. Eindelijk mocht zij in de cano, in plaats van de hond, die 't heelemaal niet goed vond, maar 't kleintje zat doodrustig, de handjes geklemd om 't boord, met een verheerlijkt gezichtje. 't Dreigement v. haar tante : dat
{vel 6}

ze haar op de kop zou geven, wanneer ze zich niet kalm hield, was volmaakt overbodig. Doch hevig protest, toen ze er ten slotte uit moest! Ondertusschen had mevr. de Wilde hun eigen cano te voorschijn gehaald, voer er mee en geraakte vast op de modder onder een bruggetje. Mevrouw Mulder voer in onze andere cano de oneindigheid tegemoet, want het gelukte haar niet om te keeren. Tine achter haar aan om instructies te geven en de Dominé riep zijn raadgevingen vanaf de waterstoep, maar vergat dat hij vlak naast het water stond, zette eerst éen been in 't water en was zoo dom om 't tweede been er naast te zetten. Plons en kopje onder, maar krabbelde er dadelijk, druipend, uit. Mevrouw riep: "Wie heeft vader in 't water geduwd?" en 't antwoord: "Niemand, hij stapte er zelf in." Gelukkig dat hij alle voorzorgen v. een bad had genomen, geen sokken of schoenen, oude kleeren, uit angst dat de cano hem in 't water zou doen duikelen.
{vel 7}

's Middags 't kleine rondje gevaren: de weg n. Meppel een eindje in, met gezicht op de toren v. Steenwijk en lang gelegen 't Molengat voorbij en daar 't water ingegaan. 's Avonds Dantuma de schilder bij ons en de booten bekeken.
Vrijdag onze groote tocht naar 't Giethoornsche meer. Warm zal 't worden, doch in de vroege morgen - om half tien van huis, dus eigenlijk half acht 1) - was 't nog kil in de dorpsgracht, waar de nachtelijke koelte nog hing. Door de Tyssengracht, waar de groote schepen met geperst strooi uit de nieuwe ontginning geladen werden. Stroo v.D. natuurlijk. Langs de Otterskooi en dan het Giethoornsche meer op. Spiegelglad, we liggen een tijdje te rusten en steken het dan over, naar Kikkerij en Muggebeet, mooie boerderijen langs den waterkant. Het visschende jongmensch dat zegt: "Op die manier kan je wel wat ouder worden." Tot dicht bij Blokzijl, maar durven niet geheel tot daar te gaan, uit vrees voor bekeuring wegens canovaren. Terug door de valsche trog, modderig ongezellig vaarwater tusschen rietwanden, benauwd warm. Op het meer teruggekomen


     [1] Een kwestie van Duitse, dus dubbele zomertijd. P.S.

 

Terug naar bladzijde 77

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 79