|
Mei 1940 Groesbeek
Zus en Jan veranderden hun oorspronkelijk plan om in 't begin van
dezen maand te vertrekken en zouden nu nog tot na Pinksteren blijven 1).
Ineke wilde de Pinksterdagen uit Breda overkomen.
Maandag 6 mei
. Dezen morgen werd de trompetter Weyers met militaire eer
begraven. Door een
zijsprong van zijn paard was hij in 't water gevallen en verdronken. In
de grijze, killige voorjaarsmorgen maakten de treurmarsch en de geheele
stoet, die door het dorp vol versperringen trok, een zeldzaam sombere
indruk. Bij het terugdenken er aan, komen de woorden: "Coming
events cast their shadows before them" in de gedachten.
Dinsdag 7 mei
's Morgens naar Nijmegen met ons drieën, ik eerst naar
den kapper; daarna naar
Vroom, waar we samen zouden lunchen. Schotje werd hier echter niet
geduld, dus gingen we naar de restauratie van het station. Kwamen pas om
drie uur thuis en waren nog bezig voor de thee te zorgen, toen
Henriëtte v.d. Meulen en Willy de Pesters reeds verschenen.
Woensdag 8 mei
Zus den geheelen dag naar Arnhem, kwam laat 's-avonds
thuis, daar de van Arnhem
komende bus bij de Nijmeegsche brug werd opgehouden door de soldaten. In
den nacht van Woensdag op Donderdag hoorden we zwaar schieten in
Duitschland. De eerste gedachte was: onweer, de tweede: oorlog. De stem
van Zus: "Nel, hoor je 't ook?" 't Geluid kwam niet naderbij
en hield na een poos geheel op.
Donderdag 9 mei
. Den geheelen dag met Vissers samen in den tuin gewerkt.
's Avonds thee gedronken
in de Pastorie, Zus en ik samen, Jan had rheumatiek. We spraken ook over
het schieten in den vorigen nacht en Nanny zeide: "Als ik er geen
mitrailleurs tusschen hoor, weet ik dat 't nog niet echt oorlog
is."
Dienzelfden Donderdagavond waren Koba en Spanjers bij een van zijn
broers geweest, die vlak bij de grens woont. 's Avonds om half twaalf
zouden ze naar huis gaan, maar bleven nog een tijdje op het erf van den
broer staan luisteren naar het vreemde gerucht dat uit het Wald kwam:
alsof er honderden zware wagens reden.
Ook wij kwamen vrij laat uit de Pastorie terug, konden na het drukke
gesprek moeilijk de slaap vatten. 't Was één uur, half ingedommeld
besef ik ineens dat er weer iets in de verte rommelt. Onweer? De nacht
is koud, een heldere maan en de nachtegaal slaat voortdurend. Zou het
weer kanongedonder zijn? Rechtop in bed om beter te luisteren. Tusschen
het gerommel het scherpe tikken van mitrailleurs ..... o God, nu is het
wèrkelijk begonnen, nu komt het lang gevreesde over ons. Een ogenblik
van wanhopige verstijving en de gedachteflits: gelukkig dat Mama dit
niet meer heeft moeten beleven. Bij het raam is niets te zien als de
heldere maan die den tuin verlicht, waarin de nachtegaal zingt. In de
logeer-kamer naast mij hoor ik zacht praten, dan: "Nel,
mitrailleur-schoten, hoor je het ook?"
{Einde tekst 40A}
Mijn overgrootmoeder, mevr. P.Dozy-Scheltema, is 17 april 1940 in
Groesbeek overleden en aldaar begraven. P.S.
|