44J Dagverhaal Vervolg |
blz 189 |
- 103 -
vrouw natuurlijk kwijt?"
Waarop ik verontwaardigd antwoordde: "Dat is helemaal niet het geval, wij
vinden het beter als zij blijft, de reis zal haar geen goed doen. Maar de
vrouw is erg zenuwachtig en wil met alle geweld weg." "Wel, U moet
goed begrijpen dat wij er niet toe verplicht zijn, echter uit medelijden
willen wij haar wel naar een ziekenhuis in Nijmegen brengen."
Ik antwoordde dat zij naar Malden en nergens anders heen wilde gaan en
verzekerde dat Malden dichter bij Groesbeek lag dan Nijmegen. Niemand kende de
naam Malden; twee mannen van de groep militairen die zich om ons gevormd had,
gingen een kaart halen. De kaart werd uitgevouwen, een uitroep "Daar, bij
't kanaal? Maar dat is zo gevaarlijk als wat, veel gevaarlijker dan bij U in
de kelder!" Heel beleefd maar heel beslist werd geweigerd haar daar naar
toe te brengen; op het herhaalde aanbod van Nijmegen wilde ik niet ingaan, wel
wetende dat Lies het zou afslaan.
Dit was dus een vergeefse tocht geweest. Nu ik toch in Mariendaal was daalde
ik nog even in de kelders af om de zich aldaar bevindende bekenden te
begroeten; misschien was het wel voor de laatste keer.
Oude Dina H. vertelde hoe zij bij een van de kelderramen een bom of granaat
had zien springen. "De Zusters zeggen dat ik het mij verbeeld heb -
natuurlijk om mij gerust te stellen - doch Dina kunnen ze niet voor de gek
houden, ik weet het zeker." De sporen van een ontploffing aan de
buitenkant van het gebouw toonden dat pientere juffrouw Dientje gelijk had
gehad.
Moeder-Overste maakte zich zorgen over de munitiewagens die onder de bomen van
het park verscholen stonden. "Als de Duitsers daarop gaan bombarderen -
wat ze ongetwijfeld zullen doen, ze worden door hun spionnen van alles op de
hoogte gebracht - dan vliegen wij met al onze mensen de lucht in."
- 104 -
Op verzoek van Moeder-Overste belastte ik mij met het overbrengen van haar
klacht aan de burgemeester, die ongeacht de Zondag op zijn post was in of
liever onder het gemeentehuis, n.l. in de archiefkluis, in gezelschap van de
twee trawanten. Een der heren antwoordde dadelijk op de klacht: "Laten
wij maar niet te veel tegen de Amerikanen zeggen en vooral niet met klachten
komen; zij zien ons hier liever niet dan wel, wij zitten hun eigenlijk in de
weg."
Gedurende het verdere onderhoud merkte de burgemeester op dat er wel
geïnformeerd werd naar een plaats waar de mensen veiliger zouden wezen dan in
Groesbeek het geval was, doch een dergelijke plaats die bovendien voldoende
huisvesting moest bieden had men nog niet kunnen ontdekken. Daar wij op
Vogelsangh toch niet van plan waren te vluchten, sloeg ik weinig acht op deze
mededeling.
Bijna de gehele middag verstreek voordat de voertuigen verschenen waarmee onze
gasten vertrekken zouden. Eindelijk kwamen zij oprijden, twee karren en een
vierwielige wagen. Op aanraden van Vader posteerden de boeren hun voertuigen
aan de Westzijde van het huis onder de grote noteboom, waar zij tenminste
enigzins gedekt stonden tegen het vijandelijk vuur. Drie jongens bleven buiten
om op de paarden te passen; de paarden kortten zich de tijd met grazen van het
malse gras, de jongens met noten zoeken. De drie boeren kwamen binnen wachten
op Theo en Jan, die naar het gemeentehuis waren gegaan om de voor de vlucht
benodigde papieren op te halen.
Wij onderwierpen de wagens aan een kritische beschouwing; zij waren torenhoog
opgestapeld met allerlei ongelijksoortige zaken, men had blijkbaar gepakt wat
voor het grijpen lag en 't boven op elkaar getast. Op onze aanwijzingen werd
het beddegoed in dier voege geschikt dat het een gemakkelijke ligplaats zou
vormen. Van onder de matrassen kwamen drie Zondagse hoeden te voorschijn,
zielig en toch belachelijk plat als pannekoeken .....
- 105 -
Met behulp van een trapleer klommen moeder Jansen en Lies boven op de ene
wagen. Wij stopten hen warm toe met de dekens waar wij een warme kruik tussen
legden en wensten hen van harte een behouden reis toe. Theo beloofde de
volgende dag terug te zullen komen om te horen of
|