|
Dagboek
van dienstplichtig soldaat Martien Zilessen uit
Groesbeek tijdens
zijn verblijf in Nederlands - Indië in de periode 1947 -1950
|

|
|
Op de bovenstaande
foto ziet u links bovenaan, de vierde van links uit gezien
Martien Zilessen (Wit Kruisje). Klik op de foto voor een
vergroting. |
|
Woensdag 19 Februari 1947: |
| Om kwart over 6
naar de mis, askruisje gehaald. 8 uur Kaap Vincent
in zicht. 10 uur wij varen den hoek van Spanje om. Half
elf aan de ene kant van ons ligt Spaans Marokko, aan
de andere kant Spanje. Ik heb Cadiez en Tanger gezien
van de kant van Marokko. Aan de andere kant is het zo
mooi. Niets dan bergen en nog eens bergen, met mooie witte
vissersdorpjes. 12 uur wij varen vlak naast de Rots van
Gibraltar. Ook de haven van Gibraltar kunnen we zien.
Ze waren juist aan het seinen. ’t Is toch zo mooi hier.
8 uur wij zitten op het dak, want het is zeer mooi weer,
echt warm. Wij zitten nu op de Middelansche Zee.
Om 8 uur hebben we een film gehad. (De Slag om Rusland.). |
|
Donderdag 20 Februari 1947: |
| 6 uur alles water. ’t Is nu
tien voor zes. Wij hebben de hele dag de bergen van
Afrika kunnen zien. Dat is een zeer mooi gezicht, maar
verder is er ook niets gezien geweest. |
|
Vrijdag 21
Februari 1947: |
| 6
uur, wij varen vlak langs de kust van Afrika. ’t Is zeer mooi
die bergen met bossen erop. Ook staan er huisjes op, zelfs hele
dorpen. 9 uur heel in de verte kunnen we Cecilie (=Sicilie)
zien liggen. Om 12 uur hebben we een kleine eilandengroep gezien
(Alieta Eilanden ?). ’t Is nu half vier, wij zijn nu recht
tegenover Tunis. Ik heb met den kijker gekeken. ’t Is
een grote stad, er staan drie torens in het midden. Acht uur wij
varen langs Kaap Bon, maar kunnen niet veel zien, want
’t is donker. |
|
Zaterdag 22
Februari 1947:
|
|
’s Morgens ongeveer
6 uur, er is niets te zien dan water. Den helen dag niets gezien
dan water. |
|
Zondag
23 Februari 1947:
|
|
Niets te zien dan water.
De hele dag niets dan water gezien. |
|
Maandag
24 Februari 1947:
|
|
’s Morgens om half
zeven is er niets te zien dan water. Wij zullen morgenvroeg de
haven van Port Said binnenlopen. |
|
Dinsdag 25
Februari 1947: |
|
Des morgens om half
zeven varen we de haven van Port Said binnen. ’t Is een mooie
stad, er staan ook Nederlandse gebouwen van de Philips en de
K.L.M. Dit was den eersten keer dat ik echte palmbomen zie. Er
staan ook gebouwen met ronde koepels. Wij liggen nu stil in de
haven, en het krioelt van de kleine bootjes die met koopwaar
naar ons toekomen, maar wij kunnen hen niet verstaan. ’t Zijn
allemaal bruine gezichten die we zien. We zijn om kwart voor 6
uit Port Said vertrokken, en hopen morgen in Zues (=Suez) te
komen. We varen nu op halve kracht door het Suezkanaal. ’t
Schip heeft de schijnwerper op. Langs het Suezkanaal staan
allemaal Engelsche kazernes, en horen ook iedere keer roepen,
maar kunnen niet veel zien, want het is nu half tien dus het is
nu donker. Ik ga nu naar bed, welterusten. |
|
Terug
naar pagina 1 |
Terug
naar het begin |
Naar
pagina 3 |
|