Dagboek van dienstplichtig soldaat Martien Zilessen uit Groesbeek tijdens zijn verblijf in Nederlands - Indië in de periode 1947 -1950

Een groepje militairen ergens in Indonesië. Matien staat hier ergens ook bij. 

 

Zondag 9 maart 1947:

’s Morgens om half 6, is ’t eiland Ceylon (=nu Sri lanka) te zien. ’t Is zeer mooi. Op zee zie niets dan kleine vissersschepen (zeilboten). ’t Schip The Wave Actension kwam vlak langs. Er zijn verder nog twee schepen langs gekomen.

 

Maandag 10 Maart 1947:

De hele dag niets gezien dan water. ’t Geschut wordt op den boot gezet, om de kust onder vuur te nemen als er eens wat gebeurt (flakgeschut).

 

Dinsdag 11 Maart 1947:

Niets te zien dan water.

 

Woensdag 12 Maart 1947:

’s Morgens om kwart over zes, ’t eiland Rondo is te zien. Het ontleend waarschijnlijk zijn naam aan de ronde vorm. Kwart voor zeven weer een eiland, ’t is Poeloeve , daarna kwam Sumatra.

 

Donderdag 13 Maart 1947:

Niets te zien dan water. Heel vaag in de verte kunnen we land zien..

 

Vrijdag 14 Maart 1947:

’s Morgens 6 uur land in zicht, maar nog ver af. ’s Namiddags om 8 uur hebben we het mooiste gezicht op kleine eilandjes. Dat is schitterend met die grote bossen van palmbomen en vuurtorens. Vijf uur wij liggen stil, want morgen varen we de Moessie (=Musi) op naar Palembang.

 

Zaterdag 15 Maart 1947, De Grote Dag.

We hebben vannacht stil gelegen, en varen nu weer verder. We kunnen de hele tijd land zien. ’s Avonds om 4 uur (!!!) gaan we stil liggen voor de Moessie, want er is een besmettelijke ziekte aan boord. Er komen twee bootjes van de kustwacht. Er zitten ook zwarten op.

 

Zondag 16 Maart 1947:
Wij liggen nog steeds stil. Om 9 uur ben ik naar de Hoogmis geweest. ’s Namiddags komt er weer een bootje pillen brengen en post halen.

 

Maandag 17 Maart 1947:
Ik ben vandaag kamerwacht. ’s Morgens om half 9 is er een roeiwedstrijd op de zee tussen de 5e en 7e R.I., welke door de 7e R.I. wordt gewonnen.

 

Dinsdag 18 Maart 1947:
 ‘s morgens om ongeveer 10 uur gaan we weer varen. We varen de Moessie op, langs de kanten zien we de eerste apen en krokodillen. Wij komen ook langs verschillende kleine dorpjes. ’s Middags om ongeveer 2 uur varen we Palembang binnen. Daar staan veel soldaten van de Stoottroepen. Zij gooien ananas op het schip. Daarna moeten we overstappen op twee landingsvaartuigen, en worden we naar Pladjoe gebracht. Daar komen we in een Japans kamp te liggen, en slapen vannacht voor het eerst onder de klamboe.

Terug naar pagina 3

Terug naar het begin

Naar pagina 5