44F Dagverhaal Vervolg |
blz 156 |
lawaai oorverdovend. In een wijde kring verderop is een volgende reeks
batterijen geplaatst: in de kolonies, in 't bos, bij de boerderij van Zeinstra
aan de Postweg.
Daar het zich laat aanzien dat ons verblijf in de kelder langer van duur zal
zijn dan enkele dagen, gaan wij ons zo aangenaam en gemakkelijk mogelijk
inrichten. De grote Samoa-mat uit het tuinhuis werd op de stenen vloer
uitgespreid, hierop kwam een laag tafeltje en enige gemakkelijke stoelen; wij
behoefden dan niet altijd de bedden voor zitplaats te gebruiken. De portretten
van Paultjes ouders - de vader die gefusilleerd was en de moeder die gevangen
zat - kregen een plaats op een
- 35 -
van de schappen; naast een rij boeken waar ieder iets van zijn gading in kon
vinden. Stafkaarten en een atlas, brei- en verstelwerk, eetwaar en eetgerei;
kortom alles wat wij in de loop van de dag of nacht nodig mochten hebben
indien wij gedurende geruimen tijd de kelder niet konden verlaten. Dit was een
mogelijkheid waarmee wij rekening moesten houden; gelukkig is 't echter nooit
voorgekomen. Aan een ieder werden zorgvuldig gespaarde niet-vonkende
vooroorlogse lucifers uitgedeeld met de raad het kostbare doosje altijd bij
zich te houden. Reeds enige malen hadden wij ondervonden hoe onaangenaam het
is wanneer men in deze omstandigheden in het donker niets tot zijn beschikking
heeft wat dienen kan om zich licht te verschaffen.
Tegen twaalven luwde het schieten, waarop Ineke en ik het dorp in gingen.
Volgens onze gewoonte in die dagen namen wij elk een grote mand vol appels mee
om aan de soldaten uit te delen. Hoewel de voeding van de Geallieerde
militairen wetenschappelijk was vastgesteld en ongetwijfeld aan de hoogste
eisen beantwoordde, toch scheen er een enkele zaak te ontbreken, de soldaten
gevoelden althans een grote behoefte aan vers fruit. Jeeps die wij met appels
bekogelden hielden hun vaart in of stopten of reden achteruit om de welkome
projectielen niet te missen. Wie te voet was stak op onze uitnodiging gretig
een hand in de mand om er bescheiden slechts een enkele vrucht uit te pakken.
Sommige soldaten bedankten aanvankelijk en bedienden zich pas als wij er op
aandrongen en verzekerden een boomgaard vol fruit te hebben. In de eerste
dagen van de invasie kwam het wel eens voor dat een enkeling met afschuw en
angst in zijn blik ons vriendelijk aanbod afsloeg; net alsof de onschuldige
appels handgranaten waren die aanstonds zouden ontploffen.
Pas veel later, toen wij van de soldaten vernamen hoe vijandig zij in een deel
van Normandië ontvangen waren en toen wij hun leidraad voor bezet gebied in
handen kregen, begrepen wij de verschillende reacties die ons te voren zo
vreemd waren voorgekomen. Zo lazen wij in:
- 36 -
"The way you should behave to the Dutch civilian population" het
volgende: "Remember that the Dutch may be near to starvation when you
arrive. Don't, even if food is offered you, eat too much! Some one may starve
if you do!"
En verder: "The enemy will spare no pains to leave behind, scattered
among the civilian population, agents, saboteurs and propagandists who will be
a continual threat to our security."
Tussen de wijze van optreden der Geallieerden en der Duitse militairen
bestond een opvallend verschil. Een enkele uitgezonderd donderden, vloekten en
raasden de Duitsers als mensen die hun zenuwen niet meer de baas zijn en de
grens van hysteria overschreden hebben. Grimmig vertrokken stond hun gelaat,
dreunend stampten hun voetstappen, alsof zij met hun zware laarzen tot zelfs
de vijandige bodem vermorzelen wilden. De Geallieerde soldaten daarentegen
liepen vrijwel geruisloos op hun zachte zolen, zij keken vriendelijk en
maakten grappen. En wat ons het meeste trof: er schalden geen commando's, een
ieder scheen op een geheimzinnige manier vanzelf te weten wat er van hem
verlangd werd.
In het voorbijgaan zagen wij dat er een groot gat geslagen is in het oude
Ottenhofhuis onderaan de Zevenheuvelenweg; gaten gapen eveneens in de
jongensschool en in Sunny Home. Overal liggen glassplinters.
|