Dagboek van dienstplichtig soldaat Martien Zilessen uit Groesbeek tijdens zijn verblijf in Nederlands - Indië in de periode 1947 -1950

Een Nederlands Indiëganger ergens in Nederlands - Indië

 

Maandag 22 November 1948:

Vandaag is er een jongen van de Tweede Compie begraven, die was verdronken. Dit is nu nummer 17 van 7 R.I. al.

 

Zondag 28 November 1948:
Toen wij ’s avonds op wacht stonden in Moeara Meranjat, kwam er een orkaan over Indralaja.

Hier eindigt het handgeschreven dagboek van dienstplichtig soldaat Martien Zilessen abrupt. Martien Zilessen heeft alle stormen in Nederands Indië overleeft. Bij zijn thuiskomst op 23 maart 1950 werd het volgende gedicht voorgedragen.

Welkom Martien

Welkom Martien, is de leuze, Deze dag zoveel geuit.

En ook wij hier buurtbewoners, weten dat deez’ wens beduidt.

Welkom daarin ligt verscholen, hoe altijd aan jou is gedacht.

En hoe wij in angstig spannen, jou hier hebben teru verwacht.

Maanden, maanden zijn verstreken, langzaam zeker ging de tijd.

Steeds opnieuw weer uitgekeken…..Nu heeft jouw komst ons weer verblijd.

  Wij willen je deez’ blijdheid tonen, niet alleen in dit gedicht,

Maar ook in een klein’ surprise, dat mede aan jou is gericht,

Wil dit dan nog jaren dragen “Des Buurtbewoners Hartelijkheid”.

Laat daarbij de spreuk je dienen, die hier bij past: “Beidt de Tijd”.

Kijk, dan weten wij, je bent gekomen, juist zoals je was gegaan:

Martien is dezelfde Martien, en dat trekt ons juist zo aan.

Ja, dan is er rede tot verheugd zijn, dan is er vreugde en plezier.

Weet, dat daarin zullen delen, alle Buurtbewoners hier.

In Memoriam

Op 15 December vertrokken zij met een patrouille, en kwamen daarvan niet terug.  Drie van hen werden gevonden:

  Leonardus Kuypers, van 4-4-7 R.I. uit St. Michielsgestel (Nb.), geboren 02-10-1926.

Johannes v.d. Braak, van 4-4-7 R.I. uit Den Haag, geboren 30-10-1927.

Jan Bolleurs, van 4-4-7 R.I. uit Dordrecht, geboren 15-07-1927.

Als vermist worden beschouwd:

Korporaal Willem Jan Jonker, van 4-4-7 R.I. uit Apeldoorn, geboren 15-01-1925.

Johannes Mattheus Doove, van 4-4-7 R.I. uit Noordwijk, geboren 19-10-1927.

Johannes Franciscus van Geneygen, van 4-4-7 R.I. uit Lienen, geboren 24-02-1926.

Jacobus Hubertus Hermans, van 4-4-7 R.I. uit Maasdriel, geboren 14-06-1927.

Op 24 Januari 1928 (en dit is overduidelijk een drukfout in die krant,  en moet dus 1948 zijn) kwam bij de uitoefening van zijn plicht, om het leven;

Sergeant J.C.H. Janssen, van 3-4-7 R.I. uit Scheveningen, geboren 15-04-1925.

  Tijdens een patrouillegang waarbij gebruik werd gemaakt van een prauw, zonk deze, waardoor Janssen verdronk.

 

Naschrift

Verschillende benamingen zijn bijna niet goed meer te lezen in het met de vulpen handgeschreven schriftje van 58 jaar geleden (nu 2005) en kunnen dus wel eens foutief weergegeven zijn. Excuses hiervoor.De beschreven periode valt in de periode van de 1e zogenaamde Politionele Actie (van 21 Juli 1947 tot 5 Augustus 1947).

Op bladzijde 17 staat Jochems uit Etten die verdronk. Dit moet zijn: B.A. Jochems, Legernummer 271211679, 5e Comp uit Ettem (Nbr.). Hij is tijdens een patrouille verdronken bij het oversteken te Batang Leko (bij Ipil) d.d. 27-12-1947.
Op bladzijde 18 wordt gesproken over “kloppers” een woord wat ook onduidelijk te lezen was. Met hoge waarschijnlijk wordt door mijn vader “ploppers” bedoeld, wat guerrilla strijders waren van de vijand Soekarno.

