Het Oorlogsdagboek van Mej. P Dozy over de periode Geschat 1 - 12 Sept 1942 Slot

Terug naar bladzijde 78

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 80

42F CAHIER-2 Slot

blz 79

{vel 8}

een prettig plekje in 't riet opgezocht, bezijden het vaarwater en daar onze boterhammen gegeten, als dessert een uit het water opgevischt appeltje, en gerust. Onwerkelijk mooi: 't opale water, de opale lucht met ver een kartelig strookje land, dat tusschen die twee oneindigheden een lijntje vormt. Veel later koers naar Jonen gezet, om daar onze dorst te stillen in het schippersherbergje. Konden dit niet vinden, vroegen aan een daar liggend jacht waarop een meneer met zijn zoon van ongeveer 15 jaar "Ik weet het ook niet, maar drinken kan ik U wel geven, als U dorst heeft." "Als 't geen slootwater is, dan graag." "Neen, volle melk, juist gekookt, geen Hitlermelk."
Hij vertelde van zijn jacht dat het jaar tevoren nog gebouwd was bij Huisman vaan Ronduite en hoe hij er ook op sliep. "Verboden, net zooals ons canovaren."
Terug door de Cornelisgracht, gloeiend met de zon brandend op onze ruggen. Dwarsgracht even in gevaren. Bij ons geliefde plekje 't water ingegaan, wat heerlijk verfrischte. Om half zeven thuis, eten nog niet klaar, konden ons dus heerlijk opknappen. Onze laatste avond nog een tijd gelezen in 't boek v.h. Kampereiland. Ineke las voor, en ik breidde
{vel 9}

de trui af, die ik met dat warme weer ook heelemaal niet noodig had gehad.
Volgende morgen om half tien vertrokken, de laatste vaart dit jaar met de trouwe bootjes. Kregen bij Broer nog een heele vracht peeren mee: "Die mag je eigenlijk heelemaal niet vervoeren, maar als ze je aanhouden, zeg ik dat je ze gestolen hebt." En genoegelijke Broer schaterde het uit. 1) Toen nog even naar de pastorie en dan met onze zware pakken naar de bus. Valiesje er niet in! Heb er in Zwolle om getelefoneerd, ze gaven het mee met den trein naar meppel, waar ik het inderdaad vond.
Wij genoten bij Mol van de heerlijke volle melk en de goede verzorging. Iederen dag, onze honger ziende, kwamen er meer boter-
{vel 10}

hammen op de bak. Veel meer dan ons rantsoen. Suiker, roggebrood, kaas en boter hadden we meegenomen. Alleen de verduistering was niet in orde, ze hadden geen gordijntjes op de nieuwe slaapkamers kunnen krijgen en de lampjes waren onvoldoende geschermd, zoodat we 's avonds manoeuvreren moesten om niet van de weg gezien te worden, als we voor de waschtafel stonden.
In Giethoorn geen duidelijke scheiding tusschen land en water; soms dient een op het land getrokken schuit als huis - Cornelisgracht -, soms groeien in punters in 't water gras en struiken. Waar begint de vaste grond en eindigen de biezen en rietvelden?

{Einde tekst 42F}


[1] Den vorigen dag was er een man uit de stad aangekomen, die letterlijk smeekte, dat ze hem vruchten zouden verkoopen. Ze weigerden, omdat het niet mag en ze hem niet vertrouwden. Terecht, want anderen, waar hij wel vruchten had kunnen koopen, heeft hij aangegeven. {Noot van Tante Nel}.

 

Terug naar bladzijde 78

Terug naar de inhoud

Naar bladzijde 80