Hotel 'Gelria', 1920

Het paradepaardje van de plaatselijke hotels is ongetwijfeld 'Gelria' geweest, in die tijd het grootste gebouw aan de Dorpsstraat, waarmee het deze een statige allure verleende. Het in 1908 geopende hotel - café beschikte over een feestzaal die via een trap, links van de veranda, toegankelijk was. Buiten stond een 'theekoepeltje' en verder was er nog een speeltuin aangelegd. De zaak werd na het overlijden van Braams eerste vrouw beheerd door de familie Th. Braam-Zelling, hierin bijgestaan door de zonen Hein en Willy. Vooral Hein was in het dorp een markante figuur, zeker als hij gezeten op de bok van de rouwkoets, die gehuld was in zwarte doeken, als koetsier zijn dorpsgenoten naar hun laatste rustplaats bracht. 

Foto en tekst zijn afkomstig uit één van de boeken van G.G. Driessen