Wat niet vermeld staat in het dagboek, maar wat Martien Zilessen wel verteld heeft tegen derden, is dat ook hij mensen heeft moeten doden. Dit echter, om zelf in leven te kunnen blijven. Noodweer dus. Ook staat er niet in vermeld, wat hij echter mij eens heeft verteld, is dat hij een kameraad van een boomstam zag vallen bij het oversteken van een rivier. Na de val in het water, werd hij in zijn onderlichaam gegrepen door een krokodil, en verloor een, wellicht beide benen. Verdere details zijn tot op heden onduidelijk.  Ook vertelde mijn Martien Zilessen, dat bij enkele patrouilles er inheemsen met een hoofddoek meegingen samen met enkele Nederlanders van een “speciale eenheid”. Deze gingen dan voor op. Als dan de uiteindelijke patrouille volgde, waren er meestal afgeslagen hoofden op spiesen gestoken en op andere verschrikkelijke manieren vermoorde personen die langs de route lagen. Ze “zuiverden”, zo macaber als het ook klinkt, de weg voor de gewone soldaten in gevaarlijke missies.De KNILlers hielpen de Hollanders, en na de oorlog, want dat was het, gingen velen met hun complete families naar Nederland, want daar in Indie werden ze beschouwd als verraders, en zouden zonder pardon beestachtig vermoord zijn door de aanhangers van Soekarno. Ook in Groesbeek waren ex-KNILlers omstreeks 1950 komen te wonen. Twee families, die wonen in de Breedeweg en de Stekkenberg ken ik goed. In verband met de privacywetgeving en respect, vermeld ik echter niet hun namen.Veel is nooit echt naar buiten getreden, met name de vreselijke herinneringen die vele jongens hebben gehad, door de verschrikkelijke verminkingen en martelingen van soldaten, hun handlangers en tipgevers. De klewang was een veel gebruikt (stil !) wapen in die periode.80 % van het dagboek geeft niet de trauma’s weer, die de jongens die nooit in een dergelijke situatie hadden geleefd, hun hele leven met zich mee zouden dragen. Velen hebben hun leven lang niets kunnen vertellen wat ze allemaal meegemaakt hebben. Zo ook m’n vader ! Wel geeft het dagboek (en de verschillende foto’s) een ietsje duidelijker beeld aan diegenen die het nooit hebben meegemaakt. Het toont het eiland Zuid-Oost Sumatra, van toen. Nu is het noorden van Sumatra (Atjeh) overduidelijk in het nieuws met beelden van het heden, naar aanleiding van de zeebeving van december 2004 en de daarop volgende Sunami.Bij beelden buiten het getroffen gebied kan men zien, hoe het eiland er (nu en ook toen) uit ziet.

 

De Politionele Acties.

Zover ik me kan herinneren werden de jongens naar Nederlands-Indie gestuurd om de zogenaamde communisten onder de gehate Soekarno te verdrijven. Van het verdrijven van communisten, was na de Tweede Wereldoorlog overal sprake, en het was een heel gewoon gegeven in de periode van de Koude Oorlog. Denk maar aan Vietnam, Cuba, Noord-Korea enz. De naam Politionele Actie werd dan ook in het Westen gezien als een corrigerende actie, om de zaak te bedaren, zodat het niet zou gaan escaleren. Dit gebeurde met Engels materieel, Engelse wapens (o.a de stengun, vrachtwagens enz.) en Engelse uniformen met Nederlandse identificatiegegevens erop, want wij waren hier net bezig met de wederopbouw, en er was van alles te weinig.Een corrigerende actie om de zaak niet te laten escaleren, was echter niet (alleen) het geval in wat later de Republiek Indonesie zou gaan heten. Nederland (en dus ook het Koninkrijk der Nederlanden, waar voor 1830 Belgie en Luxemburg ook bij hoorden) had reeds sinds ongeveer begin 1600 het land leeg gehaald van specerijen, goud en andere grondstoffen. Het was een kolonie van ons, en velen zijn er rijk door geworden, denk maar eens aan de V.O.C. Door de aanwezigheid van aardolie en de vele honderden rubberplantages, was het begin 1900 uitermate belangrijk voor de opkomende industrie, en dan met name voor de groeiende autoindustrie vooral net na de Tweede Wereldoorlog. Maar er was ook nog een groot palmolie potentieel. Net als de huidige inval van de V.S. in Irak, wat in mijn ogen puur en alleen is gebeurt om de wereldoliehandel onder controle te houden, was dit economisch belang voor Nederland toen ook van doorslaggevend belang. (Indonesie is nu nog steeds een uiterst belangrijk OPEC (olieproducerend) land.). Met name Sumatra met zijn industrie had ook een grote kunstmestverwerkende industrie. Een product wat gedurende de Tweede Wereldoorlog in Europa uiterst schaars was, omdat o.a. het erin aanwezige nitraat niet aan te slepen was voor de bommen-en granatenfabricage. Het ging er naar mijn persoonlijke mening dus niet (alleen) om, om de communisten te verdrijven, maar om te zorgen dat Nederlands-Indie niet een zelfstandige vrije staat (lees: Republiek) werd. De aangelegenheid werd dan ook in het Nederland van na de oorlog nog steeds als een “binnenlandsche aangelegenheid” beschouwd, zo werd toen door Dr. J.H. Royen in Parijs bij een persconferentie verteld.Mede door toedoen van de Amerikaanse regering in de Veiligheidsraad, is uiteindelijk de oorlog, die dus in mijn ogen er ook een van economisch belang was,  stop gezet, en is het leven van vele jonge knapen uit Nederland die in dienst moesten, terwijl ze net het geweld van de Tweede Wereldoorlog uit hun vroegere jeugd nog moesten verwerken, niet verder in het gedrang gekomen.Vele anderen zijn er ver van huis gesneuveld, vermoord of verongelukt ! De Amerikanen dreigden ermee de Marshallhulp voor de wederopbouw van ook Nederland in te trekken, en door deze dreiging droeg Nederland na een Rondetafelconferentie op 29 December 1949 in Den Haag, de soevereiniteit over aan Indonesië.

Terug naar pagina 23

 

Terug naar het begin