|
De Gelderlander 11 juni 1945
|
In geteisterd Groesbeek
Onze correspondent schrijft:
Het kwam zoo onverwachts. Zaterdagmiddag. Maar er sloeg dra een
geestdrift los, een groote spontane reactie. Hare Majesteit
Koningin Wilhelmina komt ons dorp in nood bezoeken; aanschouwen
de totale verwoestingen en een blik slaan op de erbarmelijke
toestanden van huisvesting en verblijf! Jong en oud maakte zich
op, spoedde zich naar het raadhuis, waar het Koninklijk Bezoek
verwacht werd. En hier op de puinhopen van ons eens zoo
mooie dorp, brak de geestdrift eerst recht baan op het moment
dat de auto's aanreden en de Landsmoeder temidden Harer zoo
vreeselijk getroffen kinderen aankwam. Terwijl het
begroetingsgejuich nog voortduurt, stijgen reeds de plechtige
tonen van het Wilhelmus luide op. De bevolking bied bloemen aan,
'n afgevaardigde der oorlogsgetroffenen wordt door Hare
Majesteit bemoediging en troost toegesproken, de Gemeenschap van
Oud-Illegale Werkers ter plaatse drukt de hand van Haar, voor
wie zij pal stonden tijdens de moeilijke jaren en ook met het
Gesstlijk Gezag onderhoudt de Landsvrouwe Zich. Hare Majesteit
stelt zich vervolgens persoonlijk op de hoogte van den nood en
het leed, van de verwoestingen hier aangericht en van de
momenteele huisvesting, die alle beschrijvingen tart. Vlak aan
de duitsche grens, bij de brokstukken van pastoor Hoek's
levenswerk, gaat het oog van Haar van puinhoop tot puinhoop, van
hutje tot hutje, der weergekeerde bewoners. En we vernemene het
Koninklijk woord; ,, Wat is 't erg hier!'' En dan rijden de
auto's naar rechts, waar slechts restanten va muren afgewisseld
worden door versplinterde balken en stalen geraamten van
bommenwerpers en zweefvliegtuigen. Later als Hare Majesteit
terugkeert via Heikant en Stekkenberg, staan de bewoners in
groepjes langs de wegen geschaard en wuiven hartelijk toe. Haar,
die het volk niet vergeet en als een ware Moeder Haar kinderen
komt troosten en opbeuren. |
|
|
Geldersch
Dagblad 11 juni 1945
|
Bezoek aan Groesbeek
Nadat de auto het Ziekenhuis
had verlaten, begaf men zich via de Houtlaan naar den
Groesbeekscheweg, waar, aan de grens der gemeente, de
burgemeester van Groesbeek ter begroeting aanwezig was. Hierop
werd naar het dorp doorgereden, hetwelk via den Molenweg werd
bereikt. Een groot wit doek, waarop een welkomstgroet van het
Postpersoneel was geschreven, was boven den weg gespannen, vlak
voor 't gemeentehuis. Hier werd eenigen oogenblikken halt
gehouden. Door de dochter van den gemeente-secretaris, Mej. L.
Luijben, werden eenige bloemen aangeboden aan Hare Majesteit,
die daarop eenigen tijd sprak met leden van de voormalige
ondergrondse verzetsbeweging in deze gemeente. De rijtoer werd
hierop voortgezet, waarbij de Koningin toegejuicht werd door de
daar wonende menschen. Onwillekeurig zal Hare Majesteit zich
hebben afgevraagd, hoe het mogelijk is, dat men daar nog
redelijkerwijs kan leven en werken. Zag men tot aan het
gemeentehuis nog tal van huizen intact, verderop is de
verwoesting volkomen. De oorlog heeft hier, als in een
reusachtige stormwind, alles wat overeind stond, eenvoudig
weggevaagd. Slechts enkele muren staan hier en daar overeind en
de menschen, die er huizen leven in zeer primitieve tenten, in
kippenhokken of andere zeer onbehaagelijke ruimten, die aan
eenigerlei vorm van bewoning dienstbaar zijn gemaakt. En het
aantal bordjes, dat waarschuwent tegen het gevaar van nog
niet opgeruimde landmijnen, is legio. De Koningin toonde zich
door dit intens droeve beeld zeer getroffen en Haar opmerking,
dat het goed is geweest, dat Zij dit met eigen oogen heeft
aanschouwd, zegt wel genoeg. De bevolking van Groesbeek lijdt
nog steeds. |
|
|
De Gelderlander 22 juni
1945
|
Koninklijke Belangstelling
voor Groesbeek
De burgemeester van Groesbeek
mocht dezer dagen het volgende schrijven van den wnd. Commissaris
der Koningin in de provincie Gelderland. ontvangen; ,, Aan de
ingezetenen der gem. Groesbeek. H.M. de Koningin was zeer
getroffen door de spontane belangstelling, die bij
Hoogstderzelver onverwacht bezoek aan Groesbeek op 9 dezer.
allerwege tot uiting kwam. Hare Majesteit verzocht mij, aan de
bevolking Haren dank voor de Haar bereide ontvangst over te
brengen. De ingezetenen van Groesbeek mogen zicht overtuigd
houden van de levendige, haast moederlijke belangstelling, die
de Koningin voor hun geteisterde gemeente koestert koestert en
waaraan zij tijdens den rondrit bij herhaling uiting
gaf.'' |
|