Det de Vuurbal (Bessembiender)

 

 

En van de markantste 'Gruusbkse bessembieders' was Det de Vuurbal. Ongetwijfeld waren er nog meer van dergelijke 'natuurmensen' in ons dorp, maar vanwege zijn vriendelijke inslag was hij de meest gefotografeerde. Misschien kwam het ook, omdat hij nooit ver van huis ging en altijd in de buurt was, als er een foto van 'enne bessembiender' gemaakt moest worden. Hij bleef bij zijn eenvoudig eenmansbedrijfje, terwijl anderen - zoals Grod de Bruin (Breedeweg), E. Bggels en J. Dekker - de bezemhandel groot aanpakten en er ook nog een andere handel bij dreven. Voor die ouderwetse bezembinders was het leven een hard bestaan, ofschoon hij zelf daar vaak geen weet van hadden. Zij waren er in opgegroeid en wisten niet beter. In hun omstreeks 1850 gebouwde plaggenhutten bevond zich een kuil, waarin vuur gestookt werd om zichzelf warm te krijgen en om het 'riest-holt' of de heidetwijgen te drogen. Door een 'rookgat' in het dak moest de rook en wasem verdwijnen, wat niet altijd gebeurde, zodat die mensen er wel een als kolenbranders uitzagen. Als het materiaal gedroogd was, kon men beginnen met het eigenlijke handwerk, het binden. Het uitventen van de bezems werd gedaan door de binders of hun vrouwen, want ieder huis had een bezem nodig voor het 'kere' van huis en hof. Nu wil dit niet zeggen, dat dit aan de man brengen van de bezems een gemakkelijke zaak was. Er waren veel bezembindersfamilies en het ventterrein was beperkt, omdat alles lopende uitgevent moest worden.