|
Naschrift
Niets
dan lof voor de Horster Zusters.
(Na de oorlog, ik dacht op 14 Augustus 1945, het jaartal is
onduidelijk, werd door iemand van de Horst, ik weet niet wie, een
speech gehouden. De welgemeende inhoud ervan spreekt voor zich).
Eerwaarde
Zusters,
Namens de Commissie van dankbaarheid, namens al diegenen die op en na
17 September 1944 in Uw klooster de gastvrijheid vonden, en tevens
namens alle parochianen van de Horst, is het voor mij een bijzondere
eer U, Eerwaarde Zusters, namens hen allen te mogen toespreken en U
het Welkom in ons midden te mogen toeroepen.
Sta mij toe, Eerwaarde Zusters, dit op mijn eigen wijze te doen, d.w.z.
als kind van de Horst, om U te doen voelen onze algemeene
dankbaarheid.Het past ons dan nog weer eens terug te denken aan 17
September 1944 en wat daarna is geschied.Het was na drie, vier dagen
al voor iedereen zeker, dat slechts een gebouw in staat was ons nog
eenige zekerheid te bieden. Dit gebouw was het klooster, wat nog
intact was en waar de zusters nog in waren.
Ongeveer 500 menschen hebben bij U, Eerwaarde Zusters,
gastvrijheid mogen genieten. 500 menschen hebben U van nabij
leeren kennen, en wij allen die in het klooster waren, kunnen nu
getuigen, dat wij U eerst toen hebben leeren kennen.Wij allen weten nu
dat ge niet alleen kloosterzusters zijt, maar ook tevens heldinnen.Nu
deze groote volkerenstrijd ten einde is, ziet men overal terecht of
ten onrechte helden ontpoppen. Maar als er iemand is, die een helden
kroon verdiend heeft, dan zijn wij er allen van overtuigd, dat deze
kroon toekomt aan onze stille maar groote heldinnen, aan U onze
Zusters, aan U de Zusters van de Horst.
Veel leed is over ons heen gegaan. Veel is verwoest, maar erger
dan de verwoestingen, is datgene, wat niet meer hersteld kan worden.
Ook gij, Eerwaarde Zusters, moest een van Uw medezusters in dezen
strijd ten offer brengen. Zij viel in de uitoefening van haar werk der
naastenliefde, moge God haar ziel genadig zijn.
Ook velen van ons is het leed niet gespaard gebleven. Velen van ons
keerden niet meer naar de Horst terug. Wij allen verloren veel. En
toch mogen we God nog danken, dat wij allen hier vandaag tegenwoordig
zijn.Want wat zou er gebeurt zijn, als we ons klooster, als we U niet
hadden gehad ?
Door
Uw heldenmoed en uithoudingsvermogen, door Uw algeheele overgave aan
God, door Uw hard werken, dikwijls zonder of met lang niet voldoende
nachtrust, door het afstaan van Uw laatste bedden, door het geven van
alles wat ge bezat, tot zelfs aan Uw laatste krachten toe, hebt gij
heldinnen uit het klooster nog vele menschen van den dood gered.
Na vijf weken vol van ellende, tevens vol van grootsche daden, werden
we uit deze hel verlost. Wij vertrokken, ieder zocht zijn bundeltje
bij elkaar, en de zware tocht naar Cranenburg werd aanvaard.Allen die
dit hebben medegemaakt, zullen nooit meer die tocht vanaf het klooster
naar de kerk van Cranenburg vergeten. U Eerwaarde Zusters, hebt deze
droeve stoet gesloten.
In alles zijt gij de eersten geweest in die vijf
bange weken. Het laatst hebt gij Uw burcht verlaten, na overtuigd te
zijn, dat niemand vergeten was.
Zwaar belast en beladen zijt ge ongedeerd in de
kerk te Cranenburg aangekomen. Ons hart was vol vreugde, toen deze
tijding door de kerk werd verspreid. Laten we terugkeeren tot het
heden. Hier staan we weer temidden van de puinhopen.Ge hebt ons ook nu
weer niet alleen willen laten, nu we als het ware vernietigd tussen de
ruines zitten. Gij bezit den moed die wij zoo waarderen, om evenals
wij weer opnieuw te beginnen.
Voor de tweede maal roepen wij U het welkom toe.
Het eerste welkom was ons allen wel oprecht
gemeend.
Het tweede welkom wat wij U toeroepen, is vol van
groote dankbaarheid jegens U.
Het is voor ons allen of onze beste
familieleden of bloedverwanten, na een lange scheiding wederom zijn
teruggekeerd.
Woorden ontbreken ons om U te doen voelen hoe
diep onze achting en erkentelijkheid voor U in ons doorgedrongen is.
Daarom Eerwaarde Zusters hebben wij U deze kleine
verrassing bereid.
Daarom konden en wilden wij dezen dag niet
ongemerkt voorbij laten gaan.
Het ligt dan ook in de bedoeling om, als het
klooster weer op orde is, U een blijvend geschenk aan te bieden, dat
Uw gedragingen gedurende onze donkerste dagen zal vereeuwigen.
Veelaan dan, Eerwaarde Zusters, laten we zoo weer de draad van het
leven opnemen. Mocht de tijd komen, dat wij het U kunnen vergoeden,
mocht het zijn dat ge ons, dat ge de parochie noodig hebt, dan
verklaar ik hier namens allen, dat de geheele Horst achter U staat,
en dat Uwe wenschen vervuld zullen worden.
Nogmaals, weest hartelijk Welkom en moge Gods Rijksten zegen Uw zoo
welverdiend deel zijn.
(P.S.de
tekst is origineel nageschreven, zoals die toendertijd werd getypt.)
|