44G Dagverhaal Vervolg |
blz 163 |
langer hadden durven blijven. Lam de oudste zoon en Paul de jongste waren
achter gebleven om voor het vee te zorgen en zo mogelijk brand te bedwingen.
't Was niet gemakkelijk geweest om van huis weg te komen. Met een witte
zakdoek aan een stok gebonden ging een van hen voorop; half kruipend en half
lopend trokken zij langs de Derde Baan achter elkander de heuvel op, onder
hevig vuur. De Amerikanen, wantrouwig, wilden hen eerst niet doorlaten doch
zodra zij bemerkten met vluchtelingen te doen te hebben, hielpen zij zoveel in
hun macht was en wezen de veiligste weg naar het dorp aan. Zij hadden zoveel
als zij maar dragen konden meegenomen, ieder lid van het gezin was beladen met
pakken en zakken, de boerin van Groenendaal torste een zware handkoffer. Een
der soldaten nam haar de koffer af en belastte zich er verder mee. Al lopende
waren zij met elkander aan 't praten geraakt, de soldaat in 't Duits en de
boerin in het van Duits weinig verschillende grensdialect.
"En verbeeldt U, die soldaat was geen gewoon mens maar een professor en
zo'n geleerd man droeg mijn koffer alsof hij net hetzelfde als U of ik
was" vertelde de eenvoudige vrouw vol verbazing en bewondering.
Zodra Jan de timmerman het nieuws van de aankomst der Groenendalers vernam,
ging hij er heen om te vragen of zij iets wisten over hun buren van Vossendaal,
zijn ouders. Hij werd slechts weinig wijzer: het huis stond nog ongedeerd doch
het was hun onbekend wat er van de bewoners geworden was. Er werd in die
omgeving voortdurend gevochten. Van nu af aan zou Jan steeds plannen beramen
om door de linies heen te sluipen en zijn ouders op te zoeken; tot grote
bezorgdheid van zijn vrouwtje Lies die de vermetele aard van haar Jan maar al
te goed kent.
- 50 -
Het Lage Wald dat op een afstand van slechts enkele kilometers van het dorp
ligt, is thans onbereikbaar. Even onbereikbaar als de Horst, waarvan wij de
huizen, het klooster en de rode kerk duidelijk in de verte kunnen
onderscheiden. Het windgerucht - om de eigenaardige Indische uitdrukking te
gebruiken - vertelt dat de bewoners die geen kans meer zagen naar Groesbeek te
vluchten, nu ten getale van enige honderden mannen, vrouwen en kinderen in de
kelders van het klooster schuilen. Wij beklagen de arme mensen die niet alleen
onder doorlopend vuur maar ook onder de verdrukking van de Mof zitten en zeker
naar Duitsland weggevoerd zullen worden.
Wanneer zij echter na bijna een jaar afwezig te zijn geweest in de gemeente
terugkeren, blijken zij het naar omstandigheden niet slecht te hebben gehad.
Met een zo groot aantal mensen in de betrekkelijk kleine ruimte van de kelders
van het klooster hadden zij wel erg opgepakt gezeten, doch Pastoor en Zusters
deden alles wat in hun vermogen was om 't hen dragelijk te maken. De
geestelijke verzorging liet niets te wensen over, iedere morgen werd er een
mis gelezen. Ook lichamelijk leden zij geen gebrek; er was voldoende meel in
voorraad en de bakker bakte ijverig dag en nacht door. Een paar onverschrokken
jongelui gingen geregeld de ronddwalende koeien melken en de slachter
begeleidde hen nu en dan om van de getroffen beesten vlees af te snijden. Ook
gingen de mensen af en toe in een rustig ogenblik naar hun huizen om eetwaar
en de nodige kleren te halen.
De hygiënische toestand was minder gunstig. Door de opeenhoping van mensen
waren de kelders zo vol dat de meesten niet konden gaan liggen maar dag en
nacht moesten blijven zitten. Weinig water, verstopte W.C.'s. Op den duur
geraakten bij allen maag en ingewanden van streek; een paar oude mensen
stierven. 't Drogen van de luiers der kleine kinderen vormde een moeilijk
vraagstuk, er werd
- 51 -
de volgende oplossing voor gevonden: de ouders wikkelden de doeken onder hun
kleren op het blote lijf en deden door de lichaamswarmte het vocht verdampen.
Zo waren de kleintjes geholpen, al was het dan ook op een niet al te
hygiënische wijze. Of die Prissnitzverbanden de gezondheid van de ouders ten
goede kwamen is een andere vraag.
Ten leste, toen er na vier weken nog steeds geen verandering in de
oorlogsomstandigheden kwam en de toestand in de kelders op de lange duur
onhoudbaar werd, is de Pastoor door de beschietingen heen op de fiets naar
Cranenburg gereden om te vragen of hij met zijn
|