44I Dagverhaal Slot |
blz 187 |
wordt leeg. "De ratten verlaten het zinkende schip", weer flitst
dit onheilspellende gezegde door de gedachten.
Deze dag was het tamelijk rustig geweest; tot laat op de namiddag het schieten
opnieuw losbarstte, waarop wij haastig de kelder opzochten. De bereiding van
het middagmaal was tegenwoordig geen genoegen meer voor de huisvrouw. Wij
hadden ons gebruikelijke zaterdagse menu: erwtensoep en drie-in-de-pan toe.
Moeder verklaarde beslist dat zij nooit meer
- 99 -
die koekjes ging maken voordat het hier helemaal rustig was en voegde er
mistroostig aan toe: "als wij dat nog ooit zullen mogen beleven. Nu
beginnen de Duitsers steevast met schieten als ik begin te bakken en 't is
niet leuk voor het fornuis te staan met één oog op de pan en 't andere naar
het venster gericht om op te letten of er soms een granaat aan komt."
Tien minuten voor achten ging het electrisch licht ineens op, waarbij de
bescheiden schijn van de kaarsjes als niets verbleekte. Dadelijk zetten wij de
radio aan om het nieuws te horen. Er was niet veel bijzonders; maar 't is toch
een genoegen dat wij in onze afgesloten toestand oneindig waarderen. Door de
radio staan wij wederom in verbinding met de gehele buitenwereld, al is die
verbinding dan ook eenzijdig en niet wederkerig.
Later op de avond barstte een hevig bombardement van weerskanten los. Onder
het gebulder begaven wij ons ter ruste; het gros der familie in de kelder,
Theo in de eetkamer en ik in de zitkamer. Wij tweeën waren nu de enigen die
boven de grond sliepen. Om een uur in de nacht werd ik wakker en stelde vast
dat het schieten nog heviger dan tevoren was geworden. Theo hoorde ik in de
andere kamer op en neer lopen, ten slotte ging hij naar de kelder. Even later
kwam hij waarschuwen: "Juffrouw Nelly, ze vinden 't beter als U ook
beneden komt; Meneer zegt 't wordt hier te gevaarlijk."
In de kelder was iedereen wakker en luisterde naar het helse spektakel in de
lucht. Iedereen, behalve Paultje, de kleine jongen sliep zo gerust als een
kind maar slapen kan.
Boven ons gierden en donderden de granaten en bommen, telkens dreunde de grond
van de ontploffingen en dan ging er een trilling door de muren van het huis.
Alsof het beefde van vrees.
In die nacht werd het kindje van Lies geboren, maanden te vroeg. - Het kindje
dat met zoveel hoop en verwachting tegemoet was gezien. - Ineke stond het
moedertje bij; alles verliep zo rustig dat Paultje geen
- 100 -
ogenblik wakker werd. Voor alle zekerheid diende de vader de nooddoop toe aan
het kleine wezentje dat nooit zou leven om tot mens op te groeien.
In deze nacht viel een granaat vlak voor het met zandzakken en planken
afgedekte kelderraam van het huis van Bart de timmerman. De gehele bescherming
werd weggeslagen, de zijmuur vernield en Hein van Bertus-Ome die het dichtst
bij het venster lag, zwaar gewond. Een Amerikaanse ambulance vervoerde Hein
naar het ziekenhuis in Nijmegen; maanden zou hij daar verpleegd worden. Het is
alleen aan de kunde van de Amerikaanse militaire doktoren - die met dergelijke
zware oorlogsverwondingen vertrouwd zijn - te danken dat hij er het leven
afgebracht heeft.
Na dit ongeval besloten allen die nog in het huis waren om te vertrekken. Nu
de kelder geen voldoende beveiliging bleek te bieden achtte men het gevaar te
groot. Men pakte alles bijeen wat er meegenomen kon worden; het jonge
moedertje N. werd met haar kleintje op een handkar geladen waarop met
matrassen en dekens een soort bed was gemaakt. Zo reden haar man en haar
schoonvader Annie weg onder het vijandelijk vuur. Naar rustiger oorden zoals
zij meenden; onwetend van de lijdensweg die voor hen lag.
Zondag 1 October.
De zware beschieting ging zonder onderbreking voort. Aan het ontbijt las
Moeder gezang 232: "Neem Heer mijn beide handen en leidt Uw kind, tot ik
aan d'eeuwige stranden de ruste vind ....."
|