Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode Geschat 1 - 12 Sept 1942 Slot
{vel 8} een prettig plekje in 't riet opgezocht, bezijden het vaarwater en
daar onze boterhammen gegeten, als dessert een uit het water opgevischt
appeltje, en gerust. Onwerkelijk mooi: 't opale water, de opale lucht
met ver een kartelig strookje land, dat tusschen die twee oneindigheden
een lijntje vormt. Veel later koers naar Jonen gezet, om daar onze dorst
te stillen in het schippersherbergje. Konden dit niet vinden, vroegen
aan een daar liggend jacht waarop een meneer met zijn zoon van ongeveer
15 jaar "Ik weet het ook niet, maar drinken kan ik U wel geven, als
U dorst heeft." "Als 't geen slootwater is, dan graag."
"Neen, volle melk, juist gekookt, geen Hitlermelk." de trui af, die ik met dat warme weer ook heelemaal niet noodig had
gehad. hammen op de bak. Veel meer dan ons rantsoen. Suiker, roggebrood,
kaas en boter hadden we meegenomen. Alleen de verduistering was niet in
orde, ze hadden geen gordijntjes op de nieuwe slaapkamers kunnen krijgen
en de lampjes waren onvoldoende geschermd, zoodat we 's avonds
manoeuvreren moesten om niet van de weg gezien te worden, als we voor de
waschtafel stonden. {Einde tekst 42F} [1] Den vorigen dag was er een man uit de stad aangekomen, die letterlijk smeekte, dat ze hem vruchten zouden verkoopen. Ze weigerden, omdat het niet mag en ze hem niet vertrouwden. Terecht, want anderen, waar hij wel vruchten had kunnen koopen, heeft hij aangegeven. {Noot van Tante Nel}.
|