| 40G - Blok vervolg |
blz 19 |
Woensdag 24 Juli. 's Middags naar Leiden, over Wassenaar. D.
schildwachten bij Groot-
Hasebroek, het buiten van den weldadigen heer Wolf. Voorbij Deyleroord
duinweide met honderden, wellicht duizenden auto's van allerlei soort:
bussen zoowel als groote vrachtwagens en bestelauto's, taxis, groote en
kleine eigen wagens.
Leiden zwijgend. Zag daar eerste manifest Ned. Unie aangeplakt. Het
stadhuis is thans geheel weer opgebouwd. Vond hier op de Breestraat in
wetenschappelijke boekwinkel de volledige uitgave van het Wilhelmus voor
de ramen liggen.
Voor Katwijk worden D. soldaten op trawlers in zee gestuurd om te
wennen, de Katwijkers kijken zwijgend toe, met de handen in de zakken,
naar het inschepen en constateeren zwijgend de toestand van de mannen
bij het ontschepen. Bij Noordwijk gaan geregeld kleine visschersschepen
in zee om met badgasten een watertochtje te maken, zooals altijd langs
de kust gebruikelijk was. Doch soms zet zoo'n scheepje eensklaps koers
naar het Westen, om spoedig uit het gezicht te verdwijnen. De kustwacht
zendt er eenige vergeefsche schoten achterna.
In Scheveningen is een boot met duizend dienstweigeraars in zee
gestoken. De volgende dagen werd het strand afgezet, daar de
verdronkenen aanspoelden.
De volgeladen vrachtautos door Driebergen, de 45 treinen die
teruggingen.
Sint Antoniushove: "Gott sei dank, dann brauch ich nicht mehr zu
fliegen." "Mir ist alles egal."
Roode Kruis, den Haag. De D. officier, die na het afzetten van een been,
op de zaal teruggebracht, uit zijn narcose bijkomt en vraagt: "Wo
bin ich?" en bij het antwoord: "in Holland" dankbaar
zucht: "Ach, dan wird man mir am Leben lassen und werde ich meine
Frau und Kinder wiedersehen."
Arnhem 25 en 35, den Bosch.
{vel 17}
den Haag
24 Juli. Woensdagavond op laan van N.O.I. Verhaal v.d.V. over
Vrijdagmorgen. In de
omgeving van Iepenburg waren verscheiden wachten uitgezet; de afgeloste
wacht in hun omgeving mocht altijd, in de nacht, rusten bij hun buren op
de logeerkamer. Vrijdagnacht werden de v.d.Vs. gewekt door een harde
bel, hij ziet tot zijn groote verbazing eenige D. soldaten voor de deur,
die vragen: "Sie haben Soldaten im Hause?" Het antwoord luidde
naar waarheid: "Nein" en toen de D. er geen geloof aan
hechtten: "Sehen Sie selbst nach" Hieraan werd geen gevolg
gegeven en de D. trokken naar het buurhuis. De dochter, een meisje van
achttien jaar, had onraad bemerkt, hare ouders gewaarschuwd om in de
schuilkelder in den tuin te gaan, er bij voegende: ik kom ook dadelijk,
ga eerst de jongens boven waarschuwen. Dit gedaan hebbende, wilde zij de
trap afgaan, toen de D. de voordeur intrapten en naar boven schoten; het
meisje viel dood naar beneden. Vervolgens staken de D. met het pontje de
Vliet over en schoten de pontbaas neer.
T. vertelt over broeder in Rotterdam, wiens woonhuis met kleermakerszaak
geheel verwoest is, evenals de beide andere huizen die hij bezat. Van
gezeten burger arm geworden.
De Duitsche intocht langs de laan van N.O.I. op de radiatorknoppen van
hun auto's hadden ze Hollandsche helmen vastgemaakt.
Onweer en zulke stortregens dat ik telkens mijn weggaan uit moet
stellen; ten slotte is het laat en geheel donker geworden. Het geeft een
gedachte hoe of 't van den winter in de stad zal wezen, als deze
toestand dan nog voortduurt. Geen straatverlichting, in de trams de
naargeestige blauwe schemer van de verduisteringslampjes. Men moet wel
goed in de stad bekend zijn, om thans zijn weg te kunnen vinden.
Gelukkig, wie gewend is om buiten in nacht en duisternis te loopen en op
de tastzin van de voeten te vertrouwen. Ondertusschen zijn de
rechthoekige trottoirkanten onaangenaam wanneer men niet voorzien is van
een lantaarntje.
De onmisbare diensten die het trouwe electr. lantaarntje bewijst bij het
naar bed gaan in onbekende slaapkamers, waar geen licht aangedraaid mag
worden, of hoogstens een schemerachtig
|