44H Dagverhaal Vervolg |
blz 172 |
- 67 -
In een stille hoek van de gang, onbewust van zijn omgeving, lag een oude zieke
man uitgestrekt op een matras. Verderop vond ik de inwonende dames en heren in
een kelder die men met enkele naar beneden gehaalde meubels, enige bedden en
rustbanken tot een bewoonbare en zelfs enigzins huiselijke ruimte had weten om
te toveren. Er scheen een flauw licht door een venstertje naar binnen, verder
brandde er hier en daar een klein kaarsje.
De achterste kelder was gedeeltelijk voor kapel ingericht. Een Jesuïeten
pater kwam iedere dag te voet uit Nijmegen om de mis te lezen, soms volgde er
nog een tweede mis van de Amerikaanse aalmoezenier. De twee militaire dokters
en de kok verleenden hulp als misdienaars.
Met een tevreden gezicht, de hand van haar zuster Doortje in de hare geklemd,
lag juffrouw Dientje op haar bed. Deze twee zusters, de ene bedlegerig sedert
jaren en de ander hulpbehoevend wegens blindheid, beiden over de tachtig maar
nog helder en krachtig van geest, hadden bij de eerste bombardementen
geweigerd naar beneden gebracht te worden. "Schuif mijn bed maar wat van
het raam af en in 't midden van de kamer. Maakt U zich niet bezorgd over ons,
Zuster, wij zullen wel bidden" stelde de oudste de Zuster gerust en zo
bleef het moedige tweetal samen boven.
Zij vertelden dat zij wel bang waren geweest, doch zij zaten dicht naast
elkaar en troostten zich met de gedachte dat als Onze Lieve Heer hen haalde,
hij hen tenminste tegelijk mee zou nemen. De eerste nacht ging alles goed, er
gebeurde niets. De volgende dag was net het tafellaken voor hun middagmaal
gespreid toen een granaatscherf door de kamer vloog en in het paneel van de
deur bleef steken; de eerste granaat die in Mariendaal insloeg. Alles om hen
heen werd zwart van stof en rook, het tweetal hield elkaar vast omklemd,
menende dat hun laatste uur geslagen was. Soldaten, Zusters, de aalmoezenier,
alles kwam
- 68 -
aansnellen om hulp te bieden. Tot ieders verwondering bleken de oudjes geheel
ongedeerd en niet bovenmate geschrokken; toch maakten zij thans geen bezwaar
meer om naar beneden gebracht te worden.
Jan en zijn vriend Hein hadden ons beloofd 's middags te zullen helpen met het
opruimen van Elly's huis. Terwijl ik naar The Finish liep, kreeg ik een indruk
hoe leeg Groesbeek langzamerhand wordt. Vele gezinnen zijn het dorp ontvlucht
en naar familie of bekenden in Heumen, Mook, Malden of nog verder weg
getrokken. Het Bosstraatje zag er verlaten uit; afgeschoten takken en
dakpannen lagen op de weg, gaten gaapten in de huizen.
Boven het gerommel van geschutvuur klonk ineens een ander gerucht op:
vliegtuigen, een achtervolging, een luchtgevecht, mitrailleurs knetteren
scherp en nijdig. Even geschuild tegen het dichtstbijzijnde huis, in
gezelschap van een Stekkenberger die als zijn oordeel te kennen gaf dat 't nu
niet bepaald plezierig op de weg was. Wij konden niet in het huisje komen, de
bewoners waren vertrokken en de deuren vast gesloten. De vliegtuigen joegen
elkander in wijde kringen na. Het ogenblik afgewacht dat zij het verst van ons
verwijderd waren, hiervan maakte de Stekkenberger gebruik om zijn weg te
vervolgen, na mij een hartelijk "Wel thuis!" toegewenst te hebben;
ik stak het pad over om in de kelder van het huis aan de overkant weg te
duiken en daar te blijven totdat de huisheer aan een andere
"onderduiker" en mij de verzekering gaf dat 't nu wel even veilig
genoeg was om verder te gaan. Hij zeide dat wij maar terug moesten komen als
't opnieuw begon.
In The Finish behoefde ik niet lang op Jan en Hein te wachten. Om een
overzicht te krijgen van wat er te doen stond, maakten wij eerst een ronde
door het gehele huis. Jan kreeg hierbij de moeilijk bereikbare vliering in 't
oog en informeerde of die al eens onderzocht was. Op
- 69 -
mijn ontkennend antwoord sprak hij de hoop uit er een verstopte Mof te vinden
en slingerde zich met een reuzezwaai via een kast naar boven. Na enig
gestommel - Hein en ik stonden met spanning te kijken - daalde hij er af,
stoffig en wel, met lege handen en een teleurgesteld gezicht. Nu er geen
Moffen te verwerken vielen, werd de door hen achtergelaten rommel verwerkt.
Het tweetal schiep orde in de chaos zo als alleen mannen met hun grotere
lichaamskracht in een minimum van tijd orde in een dergelijke zwijnestal
kunnen scheppen. Om vier uur toen zij mij verlieten om te gaan melken,
|