De geschiedenis van de Christelijke basisschool Windekind - Adelbrecht te Groesbeek 1912 - 1982

18

Achterin bij de lijst van leerkrachten vindt u haar naam ook terug, want vanaf september 1928 is zij tegelijk met haar moeder, ter onderscheiding zijn beiden, vaak heel oneerbiedig de "oude en de jonge Beug" genoemd, onderwijzeres geweest. 

Twee leerlingen van "het eerste uur" de heer J.D.g. Montenberg en mevr. J. Kleinlooh-B÷geholtz schrijven: 

U vroeg mij, al weer een tijd geleden, om herinneringen aan mijn Groesbeekse schooljaren. Ik heb nagedacht en gezocht, maar de oogst was schraal. 

Ik volgde de cursus-jaren 1913/14, en 1915/16 van de toen nagenoeg nieuwe school. Deze bestond toen uit twee leslokalen en het woonhuis van het hoofd,  de heer van Wely. Hij zou in die tijd een nog al indrukwekkende verschijning zijn geweest, met overvloedig zwart haar. Ik heb echter geen foto en herinneringen kunnen bedriegen. Ik kreeg les van juffrouw B÷geholtz, die blijkbaar de 1e, 2e en 3e klas beheerde. Het derde leslokaal zal na mijn tijd gebouwd zijn. Ik kan me de juffrouw niet meer voorstellen, maar herinner me, dat de door haar vertelde Bijbelse verhalen op mij diepe indruk maakten. Zoals gebruikelijk bij kinderen van die leeftijd, was de ''juffrouw'' een onaantastbare autoriteit en wanneer mijn ouders eens een woord wat anders uitspraken of een klemtoon anders legden, dan had de ''juffrouw'' vanzelfsprekend gelijk. 

We zongen veel en ik had in de familie een zekere reputatie voor wat betreft mijn kennis van kerkgezangen. Het kan zijn, dat we bij bijzondere gelegenheden (b.v Kerstmis) in klassenverband in de kerk zongen, maar ik heb daar geen duidelijke herinneringen aan.  Het zullen ook geen erg ''dynamische'' diensten zijn geweest, want het waren de laatste jaren van Ds Muller Massis in Groesbeek, vˇˇr  hij in 1916, oud 77 jaar, afscheid nam.   

Van mijn klasgenoten herinner ik me heel weinig. De democratie was toen nog niet zo ver gevorderd als thans aan mijn aard bracht wellicht mee, dat ik niet erg veel contact had met hen. Het waren kinderen uit het dorp en van de pachtboeren van Den Heuvel. Laatstgenoemden liepen van en naar school. Of ze tijdens de middagpauze overbleven weet ik niet. Ik herinner me geen bijzondere mogelijkheden daarvoor. Misschien mochten ze in de klas blijven.Van hen is de naam Verkroost bijgebleven. Het was een groot gezin er er ontstond wat strijd over het wel of niet toelaatbaar zijn van de naam ''Mobilia'' voor een tijdens de mobilisatie 1914-18 geboren dochtertje. Een jonge generatie Verkroost had in Nijmegen een transport en verhuisbedrijf. Kort geleden bestond dat nog. Hoofdluis was in die tijd geen zeldzaamheid. (Als bewijs van de goede gezondheid van een baby verklaarde een trotse moeder eens ''het het al luuskes''). Mijn moeder was er erg attent op en dankzij haar verpleegsterervaring kon zij mij telkens snel ''bevrijden''.  

 

 

 

19

                                                                  

Op de voorste bank van de eerste klas zaten een tijd lang twee zusjes. Na verloop van tijd verkleurde het hout van de zitting door overmaat aan vocht. Op een keer vroeg juffrouw B. aan de klas, van welk materiaal iets gemaakt was. Ze bedoelde ijzer en om te helpen voegde ze toe; nou, waar lepels en vorken van gemaakt zijn. Ik stak direct mijn vinger op en zei ''zilver''. Doodse stilte in de klas: zilveren lepels behoorden in de sprookjes-sfeer, waar pap van gouden boren werd gegeten. 

Mijn speelgenoot, ook al 

Terug naar Pagina 17

Naar Pagina 20