44I Dagverhaal Vervolg |
blz 180 |
Ravensbrück opgesloten zat. Afleiden was het enige wat wij konden doen.
Wij praatten samen, wij speelden met de beesten en ten slotte sliep de kleine
- 84 -
jongen rustig in. Aan de ene zijde van zijn blonde bolletje keek Beer's bruine
snoet met de zwarte neus boven het dek uit en aan de andere kant de grijze kop
met de belachelijk lange flaporen van Ezelpaardje. Met open ogen hielden twee
trouwe vrienden de wacht.
Donderdag 28 September.
De voorgaande avond begon om tien uur een geweldig kanongebulder dat de
gehele nacht zonder onderbreking doorging. Ook rommelden af en toe
donderslagen door de lucht, zodat het moeilijk viel te onderscheiden welk
lichten en bulderen door oorlogsgeweld en welk door de natuur veroorzaakt
werd. Daarbij snorden er nog een groot aantal vliegtuigen door de lucht. Wij
vermoedden dat het Wald gebombardeerd werd.
Vannacht deden de Duitsers weer een uitval uit het Wald ter hoogte van de
Bredeweg. De Amerikanen laten de Duitsers bij hun uitvallen een eindweegs
ongehinderd voorttrekken om hen vervolgens te omsingelen. Naar verluid zijn er
deze keer 2500 gevangenen gemaakt.
Vandaag moesten wij alle maaltijden in de kelder gebruiken want voortdurend
werden wij verontrust door fluiters.
Het huis geraakte meer en meer onder het kalkstof dat met iedere dreuning van
een ontploffing van muren en plafonds afpoeierde. Soms kon een van ons het
niet langer aanzien en kreeg een bevlieging om met stoffer en blik het stof te
bestrijden. Het was evenwel onbegonnen werk, met een volgende ontploffing
daalde het grijze poeier weer neer en langzamerhand werd alles bedekt met een
grauwe laag. Wij troostten ons met het voornemen om vóór de winter, als het
vrede was, een reuzeschoonmaak te houden en alle sporen van de oorlog uit te
wissen.
Lies en Jan Muus begonnen 's morgens welgemoed samen in de schuur hout te
zagen waarbij Paultje belangstellend stond toe te kijken. Op zijn vragen mocht
hij het ook eens proberen maar bracht er natuurlijk weinig
- 85 -
van terecht.
Fluiters, vlucht in de kelder. De angst kreeg Lies weer te pakken, zij maakte
plannen om naar Malden te vluchten maar haar man voelt er weinig voor.
Zodra de rust weergekeerd is, komt buurvrouw Lien appels en wortels vragen
voor de kinderen in het Kinderhuis. Iedereen sukkelt daar met maag en
ingewanden en bovendien hebben de kleintjes gebrek aan vitaminen; geraspte
appels en wortelen kunnen uitkomst brengen. Een paar manden zijn gauw gevuld
en Lien wil reeds belast en beladen wegtrekken om slechts enkele tellen later
andermaal de kelder in te duiken, samen met een bij de pomp opgepikte
waterhalende jongen van het Kinderhuis. Opnieuw fluiten de granaten over onze
hoofden.
De voortbrengselen van onze moestuin en boomgaard kwamen menig huishouden in
de buurt van pas; er waren zoveel extra monden en aanvoer van elders kwam
vanzelfsprekend niet. Wij bevonden ons in een gelijke positie als een
belegerde plaats, wij waren immers van alles afgesneden. Het bleek thans een
groot voordeel dat Vogelsangh grotendeels in eigen behoeften kon voorzien:
eigen water, eigen groenten, vruchten en aardappels, eigen brandstof in de
vorm van hout en zelfs eigen meel, n.l. maïsmeel. Zoals vrijwel iedereen in
die tijd hadden wij voorts een voorraad rogge en tarwe. En spek - geruild
tegen in The Finish gevonden Duitse sigaretten - ontbrak evenmin. Het opmaken
van de balans leidde tot de slotsom dat wij het beleg nog geruimen tijd zouden
kunnen volhouden.
Ineke heeft bij buurman de Klos de radio-uitzending beluisterd en brengt ons
de berichten over: De Amerikanen zijn in het dorp Bemmel. - Later zou Bemmel
weer in Duitse handen komen. - De Geallieerde linie loopt thans van
Oost-Zeeuws-Vlaanderen over Antwerpen, Turnhout en Eindhoven naar Nijmegen.
Arnhem is opgegeven. Meer dan 10.000 man daalden bij
|